ECLI:NL:RBDHA:2026:21561

Datum uitspraak
03-07-2026
Instantie
Rechtbank Den Haag
Rechtsgebied
Civiel recht; Personen- en familierecht
Zaaknummer
C/09/707241 / JE RK 26-1061
Type
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Ondertoezichtstelling

Wetsartikelen die in deze uitspraak worden aangehaald

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Jeugd- en Zorgrecht

Zaaknummer: C/09/707241 / JE RK 26-1061

Datum uitspraak: 3 juli 2026

Beschikking van de kinderrechter over een ondertoezichtstelling

in de zaak van

de Raad voor de Kinderbescherming, 'sGravenhage,

hierna te noemen: de Raad,

over

[minderjarige] , geboren op [geboortedatum] 2014 in [geboorteplaats],

hierna te noemen: [minderjarige].

De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:

[de moeder] ,

hierna te noemen: de moeder,

wonende in [woonplaats 1],

[de vader] ,

hierna te noemen: de vader,

wonende in [woonplaats 2].

De kinderrechter merkt als informant aan:

Stichting Jeugdbescherming west Haaglanden,

hierna te noemen: de gecertificeerde instelling.

1 Het verloop van de procedure

1.1.

De kinderrechter neemt het verzoekschrift met bijlagen, ontvangen op 16 juni 2026 mee in de beoordeling.

1.2.

De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 3 juli 2026. Daarbij waren aanwezig:

  • [naam 1] namens de Raad;

  • de moeder;

  • de vader;

  • [naam 2] namens de gecertificeerde instelling.

1.3.

De kinderrechter heeft [minderjarige] naar haar mening gevraagd. [minderjarige] heeft hierover een gesprek gevoerd met de kinderrechter. Tijdens de zitting heeft de kinderrechter samengevat wat [minderjarige] heeft verteld. De aanwezigen hebben daarop kunnen reageren.

2. De feiten

2.1.

[minderjarige] is erkend door de vader.

2.2.

De vader en de moeder zijn belast met het ouderlijk gezag over [minderjarige].

2.3.

[minderjarige] verblijft op basis van een 50-50 afspraak op zeer wisselende omgangsmomenten bij beide ouders.

3 Het verzoek

3.1.

De Raad verzoekt [minderjarige] onder toezicht te stellen voor de duur van een jaar en de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren.

3.2.

De Raad heeft het verzoek als volgt gemotiveerd. Er zijn grote zorgen over de ontwikkeling van [minderjarige]. Zij groeit op in twee verschillende opvoedsituaties, waarbij het de ouders tot op heden niet lukt op een constructieve manier met elkaar te communiceren. De ouders zijn daardoor niet, althans onvoldoende, in staat afspraken te maken. Het lukt hen bijvoorbeeld niet een gezamenlijk gedragen schoolkeuze te maken voor [minderjarige]. [minderjarige] bevindt zich door deze voortdurende strijd tussen de ouders in een loyaliteitsconflict. Hierdoor zijn er zorgen over de emotionele veiligheid en ontwikkeling van [minderjarige]. De Raad vindt het nodig dat er een jeugdbeschermer betrokken raakt die de juiste hulpverlening in kan zetten. Het vrijwillig kader is volgens de Raad geen optie (meer), omdat de ouders niet in staat zijn om met elkaar te communiceren en in het belang van [minderjarige] nadere afspraken te maken. Er is sprake van wederzijds wantrouwen en beschuldigingen over en weer. Het lukt de ouders daarbij onvoldoende om met elkaar op één lijn te komen, ook als het gaat om [minderjarige]. Ook lukt het de ouders niet, althans onvoldoende, om naar hun eigen aandeel in het geheel te kijken. De Raad verzoekt een ondertoezichtstelling voor de duur van een jaar. De Raad vindt dit een passende termijn, omdat er sprake is van langdurige problematiek. Het is belangrijk dat er in beide opvoedingssituaties hulpverlening in de vorm van opvoedondersteuning wordt opgestart, zodat er zicht komt op beide opvoedsituaties. Aangezien beide ouders anders aankijken tegen hun eigen situatie en de opvoedsituatie bij de ander, is de verwachting dat het enige tijd in beslag gaat nemen voordat de hulpverlening is opgestart en daadwerkelijk verandering teweeg heeft gebracht.

4 De standpunten

4.1.

De moeder heeft ingestemd met het verzoek. Zij heeft naar voren gebracht dat het in het vrijwillig kader niet lukt om stappen te zetten. De ouders stonden aangemeld voor Parallel Solo Ouderschap (PSO) en dat zou 16 juli 2026 starten, maar daar heeft de vader toch vanaf gezien. Het is nodig dat er duidelijke kaders worden geschept, zodat er eindelijk hulpverlening van de grond kan komen. De moeder staat open voor alle benodigde hulpverlening. De moeder benadrukt dat zij contact tussen [minderjarige] en de vader belangrijk vindt, maar dat de huidige zorgregeling niet in het belang van [minderjarige] is. Er zijn teveel wisselmomenten voor haar, waardoor er te weinig rust en regelmaat voor haar is. De moeder vindt het verder belangrijk dat [minderjarige] met een neutrale derde kan praten.

