RECHTBANK DEN HAAG
Jeugd- en Zorgrecht
Zaaknummer: C/09/707672 / JE RK 26-1103
Datum uitspraak: 1 juli 2026
Beschikking van de kinderrechter over een ondertoezichtstelling en machtiging tot uithuisplaatsing
in de zaak van
de Raad voor de Kinderbescherming,
'sGravenhage,
hierna te noemen: de Raad,
over
[minderjarige] , geboren op [geboortedatum] 2009 in [geboorteplaats] ([geboorteland]),
hierna te noemen: [minderjarige].
De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:
[de moeder] ,
hierna te noemen: de moeder,
wonende in [woonplaats],
advocaat: mr. I.G.M. van Gorkum uit Den Haag,
[de vader] ,
hierna te noemen: de vader,
zonder bekende woon- of verblijfplaats in Nederland,
William Schrikker Stichting Jeugdbescherming en Jeugdreclassering,
hierna te noemen: de gecertificeerde instelling.
1 Het verloop van de procedure
De kinderrechter neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:
- het verzoekschrift met bijlagen, ontvangen op 23 juni 2026;
- de brief van de gecertificeerde instelling van 30 juni 2026.
De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 1 juli 2026. Daarbij waren aanwezig:
-
[naam 1], namens de Raad;
-
[naam 2] en [naam 3], namens de gecertificeerde instelling;
-
de advocaat van de moeder.
De vader en de moeder zijn niet verschenen. De kinderrechter stelt vast dat de vader en de moeder wel juist zijn opgeroepen.
De kinderrechter heeft [minderjarige] naar haar mening gevraagd. [minderjarige] heeft hierover een gesprek gevoerd met de kinderrechter. Tijdens de zitting heeft de kinderrechter samengevat wat [minderjarige] heeft verteld. De aanwezigen hebben daarop kunnen reageren.
2 De feiten
[minderjarige] is erkend door de vader.
De moeder is belast met het ouderlijk gezag over [minderjarige].
[minderjarige] verblijft in een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder op een geheime locatie.
De kinderrechter in deze rechtbank heeft bij beschikking van 16 april 2026 [minderjarige] voorlopig onder toezicht gesteld tot 3 juli 2026. Ook heeft de kinderrechter een machtiging verleend [minderjarige] gedurende dag en nacht uit huis te plaatsen in een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder tot 3 juli 2026.
3 Het verzoek
De Raad verzoekt [minderjarige] onder toezicht te stellen voor de duur van een jaar. Ook verzoekt de Raad een machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] in een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder te verlenen voor de duur van zes maanden. De Raad verzoekt de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren.
De Raad heeft het verzoek als volgt gemotiveerd. De Raad maakt zich zorgen over eergerelateerd geweld en een mogelijke uithuwelijking van [minderjarige]. Volgens [minderjarige] zijn hier in het verleden al meerdere pogingen toe gedaan. Daarnaast heeft [minderjarige] zich recent naar de ouders uitgesproken over haar seksuele geaardheid en zij is bang voor de consequenties daarvan. De telefoon en de identiteitspapieren van [minderjarige] zouden door de ouders zijn ingenomen. De ouders, en met name de vader, hebben eerder al zorgelijke uitspraken gedaan. Op 17 juni 2026 heeft zich een incident voorgedaan waarbij de vader [minderjarige] heeft bedreigd en heeft gezegd dat hij haar zou afmaken. Na de uithuisplaatsing van [minderjarige] hebben de ouders regelmatig bij de school van [minderjarige] gestaan om haar op te zoeken en hebben zij vriendinnen van [minderjarige] bedreigd om hen het adres van [minderjarige]’s verblijfplaats te geven. De Raad heeft zorgen dat [minderjarige] niet is opgewassen tegen de ouders wanneer zij haar onder druk zetten om weer naar huis te komen. Dit kan ernstige gevolgen hebben voor het welzijn van [minderjarige]. De ouders erkennen de zorgen onvoldoende en bagatelliseren deze. Vanuit rust moet onderzoek worden gedaan naar de behoeften van [minderjarige] en dient er passende hulpverlening te worden ingezet. Ook moet er op korte termijn duidelijkheid komen over het perspectief van [minderjarige] en de mogelijkheden voor veilig contactherstel. De betrokkenheid van een jeugdbeschermer is nodig om de belangen van [minderjarige] te behartigen en haar grenzen te bewaken. De Raad vindt een machtiging tot uithuisplaatsing nodig omdat de ouders [minderjarige] op dit moment onvoldoende veiligheid, rust en stabiliteit kunnen bieden. De Raad begrijpt het verzoek van de gecertificeerde instelling tot een verderstrekkende maatregel, maar blijft achter haar verzoek staan. Reden hiervoor is dat aan de ouders eerst een kans moet worden gegeven om in beweging te komen en hulp te accepteren. De Raad benoemt daarbij de mogelijkheid om een deel van het verzoek aan te houden.
