Rechtbank DEN HAAG
Enkelvoudige kamer
Rekestnummer: FA RK 25-7531
Zaaknummer: C/09/692634
Datum beschikking: 25 juni 2026
Omgang, informatieregeling
Beschikking op het op 6 oktober 2025 ingekomen verzoek van:
[de vader] ,
de vader,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
advocaat: mr. G.F. van den Ende te Rotterdam.
Als belanghebbende wordt aangemerkt:
[de moeder] ,
de moeder,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
advocaat: mr. G.O. Perquin te Zoetermeer.
Procedure
De rechtbank heeft kennis genomen van de stukken waaronder:
-
het verzoekschrift, met bijlagen;
-
het verweerschrift, met bijlagen;
-
het aanvullende verzoekschrift, met bijlagen.
De minderjarige [minderjarige] heeft zich in raadkamer uitgelaten over het verzoek.
Op 28 mei 2026 is de zaak ter terechtzitting van deze rechtbank behandeld. Hierbij zijn verschenen:
-
de vader, bijgestaan door zijn advocaat;
-
de moeder, bijgestaan door haar advocaat;
-
[naam] , namens de Raad voor de Kinderbescherming (de Raad).
Feiten
- Partijen hebben een affectieve relatie gehad.
- Zij zijn de ouders van het volgende thans nog minderjarige kind:
- [minderjarige], geboren op [geboortedatum] 2016 te [geboorteplaats] .
- De minderjarige is door de vader erkend.
- De minderjarige heeft de hoofdverblijfplaats bij de moeder.
- De moeder is van rechtswege alleen met het ouderlijk gezag over de minderjarige belast.
- Bij beschikking van 21 maart 2022 is de omgangsregeling van de beschikking van 29 juli 2019 gewijzigd en is bepaald dat de minderjarige bij de vader zal zijn één keer per twee weken anderhalf uur onder begeleiding van het [instelling] , met uitbreiding naar méér of onbegeleid contact indien het [instelling] dat in het belang van [minderjarige] acht en is deze omgangsregeling uitvoerbaar bij voorraad verklaard.
Verzoek en verweer
De vader verzoekt, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad:
-
tot het treffen van een regeling inzake de omgang tussen de vader en de minderjarige, in die zin dat de vader eenmaal in de week op dinsdagmiddag gedurende drie uur omgang kan hebben met [minderjarige] en waarbij [minderjarige] de ene week door de moeder naar de vader zal worden gebracht en de vader [minderjarige] de andere week bij de moeder komt ophalen.
-
te bepalen dat de moeder gehouden is de vader maandelijks uit eigen beweging te informeren omtrent gewichtige aangelegenheden betreffende [minderjarige] , waaronder in ieder geval begrepen school en schoolprestaties, gezondheid en medische aangelegenheden, hulpverlening en overige belangrijke gebeurtenissen en ontwikkelingen in het leven van [minderjarige] .
-
te bepalen dat er naast de door de vader verzochte omgangsregeling, dan wel gedurende de aanloop naar die omgangsregeling, eenmaal per week een videobelcontact zal plaatsvinden tussen de vader en [minderjarige] op een tussen partijen in onderling overleg vast te stellen dag en tijdstip, althans op een door uw rechtbank in goede justitie te bepalen dag en tijdstip.
De moeder voert verweer, welk verweer hierna – voor zover nodig – zal worden besproken, en verzoekt om het verzoek van de vader af te wijzen en de beschikking voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad te verklaren.
Beoordeling
Omgangsregeling
Wettelijk kader
Op grond van artikel 1:377e lid 1 Burgerlijk Wetboek (BW) kan de rechtbank op verzoek van de ouders, van een van hen of van degene die in een nauwe persoonlijke betrekking staat tot het kind een beslissing inzake de omgang alsmede een door de ouders onderling getroffen omgangsregeling wijzigen op grond dat nadien de omstandigheden zijn gewijzigd, of dat bij het nemen van de beslissing van onvolledige of onjuiste gegevens is uitgegaan.
Standpunt vader
De omgang tussen [minderjarige] en de vader conform de omgangsregeling van 21 maart 2022 is in september 2024 geëindigd, omdat de moeder niet langer haar medewerking wilde verlenen aan de begeleide omgang. De moeder heeft in oktober 2024 al het contact met de vader verbroken. De vader heeft tevergeefs gepoogd het contact te herstellen. Het is voor de ontwikkeling van [minderjarige] van groot belang dat hij contact kan onderhouden met de vader. De vader ziet het liefst dat de omgang onbegeleid kan verlopen, maar als het begeleid moet staat de vader daarvoor open.
