RECHTBANK DEN HAAG
Jeugd- en Zorgrecht
Zaaknummer: C/09/706829 / JE RK 26-1026
Datum uitspraak: 3 juli 2026
Beschikking van de kinderrechter over een ondertoezichtstelling en machtiging tot uithuisplaatsing
in de zaak van
de Raad voor de Kinderbescherming, 'sGravenhage,
hierna te noemen: de Raad,
over
- [minderjarige 1], geboren op [geboortedatum 1] 2017 in [geboorteplaats] ,
hierna te noemen: [minderjarige 1] ,
- [minderjarige 2], geboren op [geboortedatum 2] 2020 in [geboorteplaats] ,
hierna te noemen: [minderjarige 2] ,
hierna tezamen ook te noemen: de kinderen.
De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:
[de moeder] ,
hierna te noemen: de moeder,
wonende in [woonplaats 1] ,
advocaat: mr. P.R.L.V.M. Kruik uit Den Haag,
[de vader] ,
hierna te noemen: de vader,
wonende in [woonplaats 2] ,
advocaat: mr. P.H.W. Spoelstra uit Gouda.
De kinderrechter merkt als informanten aan:
Stichting Jeugdbescherming west Haaglanden,
hierna te noemen: de gecertificeerde instelling,
[de oma] ,
hierna te noemen: de oma,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres.
1 Het verloop van de procedure
De kinderrechter neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:
- het verzoekschrift met bijlagen, ontvangen op 10 juni 2026;
- het bericht van de advocaat van de vader met bijlagen van 3 juli 2026.
De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 3 juli 2026. Daarbij waren aanwezig:
-
[naam 1] namens de Raad;
-
de moeder, bijgestaan door haar advocaat;
-
de vader, bijgestaan door zijn advocaat;
-
[naam 2] namens de gecertificeerde instelling;
-
de oma.
De kinderrechter heeft [minderjarige 1] naar haar mening gevraagd. [minderjarige 1] heeft hierover een gesprek gevoerd met de kinderrechter. Tijdens de zitting heeft de kinderrechter samengevat wat [minderjarige 1] heeft verteld. De aanwezigen hebben daarop kunnen reageren.
2 De feiten
De kinderen zijn erkend door de vader.
De vader en de moeder zijn belast met het ouderlijk gezag over de kinderen.
De kinderen verblijven bij de grootouders vaderszijde.
3 Het verzoek
De Raad verzoekt [minderjarige 1] en [minderjarige 2] onder toezicht te stellen voor de duur van zes maanden. Ook verzoekt de Raad een machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] binnen het netwerk, te weten bij de grootouders vaderszijde, te verlenen voor de duur van zes maanden. De Raad verzoekt de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren.
De Raad heeft het verzoek als volgt gemotiveerd. De kinderen hebben al veel meegemaakt in hun nog jonge leven. Zij zijn blootgesteld aan veel onveiligheid en instabiliteit door het middelengebruik van de moeder, de scheiding van de ouders, het huiselijk geweld tussen de ouders, de onveilige mensen in de woning bij de moeder en de plotselinge verhuizingen. Hoewel zij op dit moment in een veiligere opvoedsituatie verblijven bij de grootouders vaderszijde, zijn er nog altijd veel zorgen over de kinderen. Er is nog steeds geen hulpverlening ingezet voor de kinderen gericht op het verwerken van de nare gebeurtenissen die zij hebben meegemaakt. De moeder lijkt onvoldoende probleembesef te hebben en lijkt zich niet te realiseren dat er het nodige moet gebeuren voordat de kinderen weer veilig bij haar kunnen wonen. De moeder is van mening dat zij weer voor de kinderen kan zorgen als zij in [plaats 1] woont. Het is zeer positief dat het nu beter met de kinderen gaat en er een voorzichtige, positieve ontwikkeling zichtbaar is. Toch is de betrokkenheid van een jeugdbeschermer volgens de Raad noodzakelijk om dit proces te ondersteunen en erop toe te zien dat de positieve ontwikkeling zich voortzet. Ook is de jeugdbeschermer nodig om de omgang tussen de kinderen en de moeder goed en veilig te laten verlopen. Hoewel de situatie door het verblijf bij de grootouders drastisch is veranderd en de ouders open lijken te staan voor hulpverlening is deze positieve verandering nog pril en onvoldoende bestendig. De Raad verzoekt daarom een ondertoezichtstelling voor de duur van zes maanden, zodat de hulpverlening opgestart kan worden. De hoop is dat de hulpverlening nadien overgedragen kan worden naar het vrijwillig kader. Daarnaast is een machtiging uithuisplaatsing ook noodzakelijk, omdat er grote zorgen zijn over de opvoedsituatie bij de moeder. De Raad vreest dat de kinderen opnieuw terecht zullen komen in onveilige situaties als zij nu teruggaan naar de moeder. Een uithuisplaatsing is nodig om de veiligheid van de kinderen te kunnen waarborgen en hen toe te laten komen aan hun eigen ontwikkeling. De Raad verzoekt een uithuisplaatsing voor de duur van zes maanden. Deze termijn is nodig om te monitoren of de positieve ontwikkelingen binnen het gezinssysteem vastgehouden kunnen worden. Deze tijd moet ook gebruikt worden om te kijken of de woning van de grootouders geschikt gemaakt kan worden voor het verblijf van de kinderen.
4 De standpunten
De moeder heeft ingestemd met het verzoek. De moeder staat open voor hulpverlening en is bereid aan zichzelf te werken. Zij is bezig met het aanvragen van urgentie zodat zij naar [plaats 1] kan verhuizen. De moeder hoopt dat de kinderen zo snel mogelijk naar haar terug komen, waarbij zij de zorg voor de kinderen wel wil delen met de vader. De ouders zijn goed met elkaar in contact en ook met de grootouders vaderszijde is de moeder in staat afspraken te maken.
