RECHTBANK DEN HAAG
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Den Haag
RK/b
Zaaknummer: 12065450 \ RL EXPL 26-1758
Vonnis van 25 augustus 2026
in de zaak van
ROXTAR ONLINE MARKETING B.V.,
te Amsterdam,
eisende partij,
hierna te noemen: Roxtar,
gemachtigde: AGIN Pranger Gerechtsdeurwaarders Juristen Incassospecialisten,
tegen
SOLARFIX B.V.,
te Delft,
gedaagde partij,
hierna te noemen: Solarfix,
procederend bij M. Durukan.
De zaak in het kort
Deze zaak gaat over onbetaalde facturen voor werkzaamheden op het gebied van online marketing, webdevelopment en social media advertenties. Roxtar vordert betaling van de facturen van Solarfix. Solarfix vindt dat zij niet hoeft te betalen zo lang Roxtar geen werkende website heeft opgeleverd. De kantonrechter oordeelt dat Solarfix geen beroep op opschorting toekomt omdat zij in schuldeisersverzuim verkeert en wijst de vordering van Roxtar toe.
1 De procedure
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding- het mondelinge verweer tijdens de rolzitting van 28 januari 2026- de brief waarin is meegedeeld dat een mondelinge behandeling is bepaald
- het bericht van 3 juli 2026 van Roxtar met aanvullende producties
- de mondelinge behandeling van 16 juli 2026, waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt.
Ten slotte is vonnis bepaald.
2 De feiten
Partijen hebben een overeenkomst gesloten op basis waarvan Roxtar werkzaamheden verricht voor Solarfix op het gebied van online marketing, webdevelopment en social media advertenties. Daartegenover staat een betalingsverplichting van Solarfix, bestaande uit eenmalige en periodieke kosten. De afspraken zijn vastgelegd in een door partijen ondertekende contractofferte.
Roxtar heeft de overeengekomen eenmalige kosten bij Solarfix in rekening gebracht en Solarfix heeft die kosten betaald.
Met betrekking tot de periodieke kosten bepaalt de contractofferte dat Solarfix maandelijks via automatische incasso € 755 exclusief BTW aan Roxtar moet voldoen. Roxtar heeft de overeengekomen periodieke kosten maandelijks aan Solarfix gefactureerd, vermeerderd met 21% BTW. Solarfix heeft verschillende facturen niet betaald, voor een totaalbedrag van € 3.654,20 (inclusief BTW). Roxtar heeft betalingsherinneringen gestuurd aan Solarfix.
Op het moment van de mondelinge behandeling was de website die Roxtar voor Solarfix heeft gemaakt vindbaar via het domein: www.aircofix.com.
3 Het geschil
Roxtar vordert – samengevat – veroordeling van Solarfix tot betaling van € 3.654,20, vermeerderd met wettelijke handelsrente en kosten. Roxtar legt aan de vordering ten grondslag dat Solarfix op basis van de overeenkomst verplicht is om de gefactureerde bedragen te betalen.
Solarfix voert verweer. Solarfix concludeert tot niet-ontvankelijkheid van Roxtar, dan wel tot afwijzing van de vorderingen van Roxtar, met veroordeling van Roxtar in de kosten van deze procedure. Solarfix vindt dat zij de facturen niet hoeft te betalen zo lang Roxtar geen werkende website heeft opgeleverd. Volgens Solarfix had Roxtar dat binnen een, of uiterlijk twee maanden moeten doen.
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan.
4 De beoordeling
Als uitgangspunt geldt dat partijen hun verplichtingen uit een overeenkomst moeten nakomen. In het geval van Solarfix betekent dat – voor zover voor deze procedure relevant – betaling van de maandelijkse kosten. Een uitzondering op het uitgangspunt van nakoming doet zich voor als een partij het recht heeft om zijn prestatie op te schorten. Solarfix heeft dat recht niet. De kantonrechter licht dit als volgt toe.
Het opschortingsverweer van Solarfix slaagt niet
Voor opschorting is vereist dat Solarfix een opeisbare vordering op Roxtar heeft en dat tussen die vordering en de verplichting van Solarfix tegenover Roxtar voldoende samenhang bestaat.1
Een opeisbare vordering van Solarfix op Roxtar ontbreekt, omdat sprake is van schuldeisersverzuim. Schuldeisersverzuim ontstaat – onder andere – als degene die iets van de ander verlangt niet de medewerking verleent die nodig is om die verplichting na te komen.2 In dit geval wil Solarfix dat Roxtar een werkende website oplevert, maar heeft zij niet de informatie aangeleverd die Roxtar nodig heeft om de website te vullen.