4 De standpunten
Namens de moeder wordt ingestemd met het verzoek tot ondertoezichtstelling en verweer gevoerd tegen het verzoek tot uithuisplaatsing. Primair verzoekt de moeder om afwijzing van dit verzoek omdat niet voldaan is aan de wettelijke criteria en subsidiair verzoekt zij om het verzoek tot een machtiging tot uithuisplaatsing voor een kortere duur toe te wijzen. De moeder geeft aan dat zij moeite heeft met de geaardheid van [minderjarige], maar zij legt zich daar wel bij neer. Ook zegt de moeder dat [minderjarige] haar eigen partner mag kiezen en dat zij niet zal worden uitgehuwelijkt. De moeder wil het beste voor [minderjarige] en dat houdt onder andere in dat [minderjarige] in Nederland opgroeit. De zusjes van [minderjarige] groeien veilig op in de thuissituatie bij de ouders en de moeder ziet daarom ook geen veiligheidsrisico’s voor [minderjarige]. Zij wil dat [minderjarige] naar huis komt. In het geval dat de machtiging tot uithuisplaatsing wordt toegewezen vraagt de moeder de gecertificeerde instelling om in ieder geval spoedig terug te werken naar huis.
De gecertificeerde instelling maakt zich ernstige zorgen over de veiligheid van [minderjarige] in de thuissituatie en de houding van de ouders. Het lukt de gecertificeerde instelling onvoldoende om in contact te treden met de ouders, waardoor zij de ondertoezichtstelling niet naar behoren kunnen uitoefenen. Beide ouders zetten [minderjarige] onder druk om naar huis te komen en zij hebben [minderjarige] (en haar vriendinnen) meermaals bedreigd. Ook hebben zij de wens dat [minderjarige] haar seksuele geaardheid verandert. De ouders geloven dat [minderjarige] voor haar achttiende nog kan genezen. [minderjarige] wil graag een bijbaan, maar de gecertificeerde instelling verwacht niet dat de ouders zullen meewerken met het aanvragen van een nieuw identificatiebewijs voor [minderjarige] en het openen van een bankrekening. Mochten de ouders daarmee wel instemmen, dan gaat dat gepaard met veiligheidsrisico’s, omdat de ouders dan inzicht hebben in de inkomsten en uitgaven van [minderjarige]. De gecertificeerde instelling verwacht dat het de ouders niet zal lukken om binnen de aanvaardbare termijn de thuissituatie voor [minderjarige] op zodanige manier te veranderen dat [minderjarige] weer bij hen kan wonen. Daarnaast wordt het risico op een gedwongen uithuwelijking van [minderjarige] door de gecertificeerde instelling als hoog ingeschat. Het lukt de gecertificeerde instelling op dit moment niet om aan een thuisplaatsing van [minderjarige] te werken. De gecertificeerde instelling werkt aan een veilige leefomgeving voor [minderjarige] elders. Door de gecertificeerde instelling wordt daarom verzocht om de Raad te gelasten op korte termijn onderzoek te doen naar een (tijdelijke dan wel definitieve) gezagsbeëindiging en te bezien of een passende maatregel ter bescherming van [minderjarige] noodzakelijk is.