De vader heeft ingestemd met het verzoek. De vader heeft naar voren gebracht dat het goed gaat met de kinderen nu zij bij de grootouders verblijven. Ook op school gaat het goed. De kinderen hebben ook contact met de moeder. Het lukt de ouders daar afspraken over te maken. De vader is een aantal keer met de kinderen naar de moeder gegaan. De vader vindt het belangrijk dat er rust komt voor de kinderen en dat zij op de huidige basisschool kunnen blijven. De vader heeft wel te kennen gegeven dat zijn vertrouwen in de gecertificeerde instelling beschadigd is door de eerdere ondertoezichtstelling. Hij had destijds al zijn zorgen geuit over de verhuizing van de moeder en de kinderen naar [plaats 2] . De destijds betrokken jeugdbeschermer heeft daar niks mee gedaan. De vader heeft zich juist gedwongen gevoeld om toestemming te geven voor de verhuizing. Desondanks staat hij er wel voor open om het vertrouwen in de gecertificeerde instelling te herstellen.
5 De beoordeling
De kinderrechter is van oordeel dat aan de voorwaarden voor een ondertoezichtstelling is voldaan.1 Daartoe overweegt de kinderrechter als volgt. Er zijn zorgen over de ontwikkeling en de opvoedomgeving van de kinderen. De kinderen hebben een belast verleden. Zij zijn opgegroeid in een opvoedsituatie die zich kenmerkt door onveiligheid en instabiliteit als gevolg van persoonlijke problematiek van de moeder en relatieproblematiek tussen de vader en de moeder. Al eerder is er gedwongen hulpverlening bij het gezin betrokken geweest, maar dit is in oktober 2025 afgesloten. Nadien zijn er echter weer zorgen ontstaan over de kinderen, met name over de zeer onveilige opvoedsituatie bij de moeder. De kinderrechter vindt het positief dat de ouders overeenstemming hebben bereikt over een vrijwillige uithuisplaatsing van de kinderen bij de grootouders vaderszijde. De kinderen verblijven sinds november 2025 bij de grootouders en sindsdien gaat het weer een stuk beter met de kinderen. Wel is het noodzakelijk dat er hulpverlening ingezet wordt voor de kinderen, zodat zij de nare gebeurtenissen die zij hebben meegemaakt kunnen verwerken. Ook is het noodzakelijk dat de moeder met positief resultaat gaat werken aan haar persoonlijke problematiek, zodat zij een stabiele en veilige opvoeder kan worden voor de kinderen. Gelet op de forse zorgen die er zijn over de opvoedomgeving van de kinderen bij de moeder, vindt de kinderrechter de betrokkenheid van een jeugdbeschermer noodzakelijk. De jeugdbeschermer moet ervoor zorgen dat de juiste hulpverlening wordt ingezet voor de kinderen én de ouders. Gelet op het voorgaande zal de kinderrechter het verzoek tot de ondertoezichtstelling, waartegen geen verweer is gevoerd, toewijzen als verzocht.
Ook is de kinderrechter van oordeel dat de machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] noodzakelijk is in het belang van de verzorging en opvoeding.2 Daartoe overweegt de kinderrechter dat de veiligheid van de kinderen op dit moment onvoldoende gewaarborgd kan worden bij de moeder. De zorgen zijn gelegen in het middelengebruik van de moeder, maar ook over de mensen met wie de moeder zich inlaat. De moeder heeft de kinderen daarmee in onveilige situaties gebracht. Voor de veiligheid van de kinderen is het noodzakelijk dat zij langer bij de grootouders vaderszijde verblijven, waar ook de vader op dit moment tijdelijk verblijft. De kinderen hebben het daar naar hun zin en gaan naar school. Door de gecertificeerde instelling moet zorgvuldig worden onderzocht wat er nodig is om de kinderen (op termijn) weer (gedeeltelijk) terug te plaatsen bij de moeder. Daarvoor is het wel noodzakelijk dat de moeder aan haar eigen problematiek werkt. Voor de tussenliggende periode is het belangrijk dat er frequent contact is tussen de moeder en de kinderen, zolang dit op een voor de kinderen prettige en veilige wijze verloopt. Gelet op het voorgaande zal de kinderrechter ook het verzoek tot de machtiging uithuisplaatsing toewijzen. De kinderrechter begrijpt dat het de bedoeling is om de kinderen bij de grootouders vaderszijde te plaatsen en zal daarom een machtiging verlenen in een voorziening voor pleegzorg, te weten bij de grootouders vaderszijde.
De beslissing tot ondertoezichtstelling wordt van rechtswege aangetekend in het gezagsregister.3
De kinderrechter verklaart de beslissing uitvoerbaar bij voorraad, zoals is verzocht. Dat wil zeggen dat de beslissing direct geldt, ook als iemand in hoger beroep gaat.
6 De beslissing
De kinderrechter:
stelt [minderjarige 1] en [minderjarige 2] onder toezicht van Stichting Jeugdbescherming west [regio] met ingang van 3 juli 2026 tot 3 januari 2027;
verleent een machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] in een voorziening voor pleegzorg, zijnde bij de grootouders vaderszijde, met ingang van 3 juli 2026 tot 3 januari 2027;
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.
|
Deze beslissing is gegeven en in het openbaar uitgesproken op 3 juli 2026 door mr. J.M.J. Keltjens, kinderrechter, in aanwezigheid van mr. J.M. Dreef als griffier, en op schrift gesteld op 17 juli 2026. |
Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof Den Haag. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:
-
degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
-
andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.