RECHTBANK Amsterdam
Civiel recht
Zaaknummer: C/13/777020 / HA ZA 25-1586
Vonnis van 30 september 2026
in de zaak van
DE NIEUWE ZAAK ECOMMERCE B.V.,
te Zwolle,
eisende partij in conventie,
verwerende partij in reconventie,
hierna te noemen: DNZ,
advocaat: mr. J.J. Dijkman,
tegen
CBOX CONTAINERS NETHERLANDS B.V.,
te Vijfhuizen,
gedaagde partij in conventie,
eisende partij in reconventie,
hierna te noemen: CBOX,
advocaat: mr. J.H. Fellinger.
1 De procedure
Het verdere verloop van de procedure blijkt uit:
- het tussenvonnis van 24 juni 2026 (hierna: het tussenvonnis),- de akte van DNZ van 29 juli 2026, met producties en
- de antwoordakte van CBOX van 19 augustus 2026.
Ten slotte is vonnis bepaald.
2 De verdere beoordeling
in conventie
In het tussenvonnis heeft de rechtbank geoordeeld dat CBOX de schade die DNZ door de tekortkoming van CBOX lijdt, moet vergoeden (4.13.). De in de eerste plaats door DNZ gevorderde schade bestaat uit het geoffreerde bedrag van € 144.500,00 minus het bedrag van € 5.175,00 (exclusief btw) dat CBOX heeft betaald voor de uitgevoerde Discovery fase. Hiertegen heeft CBOX terecht aangevoerd dat de omzet niet gelijk staat aan gederfde winst of verlies. DNZ is in het tussenvonnis in de gelegenheid gesteld om haar schade nader te onderbouwen.
DNZ heeft in een akte haar schade nader onderbouwd. DNZ vordert de kosten van gereserveerd en niet ingezet personeel (€ 63.646,00), misgelopen winst (€ 80.854,00) en een misgelopen partnervergoeding (€ 3.549,54). Deze posten moeten worden verminderd met de al verkregen winst in de Discovery fase (€ 2.205,00) en de bespaarde PM-kosten (€ 4.253,00). Daarmee bestaat volgens DNZ haar schade uit een bedrag van € 141.591,54. CBOX voert hiertegen verweer.
Hierna zal de rechtbank ingaan op de schadeposten. Voorop staat het volgende. De schade die CBOX moet vergoeden wordt gevonden door het geleden verlies en de gederfde winst vast te stellen. Voor de gederfde winst geldt dat daarvoor de gemiste omzet moet worden verminderd met de kosten die DNZ had moeten maken om die omzet te realiseren en die dus direct samenhangen met de omzet. Het is aan DNZ om de cijfers waarop zij de schade baseert, voldoende te onderbouwen. Dat betekent dat DNZ aan de hand van concrete gegevens moet laten zien waarop zij het geleden verlies en de gederfde winst baseert. Daar tegenover staat dat CBOX als tekortschietende partij DNZ de mogelijkheid heeft ontnomen om zekerheid te verschaffen over de schade. Voor zover DNZ door de tekortkoming ook kosten heeft bespaard, rust op CBOX de stelplicht en bewijslast. Ook daarmee moet rekening worden gehouden.
Dit zal leiden tot het volgende: de gestelde personeelskosten en de gemiste partnervergoeding komen niet voor vergoeding in aanmerking, omdat DNZ tegenover het verweer van CBOX geen concrete onderbouwing van die kosten heeft gegeven. De gederfde winst wordt berekend aan de hand van het bedrag dat CBOX had moeten betalen, verminderd met de ingecalculeerde personeelskosten en de winst uit de Discovery fase. Met overige besparingen zal geen rekening worden gehouden. Daarvoor is het volgende van belang.
gereserveerd en niet ingezet personeel en winstmarge
DNZ stelt dat zij op basis van de planning voor het implementatieproject bij CBOX een integrale urencalculatie heeft gemaakt met de daarbij behorende kosten en marges. De totale kostenpost voor ingepland personeel bedraagt € 63.646,00. DNZ heeft voor het gehele traject capaciteit gereserveerd. Het wegvallen van de samenwerking met CBOX kon niet worden opgevangen en inzet van het gereserveerde personeel bij andere opdrachten kon op korte termijn niet worden gerealiseerd. Het aantrekken van nieuwe klanten kent gemiddeld een looptijd van zes tot negen maanden. Enkele eerdere potentiële opdrachtgevers hadden afgezien van een samenwerking met DNZ in verband met de planning, omdat DNZ haar personeel reserveerde voor het traject met CBOX. Voor twee opdrachtgevers tot slot is het implementatietraject later gepland en één traject is naar voren gehaald. Hierdoor kon de gereserveerde capaciteit op korte termijn worden ingezet, maar ontstond later alsnog een gat in de planning.
