ECLI:NL:RBDHA:2026:19138

Datum uitspraak
10-06-2026
Instantie
Rechtbank Den Haag
Rechtsgebied
Civiel recht; Personen- en familierecht
Zaaknummer
C/09/692628 / FA RK 25-7527
Type
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Toewijzing eenhoofdig gezag en daarmee afwijzing verzoek vervangende toestemming vakantie. Geen verweer vader.

Wetsartikelen die in deze uitspraak worden aangehaald

Uitspraak

Rechtbank DEN HAAG

Enkelvoudige kamer

Rekestnummer: FA RK 25-7527

Zaaknummer: C/09/692628

Datum beschikking: 10 juni 2026

Gezag en vervangende toestemming vakantie

Beschikking op het op 6 oktober 2025 ingekomen verzoek van:

[de moeder] ,

de moeder,

wonende op een bij de rechtbank bekend adres,

advocaat: mr. M.S. Odink te ’s-Gravenhage .

Als belanghebbende wordt aangemerkt:

[de vader] ,

de vader,

wonende op een bij de rechtbank bekend adres.

Procedure

De rechtbank heeft kennisgenomen van de stukken, waaronder:

  • het verzoekschrift, met bijlagen;

  • het F9-formulier van 10 oktober 2025 van de zijde van de moeder, met bijlage;

  • het F9-formulier van 7 april 2026 van de zijde van de moeder, met in de bijlage een aanvullend verzoekschrift;

Op 13 mei 2026 is de zaak op zitting van deze rechtbank behandeld. Hierbij zijn verschenen:

­ de moeder, bijgestaan door haar advocaat;

­ [naam] namens de Raad voor de Kinderbescherming.

De vader is, hoewel behoorlijk opgeroepen, niet verschenen.

De minderjarige [minderjarige] heeft zich in raadkamer uitgelaten over het verzoek.

Feiten

  • Partijen zijn gehuwd op [datum 1] 2010 te [plaats] (Tunesië).

  • Het huwelijk van partijen is ontbonden op [datum 2] 2019.

  • Zij zijn de ouders van het volgende nog minderjarige kind:

- [minderjarige] , geboren op [geboortedatum 1] 2013 te [geboorteplaats] .

  • [minderjarige] heeft de hoofdverblijfplaats bij de moeder.

  • Partijen oefenen het gezamenlijk gezag over [minderjarige] uit.

  • Bij beschikking van rechtbank Overijssel van 10 december 2018 is – voor zover hier aan de orde – de echtscheiding uitgesproken tussen de ouders.

Verzoek en verweer

Het verzoekschrift strekt primair tot beëindiging van het gezamenlijk gezag, in die zin dat de moeder verzoekt haar met het eenhoofdig gezag te belasten. Daarnaast verzoekt de moeder subsidiair aan haar toestemming te verlenen, welke de toestemming van de vader vervangt, om met [minderjarige] naar Tanzania en Zanzibar te reizen van 17 juli 2026 tot en met 3 augustus 2026,

een en ander voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad en kosten rechtens.

De vader heeft geen verweer gevoerd.

Beoordeling

Gezag

Wettelijk kader

Het wettelijk uitgangspunt is dat ouders na uiteengaan gezamenlijk het gezag over de kinderen blijven uitoefenen. Op grond van artikel 1:253n van het Burgerlijk Wetboek (BW) kan de rechtbank het gezamenlijk gezag op verzoek van de niet met elkaar gehuwde ouders of één van hen beëindigen, indien nadien de omstandigheden zijn gewijzigd of bij het nemen van de beslissing van onjuiste of onvolledige gegevens is uitgegaan. Het gezamenlijk gezag kan worden beëindigd indien er een onaanvaardbaar risico is dat het kind klem of verloren zou raken tussen de ouders en niet te verwachten is dat hierin binnen afzienbare tijd voldoende verbetering zou komen, of indien wijziging van het gezag anderszins in het belang van het kind noodzakelijk is.

