Rechtbank DEN HAAG
Enkelvoudige Kamer
Rekestnummer: FA RK 25-8207
Zaaknummer: C/09/693843
Datum beschikking: 23 juni 2026
Gezag en verdeling van de zorg- en opvoedingstaken c.q. omgang
Beschikking op het op 30 oktober 2025 ingekomen verzoekschrift van:
[de moeder] ,
de moeder,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
advocaat: mr. S. Salhi in Rijswijk.
Als belanghebbende wordt aangemerkt:
[de vader] ,
de vader,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
advocaat: mr. E.D. Radenovska in ’s-Gravenhage.
Procedure
De rechtbank heeft kennisgenomen van de stukken, waaronder:
-
het verzoekschrift, met bijlagen;
-
het verweerschrift met zelfstandig verzoek;
-
het bericht van 8 december 2025 van de moeder, met bijlagen;
-
de checklist Wijkrechtspraak van 6 januari 2026 van de vader.
Op 26 mei 2026 is de zaak op de zitting van deze rechtbank – in het kader van het project Wijkrechtspraak in het [wijkgebouw] – behandeld. Hierbij zijn verschenen:
-
de moeder bijgestaan door haar advocaat en een tolk;
-
de vader bijgestaan door zijn advocaat en een tolk.
Feiten
-
De moeder en de vader zijn met elkaar gehuwd geweest van [datum 1] 2017 tot [datum 2] 2022.
-
Zij zijn de ouders van de volgende minderjarige kinderen:
-
[de minderjarige 1] , geboren op [geboortedatum 1] 2019 in [geboorteplaats] ;
-
[de minderjarige 2] , geboren op [geboortedatum 2] 2020 in [geboorteplaats] .
-
De ouders oefenen gezamenlijk het gezag uit over de kinderen.
-
De kinderen wonen bij de moeder.
-
Bij beschikking van 22 maart 2022 van deze rechtbank – voor zover hier relevant – is de echtscheiding tussen de ouders uitgesproken en is de door de ouders getroffen onderlinge regeling van hun betrekkingen na de echtscheiding neergelegd in het (in fotokopie) aan die beschikking gehechte ouderschapsplan, opgenomen.
-
Bij proces-verbaal van de behandeling in kort geding op 23 maart 2023 zijn de ouders – voor zover hier relevant – ter beëindiging van hun geschil het volgende overeengekomen:
“
-
De zorgregeling zoals overeengekomen in het ouderschapsplan zal worden gewijzigd. De kinderen zullen met ingang van het weekend van vrijdag 31 maart 2023 bij de vader zijn elk weekend van vrijdag 18.00 uur tot maandagochtend naar school of peuterspeelzaal. De vakantieregeling blijft ongewijzigd. Verder geldt dat als de ouders geen andere afspraken maken de reguliere zorgregeling doorloopt in de vakanties, met dien verstande dat in de komende meivakantie de vader de kinderen op zondagavond om 19.00 uur bij de moeder zal brengen.
-
De ouders zullen zich aanmelden voor ouderschapsbemiddeling. De ambulant begeleidster van de moeder (verbonden aan Talenty) zal zorgdragen voor aanmelding van de ouders. De ouders verlenen daar hun medewerking aan.
(…)”
-
Bij vonnis in kort geding van 5 december 2024 – voor zover hier relevant – is de vader veroordeeld tot nakoming van de zorgregeling, zoals opgenomen in het proces-verbaal in kort geding van 23 maart 2023, en zijn de ouders verwezen naar het Kenniscentrum Kind en Scheiding voor deelname aan (zoals op de zitting is verduidelijkt) het traject Ouderschapsbemiddeling.
-
Bij beschikking van 16 april 2025 van deze rechtbank – voor zover hier relevant – is aan de moeder toestemming verleend, die de toestemming van de vader vervangt, voor verblijf in Luxemburg met de kinderen in de periode van 25 april 2025 tot en met 5 mei 2025.
