RECHTBANK AMSTERDAM
Afdeling privaatrecht
kantonrechter: mr. L. van Berkum
zaaknummer: 12023913 WM VERZ 25-22680
beslissing van: 6 oktober 2026
func.: 67983
Afschrift van de aantekening in het proces-verbaal van de openbare zitting van 6 oktober 2026 inzake het beroep ingevolge de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (verder: de Wahv) van:
[betrokkene]
[adres]
verder: betrokkene
namens wie beroep is ingesteld door:
Appjection B.V.
mr. M. Lagas
verder: gemachtigde
welk beroep is ingesteld bij verzoekschrift, ingekomen bij de CVOM te Utrecht op 1 september 2025 en is gericht tegen de beslissing van 22 juli 2025 van de officier van justitie (verder: verweerder) ten aanzien van betrokkene, geboren te [geboorteplaats] , Suriname op [geboortedag] 1982:
CJIB-nummer: [nummer]
VERLOOP VAN DE PROCEDURE
Aan betrokkene is bij beschikking van 1 mei 2025 (verder: de inleidende beschikking) een sanctie in het kader van de Wahv opgelegd. Namens betrokkene heeft gemachtigde tegen de inleidende beschikking beroep ingesteld bij verweerder. Deze heeft dat beroep ongegrond verklaard. Tegen die beslissing heeft gemachtigde vervolgens beroep ingesteld bij de kantonrechter. Verweerder heeft de op de zaak betrekking hebbende gegevens overgelegd. Het beroep is behandeld op de openbare zitting van 6 oktober 2026. Partijen zijn voor deze zitting opgeroepen.
Namens gemachtigde is de heer [naam] ter zitting verschenen.
Ter zitting heeft verweerder gereageerd op de inhoud van het beroepschrift. Verweerder heeft geconcludeerd dat het beroep ongegrond is.
GRONDEN VAN DE BESLISSING
1. Aan betrokkene is bij de inleidende beschikking wegens een verkeersgedraging een administratieve sanctie opgelegd ingevolge de Wahv. Betrokkene wordt verweten dat de bestuurder van het motorvoertuig met kenteken [kenteken], waarvoor betrokkene als kentekenhouder aansprakelijk is, 10 km per uur harder heeft gereden dan mag binnen de bebouwde kom terwijl 30 km per uur is toegestaan (verkeersbord A1). Deze gedraging is geconstateerd op 18 april 2025 om 12:24 uur op de Kattenburgerstraat ter hoogte van Kattenburgerkruisstraat te Amsterdam.
2. Het beroep is tijdig ingesteld.
3. Gemachtigde voert tegen de beslissing van verweerder aan dat betrokkene zich bewust was van zijn snelheid en zeker niet het gevoel had dat hij te snel reed. De vermeende pleeglocatie is net voor een zebrapad en daar is betrokkene altijd extra voorzichtig. Mogelijk is de waarneming beïnvloed door de situatie of de positie van de camera.
Gelet hierop stelt gemachtigde dat het meetmiddel niet tijdig is geijkt en dat dit niet wordt weerlegd door hetgeen zich in de stukken bevindt. De datum van de ijking ontbreekt en daarom had een ijkrapport wel degelijk deel moeten uitmaken van het dossier, nu het zaakoverzicht alleen de standaardtekst bevat dat de werkelijke snelheid is vastgesteld met behulp van een voor de meting getest, goedgekeurd en op de voorgeschreven wijze gebruikt snelheidsmeetmiddel. Daarnaast is het ijkrapport ook niet online te vinden. Nu dit gebrek niet is hersteld, is zodoende niet met zekerheid te zeggen dat het meetmiddel de juiste snelheid heeft weergegeven.
Namens betrokkene wordt verzocht het beroep gegrond te verklaren en een proceskostenvergoeding toe te kennen.
4. Op de zitting heeft gemachtigde het beroepschrift nader toegelicht. Gemachtigde stelt dat zich slechts één op ambtseed opgemaakt proces-verbaal van de schouw van de bebording in het dossier bevindt. Deze dateert van 11 maart 2025. Nu in de controlelijst is opgenomen dat de flexflitser is verplaatst tussen 11 maart 2025 en 25 maart 2025 en er geen schouwrapport in het dossier is opgenomen van de situatie ná de verplaatsing, kan niet worden vastgesteld dat de bebording ten tijde van de gedraging in orde was. De lijst met data waarop de bebording gecontroleerd zou zijn, is volgens gemachtigde daartoe niet voldoende. Deze is niet ondertekend en niet op ambtseed.
5. Verweerder heeft zich ter zitting op het standpunt gesteld dat het beroep ongegrond moet worden verklaard, omdat het proces-verbaal van de schouwing van de bebording d.d. 11 maart 2025 in combinatie met de schouwlijst voldoende is om aan te tonen dat de bebording ten tijde van de gedraging in orde was. Verweerder verwijst naar een uitspraak van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden met nummer ECLI:NL:GHARL:2020:1817.
Verder brengt verweerder naar voren dat de GPS coördinaten die vermeld staan in het proces-verbaal van de schouwing dezelfde locatie lijken aan te geven als op de foto.
