RECHTBANK AMSTERDAM
Afdeling privaatrecht
kantonrechter: mr. L. van Berkum
zaaknummer: 12224504 WM VERZ 26-5722
beslissing van: 6 oktober 2026
func.: 43837
Afschrift van de aantekening in het proces-verbaal van de openbare zitting van 6 oktober 2026 inzake het beroep ingevolge de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (verder: de Wahv) van:
Sharing Matters B.V.
[adres]
verder: betrokkene
namens wie beroep is ingesteld door:
Appjection B.V.
mr. M. Lagas
verder: gemachtigde
welk beroep is ingesteld bij verzoekschrift, ingekomen bij de CVOM te Utrecht op 22 januari 2026 en is gericht tegen de beslissing van 17 december 2025 van de officier van justitie (verder: verweerder) ten aanzien van betrokkene.
CJIB-nummer: [nummer]
VERLOOP VAN DE PROCEDURE
Aan betrokkene is bij beschikking van 10 april 2025 (verder: de inleidende beschikking) een sanctie in het kader van de Wahv opgelegd. Namens betrokkene heeft gemachtigde tegen de inleidende beschikking beroep ingesteld bij verweerder. Deze heeft dat beroep kennelijk ongegrond verklaard. Tegen die beslissing heeft gemachtigde vervolgens beroep ingesteld bij de kantonrechter. Verweerder heeft de op de zaak betrekking hebbende gegevens overgelegd. Het beroep is behandeld op de openbare zitting van 6 oktober 2026. Partijen zijn voor deze zitting opgeroepen.
Namens gemachtigde is de heer [naam] ter zitting verschenen.
Ter zitting heeft verweerder gereageerd op de inhoud van het beroepschrift. Verweerder heeft geconcludeerd dat het beroep ongegrond is.
GRONDEN VAN DE BESLISSING
1. Aan betrokkene is bij de inleidende beschikking wegens een verkeersgedraging een administratieve sanctie opgelegd ingevolge de Wahv. Betrokkene wordt verweten dat met het motorvoertuig, met kenteken [kenteken] , waarvoor betrokkene als kentekenhouder aansprakelijk is, de maximum snelheid op autosnelwegen is overschreden met 4 km/h (verkeersbord A1). Deze gedraging is door middel van trajectcontrole geconstateerd op 30 maart 2025 om 21:57 uur op de Rijksweg A10 rechts te Amsterdam.
2. Het beroep is tijdig ingesteld.
3. Gemachtigde voert tegen de beslissing van verweerder aan dat er een bedrijfsmatige aangegane huurovereenkomst is ingebracht van minder dan drie maanden, waaruit blijkt wie de huurder van het onderhavige voertuig was.
Naar aanleiding van een verzuimbrief, waarin verweerder aan gemachtigde verzoekt het volledige adres van de huurder aan te leveren, stelt gemachtigde in een brief van 8 december 2025 dat alle bewijsstukken die benodigd zijn volgens wet- en regelgeving aan verweerder zijn verstuurd. Er is een huurovereenkomst overgelegd met het rijbewijsnummer en de geboortedatum van de huurder. Het Openbaar Ministerie moet aan de hand van deze gegevens in staat zijn om de actuele en correcte adresgegevens van betrokkene te verifiëren, zodat de boete op naam van de huurder kan worden gesteld.
Namens betrokkene wordt verzocht om het beroep gegrond te verklaren en een proceskostenvergoeding toe te kennen.
4. Op de zitting geeft gemachtigde aan dat niet de volledige gegevens van de huurder zijn overgelegd. Gemachtigde refereert zich daarom aan het oordeel van de kantonrechter.
5. Verweerder stelt zich ter zitting op het standpunt dat het beroep ongegrond dient te worden verklaard, omdat de boete niet verlegd kan worden, nu de gegevens van de huurder niet volledig zijn.
6. Het volgende wordt overwogen.
7. De feitelijke gedraging staat niet ter discussie. Namens betrokkene wordt de gedraging niet betwist zodat, mede gelet op de verklaring van de verbalisant en de in het geding gebrachte foto’s, van de juistheid daarvan wordt uitgegaan.
8. In artikel 8 aanhef en onder b Wahv is – kort gezegd – bepaald dat verweerder de sanctie aan de verhuurder van het motorrijtuig vernietigt en op kan leggen aan de huurder, als uit de voor een termijn van ten hoogste drie maanden schriftelijk bedrijfsmatig aangegane huurovereenkomst blijkt wie ten tijde van de gedraging de huurder was. Het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden heeft overwogen dat de strekking van artikel 8 aanhef en onder b Wahv meebrengt dat de huurder voldoende identificeerbaar moet zijn om verweerder in de gelegenheid te stellen de sanctie op te leggen aan de huurder. En dat hieraan wordt voldaan als uit de huurovereenkomst de naam van de huurder en het volledige adres blijkt (ECLI:NL:GHARL:2016:3156). Als geen volledig adres uit de huurovereenkomst blijkt of het adres niet blijkt te horen bij de naam of anderszins niet blijkt te kloppen, geldt dat de naam van de huurder in combinatie met het Nederlands rijbewijsnummer toereikend is. Uit rechtspraak van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden volgt immers dat verweerder hiermee de adresgegevens van de huurder kan achterhalen (o.a. het arrest met nummer ECLI:NL:GHARL:2022:1626). Dit geldt echter niet voor houders van een buitenlands rijbewijs, omdat verweerder niet aan de hand van buitenlandse rijbewijzen adresgegevens in het buitenland kan achterhalen. In het geval van een huurder met een buitenlands rijbewijs moeten dus minimaal de naam van de huurder en het volledige adres worden aangeleverd. Dat is in de onderhavige zaak niet het geval. Het huisnummer ontbreekt namelijk. Ondanks het verzoek van verweerder om deze gegevens nog nader in te brengen, heeft gemachtigde hieraan geen gehoor gegeven en gesteld dat de gegevens compleet zijn. Echter zonder dat er een huisnummer bij het adres is vermeld, kan de boete niet worden verlegd naar de huurder. Het beroep wordt derhalve ongegrond verklaard.
Ten aanzien van de proceskostenvergoeding:
9. Gelet op de uitkomst van de procedure wordt voor een toekenning van een proceskostenvergoeding, zoals namens betrokkene is verzocht, geen aanleiding gezien.
10. Daarom wordt beslist als volgt.
BESLISSING
De kantonrechter:
-
verklaart het beroep ongegrond;
-
wijst het verzoek om een proceskostenvergoeding af.
De griffier De kantonrechter
Datum verzending
Bent u het met deze beslissing niet eens, dan kunt u binnen zes weken na de hierboven vermelde datum van verzending van deze beslissing hoger beroep instellen bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, maar alleen indien de als gevolg van deze beslissing te betalen administratieve sanctie meer dan € 110,00 bedraagt. Het beroepschrift dient schriftelijk (niet per e-mail) te worden ingediend bij rechtbank Amsterdam, afdeling privaatrecht, team kanton, postbus 70515, 1007 KM, Amsterdam en dient door degene die het beroep instelt of een gemachtigde te worden ondertekend. De procedure bij het gerechtshof verloopt schriftelijk, tenzij in het beroepschrift uitdrukkelijk om een mondelinge behandeling wordt gevraagd.