-
Bij beschikking van 11 juli 2025 van deze rechtbank – voor zover hier relevant – is aan de moeder toestemming verleend, die de toestemming van de vader vervangt, voor het reizen naar en verblijven in Luxemburg, België, Duitsland en Frankrijk met de kinderen in de periode van 19 juli 2025 tot en met 31 augustus 2025.
-
Bij beschikking van 1 april 2026 van deze rechtbank – voor zover hier relevant – is aan de moeder toestemming verleend, die de toestemming van de vader vervangt, voor het reizen naar en verblijven in Luxemburg, België, Duitsland en Frankrijk met de kinderen in de periode van 24 april 2026 tot en met 10 mei 2026 en voor het aanvragen van een paspoort voor Adam.
Verzoek en verweer
De moeder verzoekt, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad, te bepalen dat zij voortaan alleen belast zal zijn met het gezag over de kinderen.
De vader heeft verweer gevoerd, dat hierna – voor zover nodig – zal worden besproken. Daarnaast verzoekt de vader zelfstandig, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad:
-
primair: de huidige zorgregeling te wijzigen en een co-ouderschapsregeling vast te stellen, waarbij de kinderen de eerste week drie dagen en de volgende week vier dagen bij de vader zullen zijn; daarnaast zal het ene kind bij de vader en het andere kind bij de moeder haar/zijn hoofdverblijfplaats hebben en de vakanties en feestdagen worden door de helft in onderling overleg verdeeld;
-
subsidiair: de huidige zorgregeling te wijzigen en vast te stellen dat de kinderen elke zondag van 8.00 uur tot en met 20.00 uur bij de vader zijn, waarbij de vader de kinderen bij de moeder thuis ophaalt en terugbrengt; de vakanties en feestdagen worden door de helft in onderling overleg verdeeld;
-
althans een dusdanige beslissing te nemen als de rechtbank in goede justitie verneemt te behoren.
De moeder heeft mondeling verweer gevoerd, dat hierna – voor zover nodig – zal worden besproken.
Beoordeling
Eenhoofdig gezag
De moeder vindt dat zij voortaan alleen belast moet worden met het gezag over de
kinderen, omdat er sprake is van een onaanvaardbaar risico dat de kinderen klem of
verloren zullen raken tussen de ouders en er niet te verwachten is dat hier binnen
afzienbare tijd verandering in zal komen dan wel dat wijziging van het gezag anderszins
in het belang van de kinderen noodzakelijk is. De ouders zijn niet in staat om samen gezagsbeslissingen over de kinderen te nemen. Tussen de ouders is geen communicatie mogelijk. Als er wel communicatie is, ervaart de moeder dit als zeer belastend, omdat dit steevast leidt tot onrust en ruzies. Vanwege de houding van de vader, kan de moeder zaken – zoals het aanvragen van paspoorten of het plannen van vakanties – niet bespreken. Om met de kinderen te kunnen reizen zijn er in het afgelopen jaar meerdere juridische procedures noodzakelijk geweest.
De vader stelt zich op het standpunt dat het verzoek van de moeder moet worden afgewezen. Volgens de vader bestaat er geen onaanvaardbaar risico dat de kinderen klem of verloren zouden raken tussen de ouders en is een wijziging van het gezag niet noodzakelijk en niet in het belang van de kinderen. Als het gezag van de vader beëindigd wordt, dan zullen de kinderen van de mogelijkheid worden beroofd om de relatie met hun vader nader op te bouwen. De vader betwist verder dat hij gezagsbeslissingen heeft geblokkeerd. Integendeel, hij heeft alle beslissingen van de moeder juist geaccepteerd. Verder is de communicatie tussen de ouders een gezamenlijke verantwoordelijkheid van de ouders.