Standpunt moeder
De moeder heeft zich, vanwege het gewelddadige karakter van de vader, van begin af aan verzet tegen de omgang tussen [minderjarige] en de vader. Na de breuk van de ouders is er omgang geweest tussen [minderjarige] en de vader, maar de moeder dan wel de grootmoeder moederszijde was hierbij altijd aanwezig. De moeder is nog altijd angstig om [minderjarige] alleen te laten met de vader. Door de ervaringen van de begeleide omgang bij het [instelling] wil de moeder niet opnieuw starten met begeleide omgang. [minderjarige] reageerde negatief op deze omgangsmomenten en liet hevig gedrag zien na afloop. Ze vindt omgang met de vader niet goed voor het welzijn van [minderjarige] . De moeder voegt daaraan toe dat een bijkomend bezwaar tegen de begeleide omgang een financiële reden is, omdat zij dan reiskosten zal moeten maken naar de plek waar de omgang zal plaatsvinden en daar heeft ze geen geld voor. Ook videobelmomenten is voor de moeder niet haalbaar. Dit zorgt namelijk voor veel onrust bij [minderjarige] .
Advies Raad
Het is voor [minderjarige] belangrijk dat hij weet wie zijn vader is en dat hij omgang met hem heeft. Het is daarbij van belang dat wordt gekeken wat [minderjarige] aan kan en of dit te dragen is door de moeder. De Raad voegt daaraan toe dat de begeleide omgang op een laagdrempelige en kleine manier moet starten zodat dit bij een positief verloop kan worden uitbreid. Deze laagdrempeligheid is noodzakelijk zodat er niet te veel van de moeder wordt gevraagd en om een nieuwe contactbreuk tussen [minderjarige] en de vader te voorkomen.
Overweging rechtbank
[minderjarige] heeft al ruim anderhalf jaar geen omgang meer met de vader. Daarvoor is er tot september 2024 ruim viereneenhalf jaar structurele begeleide omgang geweest bij het [instelling] . Door het [instelling] zijn destijds doelen opgesteld voor de omgang: de vader begrenst [minderjarige] in zijn gedrag, de vader last tijdens de omgangen een momentje van rust in en de vader stimuleert [minderjarige] op een positieve manier en moedigt hem aan. De begeleide omgang is toendertijd – zonder het behalen van de doelen – door de moeder stopgezet waardoor er sindsdien geen contact meer is tussen [minderjarige] en de vader. De moeder heeft nog altijd zorgen over het gedrag dat de vader in het verleden heeft laten zien. De vader heeft aangegeven een ingewikkelde jeugd te hebben gehad waarin hij onder toezicht heeft gestaan en uit huis is geplaatst op verscheidene locaties. Hij heeft hiervoor de afgelopen jaren hulpverlening ontvangen, gaat nog tweewekelijks naar een psycholoog en start binnen afzienbare tijd met emotieregulatie therapie.
Het is voor de ontwikkeling van [minderjarige] van belang dat hij structureel en onbelast contact kan hebben met zijn beide ouders. Door [minderjarige] is tijdens het kindgesprek de wens uitgesproken om weer contact te hebben met de vader. Aangezien er al langere tijd geen contact is geweest – en dit in het verleden ook begeleid was – is het wenselijk dat de omgang opnieuw begeleid wordt door een hulpverleningsinstantie. Het is op dit moment nu de begeleide omgang nog niet is gestart nog te vroeg voor videobelmomenten, zoals door de vader is verzocht. Ter zitting hebben de ouders de bereidheid uitgesproken om deel te nemen aan het traject Omgangsbegeleiding. De rechtbank acht eens per maand begeleide omgang een passend startpunt. Een verdere uitbreiding in duur en frequentie kan onder regie van de omgangsbegeleiding plaatsvinden. De moeder heeft haar zorgen geuit over de reiskosten die zij zal moeten maken voor de omgangsmomenten. De vader heeft ter zitting aangeboden deze reiskosten te vergoeden. De rechtbank gaat ervan uit dat de vader deze belofte zal nakomen.
De rechtbank zal de ouders in de gelegenheid stellen deel te nemen aan dit traject, zoals blijkt uit het proces-verbaal van doorverwijzing dat aan deze beschikking is gehecht. Dit proces-verbaal is al per email verzonden naar Kenniscentrum Kind en Scheiding voor deelname aan voornoemd traject en/of training en aanmelding bij de betreffende uitvoerende hulpverleningsinstantie. De rechtbank zal (een kennisgeving van) deze beschikking per post zenden aan Kenniscentrum Kind en Scheiding.
Informatieregeling
Wettelijk kader
Op grond van het eerste lid van artikel 1:377b BW is de ouder die met het gezag is belast, gehouden de niet met het gezag belaste ouder op de hoogte te stellen omtrent gewichtige aangelegenheden met betrekking tot de persoon en het vermogen van het kind en deze te raadplegen – zo nodig door tussenkomst van derden – over daaromtrent te nemen beslissingen. Op verzoek van de ouder kan de rechter ter zake een regeling vaststellen.
