ECLI:NL:RBDHA:2026:22632

Datum uitspraak
31-07-2026
Instantie
Rechtbank Den Haag
Rechtsgebied
Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Zaaknummer
NL26.21572
Type
Uitspraak

Inhoudsindicatie

8:54 Awb; zienswijze; kennelijk ongegrond.

Wetsartikelen die in deze uitspraak worden aangehaald

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Arnhem

Bestuursrecht

zaaknummer: NL26.21572

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 31 juli 2026 in de zaak tussen

[eiser] , v-nummer: [nummer], eiser

(gemachtigde: mr. H.G.M. van Zutphen),

en

de minister van Asiel en Migratie.

Procesverloop

1. Eiser heeft op 24 april 2024 een aanvraag om verlening van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd ingediend. De minister heeft met het bestreden besluit van 10 april 2026 deze aanvraag afgewezen als ongegrond.

1.1.

Eiser heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit en de voorzieningenrechter gevraagd om een voorlopige voorziening te treffen.

1.2.

Omdat het beroep kennelijk ongegrond is, doet de rechtbank uitspraak zonder zitting. Artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) maakt dat mogelijk. Hierna legt de rechtbank uit waarom het beroep kennelijk ongegrond is.

Beoordeling door de rechtbank

Het asielrelaas

2. Eiser legt aan zijn asielaanvraag het volgende ten grondslag. Eiser is afkomstig uit Irak en behoort tot de Arabische bevolkingsgroep. In maart 2024 heeft hij in Irak een horecaonderneming geopend, genaamd ‘[naam]’. Ter decoratie had hij in zijn restaurant Amerikaanse vlaggen opgehangen. Op [datum] 2024 is eiser in zijn restaurant door drie gewapende mannen bedreigd. Zij beschuldigden hem ervan een informant van de Amerikanen te zijn en bedreigden hem met de dood. Direct na dit incident is eiser gevlucht uit de stad en heeft hij tien dagen later Irak verlaten. Bij terugkeer naar Irak vreest eiser te worden gedood door de mannen die hem hebben bedreigd.

Het bestreden besluit

3. Het asielrelaas van eiser bevat volgens de minister de volgende asielmotieven:

  • identiteit, nationaliteit en herkomst;

  • problemen met drie onbekende mannen.

3.1.

De minister stelt zich hierover op het standpunt dat de identiteit, nationaliteit en herkomst van eiser geloofwaardig zijn. De problemen met de drie onbekende mannen acht de minister niet geloofwaardig. Eiser heeft zijn verklaringen daarover niet met objectieve documenten onderbouwd die dit asielmotief volledig onderbouwen. Daarom heeft de minister verder beoordeeld of het asielmotief alsnog geloofwaardig is. Dit is volgens de minister niet het geval, omdat eiser onvoldoende documenten heeft overgelegd en daarvoor geen goede verklaring heeft.1 Daarnaast vormen de verklaringen van eiser geen samenhangend en aannemelijk geheel.2 De minister concludeert daarom dat de asielaanvraag ongegrond is.

Heeft de minister het bestreden besluit voldoende gemotiveerd?

4. Eiser heeft in beroep volstaan met een verwijzing naar de door hem op 8 april 2026 ingediende zienswijze en de daarbij overgelegde verklaring van zijn broer. De rechtbank is van oordeel dat eiser met deze enkele verwijzing niet ingaat op de motivering van het bestreden besluit. Eiser heeft niet toegelicht op welke concrete punten het bestreden besluit onjuist of onvolledig zou zijn. De rechtbank stelt vast dat de minister in het bestreden besluit, mede onder verwijzing naar de overwegingen in het voornemen, gemotiveerd is ingegaan op de zienswijze. Eiser heeft in beroep niet geconcretiseerd waarom de reactie van de minister daarop niet toereikend zou zijn. Ook de door eiser bij zijn zienswijze overgelegde verklaringen van zijn broer geeft, zonder nadere toelichting, geen aanleiding voor een ander oordeel. De rechtbank is van oordeel dat hetgeen voor het overige is aangevoerd niet leidt tot een ander oordeel. Met de enkele stelling dat bedrijven en personen die zaken doen die gerelateerd zijn aan de USA in het algemeen worden bedreigd en verdacht in Irak, heeft eiser niet toegelicht waarom het besluit onrechtmatig zou zijn. De rechtbank ziet daarom geen grond voor het oordeel dat de minister de aanvraag ten onrechte als ongegrond heeft afgewezen. Het beroep is daarom kennelijk ongegrond.

Conclusie en gevolgen

5. Het beroep is kennelijk ongegrond. Eiser krijgt geen vergoeding van zijn proceskosten.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.

Deze uitspraak is gedaan door mr. M. Duifhuizen, rechter, in aanwezigheid van mr. I.S. Pruijn, griffier.

Uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:

Bent u het niet eens met deze uitspraak?

Als u het niet eens bent met deze uitspraak, kunt u een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen 6 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum hierboven. Als u graag een zitting wilt waarin u uw verzetschrift kunt toelichten, kunt u dit in uw verzetschrift vermelden.

Andere uitspraken die naar dezelfde wetsartikelen verwijzen

Tekst: Rechtspraak.nl (gepseudonimiseerd). Links naar wetsartikelen en uitspraken zijn toegevoegd door wetboek.org. Origineel op uitspraken.rechtspraak.nl »