Enkelvoudige Kamer
Rekestnummer: FA RK 26-7004
Zaaknummer: C/09/708744
Datum beschikking: 29 juli 2026
Gezagsuitoefening
Beschikking op het op 9 juli 2026 ingekomen verzoek van:
[de moeder] ,
de moeder,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
advocaat: mr. J.H. Infante te Alphen aan den Rijn.
Als belanghebbende wordt aangemerkt:
[de vader] ,
de vader,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
advocaat: mr. I.P. Biemond te Krimpen aan den IJssel.
Procedure
De rechtbank heeft kennisgenomen van de stukken, waaronder:
-
het verzoekschrift;
-
het verweerschrift;
-
het F9-formulier van 27 juli 2026 van de zijde van de moeder, met bijlagen.
Op 28 juli 2026 is de zaak op de zitting van deze rechtbank behandeld. Hierbij zijn verschenen: partijen met hun advocaten.
Feiten
-
Partijen zijn met elkaar gehuwd geweest.
-
Zij zijn de ouders van de minderjarige:
- [de minderjarige] , geboren op [geboortedatum] 2024 te [geboorteplaats] .
-
De minderjarige heeft de hoofdverblijfplaats bij de moeder.
-
Partijen oefenen het gezamenlijk gezag over de minderjarige uit.
-
Blijkens de Basisregistratie Personen heeft de moeder de Italiaanse nationaliteit en heeft de vader de Griekse nationaliteit.
-
Bij beschikking van deze rechtbank van 16 september 2025 is – voor zover hier van belang – de echtscheiding tussen partijen uitgesproken en het ouderschapsplan aan de beschikking gehecht.
-
Bij beschikking van deze rechtbank van 1 april 2026 is in de zaak met zaaknummer C/09/699315 onder meer bepaald dat [de minderjarige] na een opbouw, met ingang van 2 juli 2026, voorlopig iedere donderdag van 08.00 tot 19.00 bij de vader verblijft, waarbij de vader [de minderjarige] haalt en weer terugbrengt naar de moeder. Ook zijn partijen verwezen naar Jeugdteams Leidse Regio voor deelname aan het traject Ouderschapsbemiddeling. De procedure is pro forma aangehouden tot 1 oktober 2026.
-
Het traject Ouderschapsbemiddeling is nog niet gestart; ouders staan nog op de wachtlijst.
Verzoek en verweer
De moeder verzoekt:
-
aan haar vervangende toestemming te verlenen – welke die van de vader vervangt – voor een verblijf met [de minderjarige] te Sardinië en [plaats] (Italië), gedurende de periode van 21 augustus 2026 tot en met 1 september 2026;
-
de vader te veroordelen in de proceskosten;
voor zover mogelijk met uitvoerbaarverklaring bij voorraad.
De vader heeft verweer gevoerd en verzocht om bij beschikking, uitvoerbaar bij voorraad:
I. Ten aanzien van het verzoek om vervangende toestemming van de vrouw te bepalen;
a. primair dat [de minderjarige] van 3 augustus 8.00 uur tot en met 16 augustus 17.00 uur bij de
man zal verblijven, althans een zodanige periode als in het belang van [de minderjarige]
voorkomt, waarbij de man toezegt te faciliteren dat [de minderjarige] af en toe zijn moeder
ziet als hij daaraan behoefte heeft en het verzoek onder de eerste bullet van de vrouw
toe te wijzen;
b. subsidiair het verzoek onder de eerste bullet van de vrouw af te wijzen;
II. te bepalen dat [de minderjarige] van 26 december 2026 8.00 uur tot en met 10 januari 2027 17.00 uur
bij de man is waarbij de man toestemming heeft om met [de minderjarige] met het vliegtuig naar
Griekenland te reizen voor familiebezoek;
III. de beschikking van Uw Rechtbank van 1 april 2026 in zaak C/09/699315 FA RK 26-1324 te wijzigen dan wel aan te vullen met dien verstande
a. dat [de minderjarige] voor de reguliere omgang met ingang van 1 september 2026 bij de man
verblijft op alle donderdagen van 7.30 ’s morgen tot vrijdag naar de opvang waarbij
geldt dat de vrouw [de minderjarige] bij de man brengt en de man [de minderjarige] naar de opvang brengt;
b. dat [de minderjarige] een weekend per maand bij de man is van zaterdag 7.30 uur tot
maandag naar de opvang waarbij de man minimaal drie weken van te voren aan moet
geven bij de vrouw welk weekend dit betreft;
IV. de door de vrouw verzocht proceskostenveroordeling af te wijzen;
V. kosten rechtens.
Ook heeft de vader verzocht de zaak gevoegd te behandelen samen met de procedure met nummer C/09/699315.
De rechtbank heeft partijen op 24 juli 2026 bericht dat in deze procedure uitsluitend het verzoek vervangende toestemming voor de reis naar Italië wordt besproken.
Beoordeling
De rechtbank wijst het verzoek van de moeder om vervangende toestemming toe en legt dat als volgt uit.
De rechtbank neemt tot uitgangspunt de beschikking van deze rechtbank van 1 april 2026 en de daarin opgenomen (voorlopige) zorgregeling. Daarbij is het zwaartepunt van de zorg bij de moeder gelegd. In het kader van de beoordeling van het verzoek om vervangende toestemming en gelet op de ontwrichte verhouding tussen partijen die uit genoemde beschikking blijkt, ziet de rechtbank geen ruimte om in deze procedure de zorgregeling ingrijpend aan te passen. Dit betekent dat de moeder, als zij voor een wat langere periode naar Italië wil, [de minderjarige] moet meenemen.
De moeder heeft belang bij de reis gelet op het feit dat haar familie in Italië woont en haar vader ziek is. Bovendien is contact met zijn Italiaanse familie in het belang van [de minderjarige] .
Contact van [de minderjarige] met zijn eigen vader is eveneens in het belang van [de minderjarige] . Door de geplande reis missen [de minderjarige] en zijn vader één contactmoment. De moeder is op zitting echter bereid gebleken om de vader daarvoor te compenseren op de zaterdag of zondag na terugkeer.
Dat de moeder niet bereid is om met de vader te praten over uitbreiding van de zorgregeling, is in het licht van het voorgaande onvoldoende om de vakantie tegen te houden.
De rechtbank wijst het verzoek van de moeder om de vader te veroordelen in de kosten van de procedure af, en zal de kosten compenseren gelet op de familierechtelijke aard van dit geschil.
Beslissing
De rechtbank:
verleent de moeder toestemming – die de toestemming van de vader vervangt – voor een verblijf te Sardinië (Italië) en [plaats] (Italië) gedurende de periode van 21 augustus 2026 tot en met 1 september 2026 met de minderjarige [de minderjarige] , geboren op [geboortedatum] 2024 te [geboorteplaats] ;
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad;
wijst af het meer of anders verzochte.
|
Deze beschikking is gegeven door mr. A.M. Brakel, kinderrechter, in tegenwoordigheid van mr. E.M. van Middelkoop als griffier, en uitgesproken op de openbare zitting van 29 juli 2026. |