Op grond van artikel 1:253n van het Burgerlijk Wetboek (BW) kan de rechtbank het gezamenlijk gezag op verzoek van de niet met elkaar gehuwde ouders of één van hen beëindigen, indien nadien de omstandigheden zijn gewijzigd of bij het nemen van de beslissing van onjuiste of onvolledige gegevens is uitgegaan. Op grond van lid 2 van dit artikel zijn de gronden van artikel 1:251a lid 1 en lid 3 BW van overeenkomstige toepassing. Het gezamenlijk gezag kan dus worden beëindigd, als a) er een onaanvaardbaar risico is dat de kinderen klem of verloren zouden raken tussen de ouders en niet te verwachten is dat hierin binnen afzienbare tijd voldoende verbetering zou komen, of b) wijziging van het gezag anderszins in het belang van de kinderen noodzakelijk is.
De rechtbank concludeert dat er sprake is van gewijzigde omstandigheden. De communicatie tussen de ouders is verslechterd en de vader heeft de kinderen al geruime tijd niet meer gezien. De moeder is daarom ontvankelijk in haar verzoek om te bepalen dat zij voortaan alleen belast zal zijn met het gezag over de kinderen.
De rechtbank stelt voorop dat het wettelijk uitgangspunt is dat het gezag over kinderen door de ouders gezamenlijk wordt uitgeoefend. Voor gezamenlijk gezag is wel vereist dat de ouders daadwerkelijk in staat zijn tot een behoorlijk overleg over zaken die de kinderen aangaan en dat zij beslissingen van enig belang over hun kinderen in gezamenlijk overleg kunnen nemen, althans in staat zijn afspraken te maken over situaties die zich rond de kinderen (kunnen) voordoen. De rechtbank is van oordeel dat de ouders hier niet toe in staat zijn en de rechtbank licht dit als volgt toe.
Het is de rechtbank gebleken dat de ouders niet goed met elkaar communiceren over de kinderen. Na de echtscheiding is de onderlinge communicatie en het onderlinge vertrouwen tussen de ouders de afgelopen jaren steeds verder verstoord geraakt. Om dit te verbeteren zijn de ouders in december 2024 in kort geding door de voorzieningenrechter verwezen naar het traject Ouderschapsbemiddeling. De ouders zijn in november 2025 bij YOEP gestart met dit traject. Dit heeft tot op heden niet tot een verbetering van de onderlinge communicatie of het onderlinge vertrouwen geleid. De ouders leggen de schuld daarvan bij de ander. Daarnaast is de rechtbank gebleken dat de moeder regelmatig met de kinderen op vakantie gaat, dan wel wil gaan, en dat dit tot discussies tussen de ouders leidt. De moeder heeft zich de afgelopen jaren meermaals tot de rechtbank moeten wenden om vervangende toestemming te krijgen. Daarbij heeft de vader op dit moment zijn toestemming (nog) niet verleend voor een vakantie met de kinderen in de zomer van 2026. De ouders verschillen ook hier van mening over wat de onderliggende reden hiervan is.
Gelet op het voorgaande is de rechtbank van oordeel dat ouders niet in staat zijn constructief overleg te voeren en samen gezagsbeslissingen te nemen waardoor er een risico bestaat dat de kinderen klem of verloren zullen raken tussen de ouders als het gezamenlijk gezag in stand blijft. Het is daarom in het belang van de kinderen dat de moeder alleen het gezag over hen uitoefent. De rechtbank ziet geen perspectief op verbetering van de verstandhouding tussen ouders. De situatie is al langere tijd onveranderd en het traject Ouderschapsbemiddeling heeft ook niet tot verbetering geleid. De rechtbank zal het verzoek van de moeder toewijzen en haar belasten met het eenhoofdig gezag over de kinderen.