Inhoudelijke beoordeling

Ter onderbouwing van haar verzoek stelt de moeder dat zij al geruime tijd het gezag feitelijk alleen uitoefent, aangezien er al bijna drie jaar geen contact meer is tussen de vader en [minderjarige] . Ook tussen de vader en de moeder is er geen enkel contact. Het contact dat daarvoor plaatsvond, leidde volgens de moeder regelmatig tot spanningen en angst bij [minderjarige] . Zelf heeft [minderjarige] duidelijk bij de rechtbank aangegeven geen contact meer te willen met haar vader. De moeder stelt dat het betrekken van de vader bij gezagsbeslissingen zal leiden tot veel onrust bij [minderjarige] . De vader is bovendien niet op de hoogte van wat [minderjarige] bezighoudt en hoe zij zich ontwikkelt. De moeder stelt dat onder deze omstandigheden zij niet in staat is om met de vader in overleg (gezags)beslissingen te nemen of om afspraken met elkaar te maken. Om in het belang van [minderjarige] gezagsbeslissingen te kunnen nemen, verzoekt de moeder met het eenhoofdig gezag belast te worden.

De Raad heeft tijdens de zitting aangegeven te begrijpen dat de moeder dit verzoek doet en noemde het tekenend dat de vader niet op de zitting is verschenen. Ook merkte de Raad op dat het erop lijkt dat de vader zelf heeft besloten geen contact meer te hebben, aangezien de moeder het contact niet probeert tegen te houden.

Uit de stukken en uit hetgeen tijdens de zitting is besproken volgt dat er nu bijna drie jaar geen contact is tussen de vader en [minderjarige] , noch fysiek, noch telefonisch of op andere wijze. De vader heeft daardoor geen zicht op wat zich in haar leven afspeelt. Ook geeft de vader er geen blijk van betrokken te willen zijn in haar leven.

Naast [minderjarige] heeft ook de moeder al drie jaar geen contact meer met de vader, wat maakt dat een noodzakelijke minimale basis voor het gezamenlijk nemen van gezagsbeslissingen ontbreekt. Er is geen aanleiding om te verwachten dat deze situatie binnen afzienbare tijd verandert. Het nemen van gezamenlijke (gezags)beslissingen over [minderjarige] , zoals in de nabije toekomst de keuze voor een middelbare school, is daardoor niet mogelijk.

De rechtbank acht het in het belang van [minderjarige] noodzakelijk dat de moeder voortaan beslissingen alleen kan nemen. De rechtbank zal daarom het verzoek van de moeder toewijzen en bepalen dat zij voortaan belast is met het eenhoofdig gezag over [minderjarige] .

Vervangende toestemming vakantie

Wettelijk kader

Op grond van artikel 1:253a BW kan de moeder aan de rechtbank vervangende toestemming vragen om met [minderjarige] op vakantie te gaan naar het buitenland. De rechtbank neemt daarbij een zodanige beslissing als haar in het belang van het kind wenselijk voorkomt.

Inhoudelijke beoordeling

Omdat het primaire verzoek van de moeder zal worden toegewezen en de moeder dus wordt belast met het eenhoofdig gezag, komt de rechtbank niet toe aan de beoordeling van het subsidiaire verzoek over vervangende toestemming voor de vakantie naar Tanzania en Zanzibar. Voor het afreizen naar het buitenland heeft de moeder de vervangende toestemming van de rechtbank niet meer nodig.

Proceskosten

Gelet op het feit dat het hier een procedure van familierechtelijke aard betreft, zal de rechtbank de proceskosten compenseren als hierna vermeld.

BeslissingDe rechtbank:

*

bepaalt dat voortaan alleen aan de moeder, [de moeder] , geboren op [geboortedatum 2] 1983 te [geboorteplaats] , het gezag zal toekomen over de minderjarige:

- [minderjarige] , geboren op [geboortedatum 1] 2013 te [geboorteplaats] ;

*

verklaart deze beschikking tot zover uitvoerbaar bij voorraad;

*

bepaalt dat iedere partij de eigen proceskosten draagt;

*

wijst af het meer of anders verzochte.

Deze beschikking is gegeven door mr. A.P. de Klerk, kinderrechter, bijgestaan door mr. T.A.L. Ravenhorst als griffier, en uitgesproken op de openbare zitting van 10 juni 2026.

Andere uitspraken die naar dezelfde wetsartikelen verwijzen

Tekst: Rechtspraak.nl (gepseudonimiseerd). Links naar wetsartikelen en uitspraken zijn toegevoegd door wetboek.org. Origineel op uitspraken.rechtspraak.nl »