Daarnaast geeft verweerder aan een schouwrapport van 9 september 2025 te kunnen inbrengen. Deze is namelijk hetzelfde als die van 11 maart 2025.
6. Naar aanleiding van het ter zitting ingenomen standpunt van verweerder stelt gemachtigde dat het aangehaalde arrest uit 2020 is en dat het in die zaak niet gaat om een flexflitser die verplaatst kan worden. Nu de flexflitser is verplaatst in de tussentijd, wil gemachtigde een schouwrapport zien van de situatie na de verplaatsing en geen controlelijst.
7. Het volgende wordt overwogen.
8. De gedraging is langs elektronische weg geconstateerd en digitaal vastgelegd. De snelheid is vastgesteld met een voor de meting getest, goedgekeurd en op de voorgeschreven wijze gebruikt snelheidsmeetmiddel, te weten radarapparatuur welke is gemonteerd in een flitspaal. De geconstateerde snelheid bedroeg 43 km/u. Er is een correctie op de gemeten snelheid toegepast overeenkomstig de richtlijnen. De werkelijke gemiddelde (gecorrigeerde) snelheid bedroeg 40 km/u, terwijl de maximaal toegestane snelheid ter plaatse 30 km/u bedraagt, zodat sprake is van een overschrijding met 10 km/u van de maximum toegestane snelheid. De gedraging is tevens vastgelegd op twee foto’s, waarop het kenteken van het motorvoertuig duidelijk waarneembaar is.
9. Naar het oordeel van de kantonrechter is het proces-verbaal van de schouwing van de bebording d.d. 11 maart 2025 in combinatie met de schouwlijst onvoldoende om in dit geval te kunnen vaststellen dat de bebording in orde was ten tijde van de gedraging, rekening houdend met het gegeven dat de flexflitser op een andere plek is geplaatst rond 25 maart 2025. De aan betrokkene verweten gedraging kan daarom onvoldoende worden vastgesteld. Het beroep wordt gegrond verklaard. Gelet op de uitkomst van de procedure behoeft het overige verweer van gemachtigde geen nadere bespreking meer.
Ten aanzien van de proceskostenvergoeding:
10. Namens betrokkene is door gemachtigde om een vergoeding van de proceskosten verzocht. Nu het beroep gegrond wordt verklaard, wordt een proceskostenvergoeding toegekend.
11. De vergoeding van kosten is in het Besluit proceskosten bestuursrecht (Bpb) forfaitair per proceshandeling vastgelegd. Gemachtigde heeft de volgende vergoedbare proceshandelingen verricht: - het indienen van een administratief beroep bij verweerder;- het indienen van beroep bij de kantonrechter; en- het verschijnen tijdens de zitting van de kantonrechter.
12. Volgens de bijlage bij het Bpb dient aan ieder van deze proceshandelingen 1 punt te worden toegekend. De waarde van 1 punt bedraagt met ingang van 1 januari 2026 in de fase van het bezwaar en administratief beroep € 666,00 en in de fase van het beroep en hoger beroep € 934,00.
12. Gelet op het voorgaande worden er in deze zaak voor de door gemachtigde verrichte proceshandeling in de fase van het administratief beroep 1 punt ad € 666,00 toegekend en voor de verrichte proceshandelingen in de fase van het beroep bij de kantonrechter 2 punt2n € 934,00. Gelet op de aard van de zaak wordt de wegingsfactor 0,5 (gewicht van de zaak = licht) toegepast. De kantontrechter past vervolgens een extra wegingsfactor van 0,25 toe, conform artikel 13a, tweede lid, onder a, van de Wahv. Omdat zowel de gedraging als de beslissing van verweerder dateren van na 1 januari 2024, zal dit percentage over het geheel worden toegepast.
Aldus zal de kantonrechter verweerder veroordelen in de kosten tot een bedrag van € 316,75 ((1x666) + (2x934) x 0,5 x 0,25).
14. Daarom wordt beslist als volgt.
BESLISSING
De kantonrechter:
-
verklaart het beroep gegrond en vernietigt de bestreden beslissing, alsmede de inleidende beschikking;
-
bepaalt dat het als zekerheid betaalde bedrag aan betrokkene wordt gerestitueerd;
- kent aan betrokkene ten laste van verweerder een kostenvergoeding toe van € 316,75.
De griffier De kantonrechter
Datum verzending
Bent u het met deze beslissing niet eens, dan kunt u binnen zes weken na de hierboven vermelde datum van verzending van deze beslissing hoger beroep instellen bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, maar alleen indien de als gevolg van deze beslissing te betalen administratieve sanctie meer dan € 110,00 bedraagt. Het beroepschrift dient schriftelijk (niet per e-mail) te worden ingediend bij rechtbank Amsterdam, afdeling privaatrecht, team kanton, postbus 70515, 1007 KM, Amsterdam en dient door degene die het beroep instelt of een gemachtigde te worden ondertekend. De procedure bij het gerechtshof verloopt schriftelijk, tenzij in het beroepschrift uitdrukkelijk om een mondelinge behandeling wordt gevraagd.