Deze beslissing brengt met zich dat de moeder als gezaghebbende ouder voortaan op grond van artikel 1:377b BW gehouden is om de vader te informeren over belangrijke aangelegenheden met betrekking tot de kinderen. Dit betekent onder meer dat de moeder de vader moet informeren waar zij precies met de kinderen op vakantie gaat en naar waar zij te zijner tijd met de kinderen in de regio Haaglanden naar toe zal verhuizen. De rechtbank geeft de moeder mee om de vader per e-mail te informeren.
Omdat de moeder voortaan met het eenhoofdig gezag over de kinderen wordt belast, wordt in het vervolg van deze beschikking gesproken over de omgang(sregeling).
Omgang
Na de omgangsregeling met de ouders op de zitting te hebben besproken is de zitting voor korte duur geschorst om de ouders in de gelegenheid te stellen om met behulp van hun advocaten een omgangsregeling tussen de vader en de kinderen overeen te komen. Dit is de ouders gelukt. De ouders zijn overeengekomen dat de kinderen iedere zondag na zwemles tot zondagavond 19.00 uur bij de vader zullen zijn. De vader haalt de kinderen dan tussen 10.30 uur en 11.00 uur bij de moeder op en brengt de kinderen om 19.00 uur naar de moeder terug. Deze reguliere omgangsregeling loopt door in de schoolvakanties, met uitzondering van de zomervakantie, de kerstvakantie en de meivakantie. In de kerst- en de zomervakantie zullen de kinderen de eerste week bij de vader zijn en in de meivakantie de eerste helft van de vakantie. De rechtbank zal aldus beslissen en het meer of anders verzochte afwijzen.
De vader heeft aan het einde van de zitting aangegeven dat omgang met de kinderen voor hem niet hoeft als hij geen gezag meer zou hebben. De rechtbank heeft de stellige indruk dat de vader dit enkel in emotie en opwelling heeft gezegd. Hij had immers eerder op de zitting nog verklaard afstand van het gezag te willen doen als dat betekent dat hij weer omgang met de kinderen zou hebben. De rechtbank heeft de vader voorgehouden dat omgang met zijn kinderen zwaarder moet wegen dan het gezamenlijk gezag. De rechtbank verwacht dan ook dat de vader de omgangsregeling in het belang van de kinderen structureel zal nakomen. Het zou namelijk zeer schadelijk voor de kinderen zijn als het contact eerst wordt hersteld en vervolgens weer verbroken wordt.
De rechtbank komt niet toe aan een beoordeling van het verzoek van de vader om bij een co-ouderschapsregeling te bepalen dat het ene kind de hoofdverblijfplaats bij de vader zal hebben en het andere kind bij de moeder. Dat verzoek zal de rechtbank afwijzen.
BeslissingDe rechtbank:
*
bepaalt dat voortaan alleen aan de moeder het gezag zal toekomen over de minderjarige kinderen:
-
[de minderjarige 1] , geboren op [geboortedatum 1] 2019 in [geboorteplaats] ;
-
[de minderjarige 2] , geboren op [geboortedatum 2] 2020 in [geboorteplaats] ;
*
– met wijziging in zoverre van het proces-verbaal van de behandeling in kort geding op 23 maart 2023 van deze rechtbank – :
bepaalt dat de kinderen bij de vader zullen zijn:
-
iedere week op zondag na de zwemles tot 19.00 uur, waarbij de vader de kinderen tussen 10.30 uur en 11.00 uur bij de moeder ophaalt en de kinderen om 19.00 uur bij de moeder terugbrengt;
-
de eerste week van de kerst- en zomervakantie en de eerste helft van de meivakantie;
-
in de overige vakanties conform de reguliere omgangsregeling op zondag;
*
verklaart deze beschikking tot zover uitvoerbaar bij voorraad;
*
wijst af het meer of anders verzochte.
|
Deze beschikking is gegeven door mr. A.S. Perniciaro, kinderrechter, in tegenwoordigheid van mr. S. Sluijmer als griffier, en uitgesproken op de openbare zitting van 23 juni 2026. |