RECHTBANK DEN HAAG
Kantonrechter
Zittingsplaats Den Haag
MvE (C)
Zaak-/rekestnummer: 12078041 \ RP VERZ 26-50116
Beschikking van 30 juni 2026
in de zaak van
[verzoekster] te [woonplaats],
verzoekende partij,
hierna te noemen: [verzoekster],
gemachtigde: mr. N.M. Fakiri,
tegen
DUDE GOED CIRCULAIR B.V. te Rijswijk,
verwerende partij,
hierna te noemen: Dude Goed,
procederend in persoon.
1 De procedure
Het verloop van de procedure blijkt uit het verzoekschrift van 28 januari 2026 en
de mondelinge behandeling van 2 juni 2026.
Op de mondelinge behandeling was [verzoekster] aanwezig samen met mr. Z. Eker, kantoorgenoot van mr. Fakiri. Namens Dude Goed was aanwezig de heer [naam], directeur van de onderneming.
De beschikking is bepaald op vandaag.
2 De feiten
[verzoekster], geboren [geboortedatum] 1966, is sinds 1 maart 2021 in dienst bij (de rechtsvoorganger van) Dude Goed. Zij heeft een dienstverband voor onbepaalde tijd. De functie van [verzoekster] is kassamedewerker met een brutoloon van (momenteel) € 1.705,90 per maand.
[verzoekster] is na een ziekmelding al meer dan 104 weken niet werkzaam.
Op 24 oktober 2024 heeft het UWV aan Dude Goed een loonsanctie opgelegd, inhoudende dat het loon tot 29 december 2026 moet worden doorbetaald. Volgens het UWV heeft Dude Goed niet voldaan aan haar re-integratieverplichtingen.
Op 4 december 2025 heeft Dude Goed aan [verzoekster] gemeld dat zij per 1 december 2025 niet meer in dienst is. Dude Goed had geen toestemming van het UWV om de arbeidsovereenkomst op te zeggen.
3 Het verzoek en het verweer
[verzoekster] verzoekt primair dat de kantonrechter de opzegging van de arbeidsovereenkomst vernietigt. Subsidiair verzoekt zij om toekenning van onder meer de transitievergoeding en een billijke vergoeding.
Dude Goed heeft op de mondelinge behandeling naar voren gebracht dat de onderneming in financieel zwaar weer verkeert en dat mede om die reden de re-integratie onvoldoende vorm heeft gekregen.
4 De beoordeling
Gelet op de ziekmelding en de loonsanctie van het UWV kon Dude Goed de arbeidsovereenkomst niet opzeggen (artikel 7:670 lid 1 aanhef sub a en lid 11 aanhef sub c BW). Bovendien had Dude Goed geen toestemming van het UWV om de arbeidsovereenkomst op te zeggen (artikel 7:671a lid 1 BW). Daarom is de opzegging niet rechtsgeldig. De moeizame financiële positie van Dude Goed maakt dat niet anders. Het primaire verzoek tot vernietiging van de opzegging is toewijsbaar.
Dude Goed is de in het ongelijk gestelde partij. Daarom moet zij de proceskosten betalen. Die kosten worden aan de zijde van [verzoekster] begroot op € 813,00 (€ 93,00 aan griffierecht, € 576,00 aan salaris gemachtigde (2 punten van € 288,00) en € 144,00 aan nakosten), plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing. De gevorderde wettelijke rente over de proceskosten wordt toegewezen zoals vermeld in de beslissing.
5 De beslissing
De kantonrechter:
vernietigt de opzegging van de arbeidsovereenkomst;
veroordeelt Dude Goed in de proceskosten van € 813,00 te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als Dude Goed niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en de beschikking daarna wordt betekend;
veroordeelt Dude Goed tot betaling van de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW over de proceskosten als deze niet binnen veertien dagen na aanschrijving zijn betaald;
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.
Deze beschikking is gegeven door mr. M.P.C. van Essen en in het openbaar uitgesproken op 30 juni 2026.