Standpunt vader
De vader wil informatie ontvangen ten aanzien van de ontwikkeling van [minderjarige] . Daarom verzoekt hij te bepalen dat de moeder gehouden is de vader maandelijks te informeren omtrent gewichtige aangelegenheden betreffende [minderjarige] , waaronder in ieder geval begrepen school en schoolprestaties, gezondheid en medische aangelegenheden, hulpverlening en overige belangrijke gebeurtenissen en ontwikkelingen in het leven van [minderjarige] .
Standpunt moeder
De moeder is bereid eens per half jaar informatie aan de vader te verstrekken. Ze wil geen foto’s sturen van Jahelencio waar zijn gezicht op te zien is, omdat de vader in het verleden zonder toestemming van de moeder foto’s van [minderjarige] op sociale media heeft gezet. Ook zal ze de naam van de school voor de vader geheim houden.
Overwerking rechtbank
De rechtbank zal bepalen dat de moeder de vader iedere eerste dag van de maand schriftelijk informatie zal verschaffen over de ontwikkeling en het welzijn van [minderjarige] , vorderingen op school, informatie over zijn gezondheid, zijn sociale netwerk en activiteiten in de vrije tijd. Het is van belang dat de vader onder meer op de hoogte is van wat er in het leven van [minderjarige] speelt, hoe het met hem gaat en waarin hij geïnteresseerd is zodat hij tijdens de begeleide omgangsmomenten beter kan aansluiten bij [minderjarige] . De moeder zal de vader daarnaast maandelijks twee gelijkende recente kleurenfoto’s van [minderjarige] sturen waarop zijn gezicht te zien. Deze foto’s mogen niet door de vader gedeeld worden op sociale media. Het staat de vader wel vrij om op een respectvolle wijze kort terug te reageren op de moeder en haar eventueel een beknopte vraag te sturen over de inhoud van de informatie.
Beslissing
De rechtbank – met wijzigingen in zoverre van de beschikking van deze rechtbank van
21 maart 2022 – :
*
stelt vast dat de ouders, te weten:
[de vader] ,
de vader,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
en
[de moeder] ,
de moeder,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
bij (aangehecht) proces-verbaal van doorverwijzing zijn verwezen naar(De Rotterdamse omgangsbegeleiding voorziet blijkens haar folder in omgangsbegeleiding voor de duur van in beginsel maximaal zes maanden, overeenkomend met acht à negen contacten.) Kenniscentrum Kind en Scheiding voor deelname aan Omgangsbegeleiding en voor aanmelding bij de uitvoerende hulpverleningsinstantie;
beveelt de griffier binnen twee dagen na heden een afschrift van (de kennisgeving van) deze beschikking te zenden naar:
-
Kenniscentrum Kind en Scheiding, [adres] ;
-
de Raad voor de Kinderbescherming;
bepaalt dat de ouders de rechtbank vóór na te melden pro formadatum informeren over het verloop van voornoemd traject;
bepaalt dat de uitvoerende hulpverleningsinstantie de rechtbank (tussentijds) rapporteert over het verloop van voornoemd traject, met kopie aan beide ouders;
bepaalt dat de griffier binnen één week na ontvangst van de rapportage van een niet positief afgerond traject een afschrift van deze beschikking, de rapportage en de relevante processtukken die na deze beschikking zijn ingekomen aan de Raad voor de Kinderbescherming toestuurt;
verzoekt de Raad voor de Kinderbescherming bij een niet positief verlopen traject na ontvangst van de brief van de rechtbank met de hiervoor genoemde stukken te bezien of raadsonderzoek noodzakelijk is met inachtneming van hetgeen de rechtbank daarover in de overwegingen heeft opgenomen, de rechtbank daarover binnen twee weken te informeren en, indien dat onderzoek noodzakelijk geacht wordt, dit onderzoek te verrichten met het hiervoor omschreven doel en daarover aan de rechtbank te rapporteren en advies uit te brengen;
*
bepaalt dat de moeder met ingang van heden de vader iedere eerste dag van de maand schriftelijk informatie zal verschaffen over de ontwikkeling en het welzijn van [minderjarige] , vorderingen op school, informatie over zijn gezondheid, zijn sociale netwerk en activiteiten in de vrije tijd, en daarbij zal voegen twee goed gelijkende recente kleurenfoto’s van [minderjarige] waarop zijn gezicht goed zichtbaar is en welke foto niet is bewerkt met teksten, en een kopie van het laatste schoolrapport ;
*
verklaart deze beslissing tot zover uitvoerbaar bij voorraad;
*
houdt iedere verdere beslissing ten aanzien van de omgang en het videobelcontact aan tot 1 december 2026 pro forma.
|
Deze beschikking is gegeven door mr. E.D.A. Geleijns, kinderrechter, bijgestaan door mr. I.M. Kroon als griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 25 juni 2026. |
||
|
!NIET VERWIJDEREN, PLAATS VOOR HANDTEKENING SECRETARIS! |
!NIET VERWIJDEREN, PLAATS VOOR HANDTEKENING RECHTER! |
|
|
!NIET VERWIJDEREN, PLAATS VOOR STEMPELS! |