4.2.

De vader heeft ingestemd met het verzoek. Hij heeft ter zitting naar voren gebracht dat de ouders al jaren in een strijd verwikkeld zijn. De vader had gehoopt dat het vaststellen van een 50-50 zorgregeling voor rust zou zorgen, maar helaas is dat niet het geval. De vader beaamt dat hij een onregelmatig werkrooster heeft, waardoor er voor [minderjarige] veel wisselingen in de omgangsmomenten nodig zijn. Het feit is wel dat [minderjarige] steeds ouder wordt en het daardoor ook makkelijker voor haar wordt, aldus de vader. Ook is er een duidelijk kleurenschema dat is opgesteld aan de hand van het dienstrooster van vader, zodat [minderjarige] precies kan zien wanneer ze bij wie is. Volgens de vader zijn de zorgen en strijd weer begonnen sinds de verhuizing twee jaar geleden. Sindsdien voert de moeder een lastercampagne tegen de vader. De vader wil dat er in het belang van [minderjarige] wordt gehandeld, dat [minderjarige] de juiste hulpverlening ontvangt en zij zich op een fijne manier kan ontwikkelen. Ook moet er naar haar geluisterd worden. Er wordt nu vaak gezegd of geschreven wat [minderjarige] zou hebben gezegd, zonder dat dit bij haar gecontroleerd wordt door de hulpverlening. De vader benadrukt dat hij PSO niet heeft afgezegd, maar dat de start vooruitgeschoven is in verband met de zitting over de ondertoezichtstelling. Wel heeft hij op internet gelezen dat PSO niet bevorderend zou werken en die zorgen heeft hij gedeeld met [instantie]. De vader vindt het belangrijk dat de kindbehartiger betrokken blijft als objectieve derde. [minderjarige] gaat om de twee weken bij haar op gesprek. De kindbehartiger kan daardoor een goed beeld geven hoe het met [minderjarige] gaat en wat er in haar hoofd omgaat.

5 De beoordeling

5.1.

De kinderrechter is van oordeel dat aan de voorwaarden voor een ondertoezichtstelling is voldaan.1 De kinderrechter legt hieronder uit waarom.

5.2.

[minderjarige] wordt ernstig in haar ontwikkeling bedreigd. Ze wordt voortdurend belast met de (juridische) strijd tussen de ouders. Dit zorgt al langere tijd voor veel spanning en stress bij [minderjarige], die al het nodige heeft meegemaakt in haar leven. [minderjarige] zit volledig klem tussen de ouders en is verwikkeld in een loyaliteitsconflict. Gelet op alles wat er speelt, kan [minderjarige] niet onbezorgd opgroeien. Ook komt ze niet toe aan de ontwikkelingstaken die passen bij haar leeftijd. Het is belangrijk dat [minderjarige] de juiste hulpverlening gaat ontvangen, zodat zij de nare gebeurtenissen uit haar leven kan verwerken en weer tot ontwikkeling kan komen. Daarbij dient bijzondere aandacht worden gegeven aan de belasting die de huidige uitvoering van de 50-50 omgangsregeling voor [minderjarige] betekent en welke aanpassing daarin in haar belang nodig is. Daarnaast is het noodzakelijk dat de ouders hulpverlening gaan ontvangen om te leren hoe zij hun gezamenlijke ouderschap over [minderjarige] op een goede en constructieve manier kunnen vormgeven. Hoewel er in het vrijwillig kader al het nodige is geprobeerd om de zorgen weg te nemen, is dat onvoldoende gelukt. De kinderrechter is daarom van oordeel dat er een jeugdbeschermer betrokken moet worden. De jeugdbeschermer houdt toezicht op de ontwikkeling van [minderjarige] en zorgt ervoor dat de juiste hulpverlening wordt ingezet voor [minderjarige] én de ouders. Daarnaast dient er ook zicht te komen op de opvoedsituaties bij beide ouders. Gelet op het voorgaande zal de kinderrechter het verzoek, waartegen geen verweer is gevoerd, toewijzen als verzocht.

5.3.

De beslissing wordt van rechtswege aangetekend in het gezagsregister.2

5.4.

De kinderrechter verklaart de beslissing uitvoerbaar bij voorraad, zoals is verzocht. Dat wil zeggen dat de beslissing direct geldt, ook als iemand in hoger beroep gaat.

6. De beslissing

De kinderrechter:

6.1.

stelt [minderjarige] onder toezicht van Stichting Jeugdbescherming west Haaglanden met ingang van 3 juli 2026 tot 3 juli 2027;

6.2.

verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.

Deze beslissing is gegeven en in het openbaar uitgesproken op 3 juli 2026 door

mr. J.M.J. Keltjens, kinderrechter, in aanwezigheid van mr. J.M. Dreef als griffier, en op schrift gesteld op 17 juli 2026.

Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof Den Haag. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:

  • degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;

  • andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.

Andere uitspraken die naar dezelfde wetsartikelen verwijzen

Tekst: Rechtspraak.nl (gepseudonimiseerd). Links naar wetsartikelen en uitspraken zijn toegevoegd door wetboek.org. Origineel op uitspraken.rechtspraak.nl »