Ter zitting heeft Roxtar uitgelegd dat zij informatie van Solarfix nodig heeft om een werkende website te kunnen opleveren. Roxtar heeft een website gemaakt die zij voor zover mogelijk heeft gevuld met beeld en tekst. Zij heeft daarvoor gedeeltelijk “lorem ipsum”-teksten gebruikt als tijdelijke opvulling, omdat zij niet beschikte over de noodzakelijke informatie over de specifieke diensten en producten van Solarfix.
Roxtar heeft zich ingespannen om medewerking van Solarfix te verkrijgen: zij heeft meerdere keren contact opgenomen om de informatie op te vragen die zij nodig had om de website (verder) te vullen. Solarfix ontkent dit niet, maar stelt dat zij niet aan de verzoeken hoefde te voldoen omdat Roxtar op grond van de overeenkomst verplicht was om de teksten voor de website voor Solarfix te schrijven.
De kantonrechter oordeelt dat uit de overeenkomst geen verplichting voor Roxtar volgt om de teksten voor de website zelf te schrijven. Een dergelijke verplichting staat niet in de contractofferte en Solarfix heeft onvoldoende onderbouwd dat partijen dit mondeling met elkaar hebben afgesproken. Daarover het volgende.
Volgens Solarfix heeft Roxtar toegezegd dat zij de website “mooi zou maken”. Solarfix meent daarnaast dat de hoogte van de prijs die Roxtar voor de website in rekening brengt erop wijst dat Roxtar (ook) de teksten voor de website zou schrijven. Daar heeft Roxtar tegenin gebracht dat het gebruikelijk is dat klanten zelf teksten aanleveren, waarmee Roxtar vervolgens de website vult. Dat is volgens Roxtar een logische verdeling: de klanten beschikken zelf over de kennis om hun diensten en producten aan te prijzen. Het is wel mogelijk om overeen te komen dat Roxtar de teksten voor de website schrijft, maar dat is hier niet gebeurd. Overigens is ook dan medewerking van de opdrachtgever nodig, namelijk het aanleveren van informatie over aangeboden producten en diensten.
Doordat Solarfix niet de informatie heeft aangeleverd die Roxtar nodig heeft om de website af te maken, is sprake van schuldeisersverzuim aan de zijde van Solarfix. Het gevolg daarvan is dat Solarfix de nakoming van haar eigen (betalings)verplichtingen tegenover Roxtar niet mag opschorten. Zij moet haar verplichtingen uit de overeenkomst nakomen. Daarnaast zorgt het schuldeisersverzuim ervoor dat de schuldenaar, Roxtar, niet in verzuim kan raken.3 Het antwoord op de vraag wanneer Roxtar verplicht was om een werkende website op te leveren, is daarom voor de verdere beoordeling niet relevant.
De kantonrechter merkt nog op dat Solarfix wel enige informatie met Roxtar heeft gedeeld, namelijk een link naar de producten die zij aanbiedt. Enkel die informatie is niet genoeg om Roxtar in staat te stellen haar verplichtingen (alsnog) na te komen. Daarom is deze omstandigheid onvoldoende om het schuldeisersverzuim te zuiveren (beëindigen).
Buitengerechtelijke incassokosten
Roxtar vordert vergoeding van buitengerechtelijke incassokosten. Artikel 7.2 van de algemene voorwaarden van Roxtar bepaalt dat Roxtar recht heeft op buitengerechtelijke incassokosten ter hoogte van 15% van de hoofdsom. Omdat Solarfix heeft gehandeld in de uitoefening van een beroep of bedrijf, mag van de wettelijke regeling worden afgeweken.4 De kantonrechter wijst de buitengerechtelijke incassokosten van € 548,13 (dat is 15% van de gevorderde hoofdsom) toe.
Proceskosten
Solarfix is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van Roxtar worden begroot op:
|
- kosten van de dagvaarding |
€ |
122,35 |
|
|
- griffierecht |
€ |
529,00 |
|
|
- salaris gemachtigde |
€ |
576,00 |
(2 punten × € 288,00) |
|
- nakosten |
€ |
144,00 |
(plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing) |
|
Totaal |
€ |
1.371,35 |
5 De beslissing
De kantonrechter
veroordeelt Solarfix om aan Roxtar te betalen een bedrag van € 3.654,20, te vermeerderen met de wettelijke handelsrente als bedoeld in artikel 6:119a BW over het toegewezen bedrag, vanaf de respectieve vervaldata van de onderliggende facturen, tot de dag van volledige betaling,
veroordeelt Solarfix om aan Roxtar te betalen een bedrag van € 548,13 aan buitengerechtelijke kosten,
veroordeelt Solarfix in de proceskosten van € 1.371,35, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als Solarfix niet tijdig aan een van de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.
|
Dit vonnis is gewezen door mr. R.M. de Kort en in het openbaar uitgesproken op 25 augustus 2026. |