5 De beoordeling
De kinderrechter is van oordeel dat aan de voorwaarden voor een ondertoezichtstelling is voldaan.1 Ook is de kinderrechter van oordeel dat de machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] noodzakelijk is in het belang van de verzorging en opvoeding.2 De kinderrechter overweegt daartoe als volgt.
Er zijn ernstige zorgen over de ontwikkeling van [minderjarige]. De ouders van [minderjarige] staan niet achter haar geaardheid en er is een risico dat [minderjarige] door de ouders zal worden uitgehuwelijkt. De vader en de moeder hebben dreigende uitspraken richting [minderjarige] gedaan en haar onder druk gezet. Zij hebben ook de vriendinnen van [minderjarige] bedreigd om op die manier haar verblijfplek te achterhalen. [minderjarige] zit klem tussen de ouders en haar geaardheid. Voor de ouders lijkt haar geaardheid onbestaanbaar. De ouders herkennen en erkennen de zorgen over [minderjarige] niet. Het is daarom noodzakelijk dat er een jeugdbeschermer wordt betrokken die de belangen van [minderjarige] kan behartigen en haar veiligheid kan waarborgen.
Het is positief dat [minderjarige] nu op een voor haar fijne plek zit, naar school gaat en toekomstplannen maakt. Zij heeft in het gesprek met de kinderrechter zelf aangegeven dat zij op dit moment niet terug wil naar de ouders. Gelet op de houding van de ouders en de bedreigende uitspraken die zij hebben gedaan acht de kinderrechter een machtiging tot uithuisplaatsing noodzakelijk in het belang van de veiligheid van [minderjarige]. In de komende zes maanden dient er door de gecertificeerde instelling te worden onderzocht of er mogelijkheden zijn voor contactherstel en of een thuisplaatsing op termijn mogelijk is. Daartoe moet worden onderzocht of de ouders in staat zijn om [minderjarige] te accepteren zoals zij is. Wanneer blijkt dat de ouders hier niet toe in staat zijn en de onveiligheid voor [minderjarige] blijft voortduren, kan de gecertificeerde instelling een verzoek tot onderzoek voor een gezagsbeëindigende maatregel indienen bij de Raad. De kinderrechter zal de Raad in deze procedure niet met die opdracht belasten. Ter zitting heeft de Raad aangegeven bereid te zijn om dit onderzoek uit te voeren, mocht daar in de toekomst aanleiding voor zijn. Gelet op de leeftijd van [minderjarige] is het van belang dat zij op korte termijn duidelijkheid heeft over haar perspectief. De kinderrechter hoopt dat de ouders zullen kiezen voor hun dochter en wil hen daartoe eerst de kans geven.
Ten overvloede overweegt de kinderrechter het volgende. [minderjarige] wil graag een bijbaan. De kinderrechter verwacht van de ouders dat zij hun toestemming zullen verlenen voor het openen van een bankrekening. Ter zitting is besproken dat de advocaat van de moeder hier zo nodig een bemiddelende rol in kan spelen. Mochten de ouders hun toestemming niet geven, dan kan de gecertificeerde instelling de rechtbank om vervangende toestemming verzoeken.
De kinderrechter verklaart de beslissing uitvoerbaar bij voorraad, zoals is verzocht. Dat wil zeggen dat de beslissing direct geldt, ook als iemand in hoger beroep gaat.
6 De beslissing
De kinderrechter:
stelt [minderjarige] onder toezicht van William Schrikker Stichting Jeugdbescherming en Jeugdreclassering met ingang van 1 juli 2026 tot 1 juli 2027;
verleent een machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] in een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder met ingang van 1 juli 2026 tot 1 januari 2027;
verklaart deze beschikking tot zover uitvoerbaar bij voorraad;
wijst af het meer of anders verzochte.
|
Deze beslissing is gegeven en in het openbaar uitgesproken op 1 juli 2026 door mr. R.G. de Lange-Tegelaar, kinderrechter, in aanwezigheid van T.A.A. Hilhorst als griffier, en op schrift gesteld op 14 juli 2026. |
Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof Den Haag. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:
-
degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
-
andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.