RECHTBANK NOORD-NEDERLAND
Zittingsplaats Leeuwarden
Bestuursrecht
beschikkingsnummer: 273616785
zaaknummer: 12016605 BU VERZ 25-2575
proces-verbaal van de mondelinge uitspraak gedaan op de openbare zitting van 14 september 2026
in de zaak van
[betrokkene] (de betrokkene),
die woont in [woonplaats] .
Inleiding
1. Aan betrokkene is een boete opgelegd op grond van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv). De verkeersovertreding waarvoor de boete is opgelegd is: ‘8 km per uur harder rijden dan mag op een (auto)weg buiten de bebouwde kom’, verricht op 3 mei 2025, om 12:38 uur, op de N381 rechterkant, van [woonplaats] naar Donkerbroek in Wijnjewoude, met een aanhanger/oplegger (90 km/h) achter motorvoertuig, met kenteken [kenteken] . De opgelegde boete bedraagt € 103,00 (inclusief administratiekosten).
Betrokkene heeft tegen de boete beroep ingesteld bij de officier van justitie. Deze heeft het beroep ongegrond verklaard. Tegen die beslissing heeft betrokkene beroep ingesteld bij de kantonrechter.
De kantonrechter heeft het beroep op 14 september 2026 op de zitting behandeld. Daarbij waren aanwezig: betrokkene en als vertegenwoordigster van de officier van justitie mr. S.J. Roelofs.
Na afloop van de behandeling heeft de kantonrechter onmiddellijk uitspraak gedaan.
Beoordeling door de kantonrechter
Beslissing
2. De kantonrechter beoordeelt het beroep aan de hand van de beroepsgronden van betrokkene. Hij oordeelt dat het beroep ongegrond is. De kantonrechter zal hierna uitleggen waarom hij dat doet.
Standpunten
3. Betrokkene voert aan dat hij de aanhanger aan zijn zoon had verhuurd en daarom niet aansprakelijk kan worden gesteld voor een overtreding die hij niet zelf heeft veroorzaakt. Hij heeft een leenovereenkomst aan het dossier toegevoegd. Daarnaast stelt betrokkene dat een voertuig een vervoermiddel is dat zich over land verplaatst en wordt aangedreven door mechanische kracht. Een aanhangwagen valt volgens hem niet onder deze categorie, omdat deze aan een voertuig wordt gekoppeld.
4. De vertegenwoordigster is van mening dat het beroep ongegrond moet worden verklaard.
Overwegingen
Kan de gedraging worden vastgesteld?
5. In zaken op grond van de Wahv is de verklaring van de verbalisant in het zaakoverzicht in beginsel voldoende voor het vaststellen van de verkeersovertreding, tenzij concrete omstandigheden worden aangevoerd die aanleiding geven tot twijfel.
6. De kantonrechter oordeelt dat de gedraging kan worden vastgesteld. Artikel 5a van de Wahv bepaalt dat als een overtreding is begaan met een motorrijtuig dat een aanhangwagen trekt en niet direct vaststaat wie de bestuurder was, in beginsel de kentekenhouder van het motorrijtuig wordt beboet. Is het kenteken van het motorrijtuig niet bekend, dan wordt de kentekenhouder van de aanhangwagen beboet. In dit geval was het kenteken van het motorrijtuig niet bekend, waardoor betrokkene als kentekenhouder van de aanhangwagen terecht als overtreder is aangemerkt.1
7. Verder volgt de kantonrechter het verweer van betrokkene dat de aanhanger geen voertuig zou zijn, niet. Artikel 1 van de Wegenverkeerswet 1994 definieert een aanhangwagen als een voertuig dat kennelijk is bestemd om te worden voortbewogen door een motorrijtuig. Daarnaast kan onder ‘aanhangwagen’ ook worden verstaan een voertuig dat door een ander voertuig wordt voortbewogen of kennelijk is bestemd om door een ander voertuig te worden voortbewogen. Daaruit volgt dat de aanhangwagen een voertuig in de zin van de wet is.
Is één van de in artikel 8 van de Wahv genoemde uitzondering van toepassing?
8. De door betrokkene overgelegde overeenkomst voldoet niet aan de eisen van artikel 8, aanhef en onder b, van de Wahv. Hoewel betrokkene stelt dat hij de aanhangwagen heeft verhuurd, betreft het geen bedrijfsmatige huurovereenkomst van maximaal drie maanden zoals dat artikel vereist. De overeenkomst heeft bovendien geen einddatum, is niet ondertekend en gaat over een lening in plaats van een huur. Daarmee ontbreekt het aan meerdere kenmerken om betrokkene als kentekenhouder te ontslaan van aansprakelijkheid.
Bestaat aanleiding tot matiging van de boete?
9. In de overige omstandigheden ziet de kantonrechter geen reden om de boete te matigen of te vernietigen. Alleen bijzondere omstandigheden kunnen daartoe aanleiding geven, maar die zijn er niet.
Conclusie
De kantonrechter verklaart het beroep ongegrond.
Waarvan proces-verbaal,
mr. A.G.Z. Lagerweij, griffier mr. P.G. Wijtsma, kantonrechter
Afschrift verzonden aan partijen op:
Rechtsmiddel
Als u het met de beslissing op uw beroep niet eens bent, dan kunt u binnen zes weken na de hieronder vermelde datum van toezending van deze beslissing hoger beroep instellen bij het
gerechtshof Arnhem - Leeuwarden, maar alleen als:
a. de u opgelegde administratieve boete meer dan € 110,00 bedraagt, of
b. uw beroep niet-ontvankelijk is verklaard omdat u geen (of niet op tijd) zekerheid heeft gesteld.
Het (hoger) beroepschrift moet worden ingediend bij de rechtbank Noord-Nederland, Afdeling Bestuursrecht, locatie Groningen (Postbus 150, 9700 AD Groningen). U dient daarbij het zaaknummer te vermelden.
De wet gaat uit van een geheel schriftelijke procedure, tenzij door u bij het (hoger) beroepschrift uitdrukkelijk om een zitting is gevraagd.