CBOX betwist dit deel van de vordering. DNZ heeft de Discovery fase uitgevoerd en daartegenover staat een betaling door CBOX. De resterende personeelskosten zien voor het overgrote deel op sprints en werkzaamheden die nooit zijn uitgevoerd. De salariskosten zijn vaste kosten van DNZ. DNZ heeft niet laten zien dat het gereserveerde personeel geen ander declarabel werk heeft kunnen doen, aldus CBOX.
DNZ heeft volstaan met een grafiek waarin is weergegeven wat de capaciteit/de hoeveelheid beschikbare personeel was voor het CBOX-project en waarin staat wat het daadwerkelijk verrichte werk is geweest. Volgens DNZ blijven de gewerkte declarabele uren achter bij de beschikbare capaciteit.
Het is goed mogelijk dat DNZ de begrote personeelskosten niet volledig heeft kunnen terugverdienen. DNZ moet daarvoor dan wel enige onderbouwing geven, aan de hand van concrete en verifieerbare gegevens. DNZ heeft niet laten zien welke medewerkers waren ingepland om te werken aan het project bij CBOX én wat deze medewerkers vervolgens al dan niet hebben gedaan, dus of zij vervangend werk hebben gedaan en wanneer. Dat had DNZ inzichtelijk kunnen maken aan de hand van bijvoorbeeld de planningen en de agenda’s van de betreffende medewerkers, interne overzichten waarin staat hoeveel uren zijn besteed aan andere opdrachten of financiële gegevens over de omzet in de relevante periode. DNZ heeft het echter gelaten bij een algemeen overzicht van beschikbaar personeel en daadwerkelijk gemaakte uren, zonder daaraan gekoppelde informatie. Bij gebreke van enig houvast over de mate waarin het beschikbare personeel al dan niet vervangend werk heeft gedaan, kan de post personeelskosten daarom niet worden toegewezen. De verklaring van de directeur van DNZ over de personeelskosten maakt dat niet anders. Ook in die verklaring wordt niet concreet benoemd wie aan het project zouden hebben gewerkt en wat de beschikbaar gestelde werknemers in de plaats daarvan (minder) aan werk hebben verricht. Daarin wordt verwezen naar de interne administratie waaruit zou volgen dat in geen enkele maand na de opzegging de netto beschikbare capaciteit volledig is gevuld met declarabel werk, maar een afschrift van die administratie is niet overgelegd. Dit betekent dat de gevorderde post aan personeelskosten van € 63.646,00 wordt afgewezen. Aan het beoordelen van de door DNZ gestelde besparing PM-kosten wegens een vertrokken manager wordt niet toegekomen.
misgelopen partnervergoeding
DNZ vordert een (naar euro’s) omgerekende partnervergoeding van € 3.549,54. Hiertoe stelt DNZ dat zij ook verdient aan het aanleveren van een nieuwe klant aan BigCommerce. DNZ krijgt jaarlijks een partnervergoeding van 15% over de contractwaarde van de overeenkomst tussen BigCommerce en de opdrachtgever. CBOX en BigCommerce hebben een licentieovereenkomst gesloten die na enige tijd is ontbonden. DNZ heeft recht op een partnervergoeding over de periode van 1 tot 12 maanden waarin service is verleend. CBOX betwist deze post.
Om te kunnen vaststellen of DNZ aanspraak maakt op deze vergoeding en of zij deze door het afbreken van de samenwerking met CBOX is misgelopen, moet bekend zijn of en onder welke voorwaarden DNZ deze vergoeding zou ontvangen. DNZ heeft geen stukken overgelegd, zoals een overeenkomst, op grond waarvan dit kan worden beoordeeld. Tegenover het verweer van CBOX over het recht van DNZ op deze vergoeding, heeft DNZ deze post niet toereikend onderbouwd. Ook deze post wordt afgewezen.
winst/besparingen
DNZ berekent de misgelopen winst op € 80.854,00. De offertewaarde was
€ 144.500,00. De berekende kosten waren € 63.646,00 (personeelskosten), aldus DNZ.
Het verweer van CBOX ziet voor zover het gaat om de winstmarge met name op de omstandigheid dat DNZ door de personeelskosten en de winstmarge (het bedrag van de offerte minus de personeelskosten) bij elkaar op te tellen alsnog het volledige contractbedrag vordert (dubbeltelling). Ook voert CBOX aan dat DNZ geen hard bewijs heeft geleverd van daadwerkelijk gerealiseerd omzet- of winstverlies.
Zoals uit het voorgaande is gebleken, kan DNZ niet het geoffreerde bedrag (minus besparingen) vorderen, omdat DNZ niet heeft onderbouwd dat de voor CBOX beschikbaar gestelde capaciteit aan personeel onbenut is gelaten. Het is vervolgens de vraag of DNZ winst is misgelopen. Het gaat dan om de winst die DNZ werkelijk zou hebben gemaakt als de overeenkomst zou zijn voortgezet. Als het implementatieproject zou zijn afgerond, zou DNZ van CBOX het bedrag hebben ontvangen dat zij op de offerte in rekening heeft gebracht. Dat is het uitgangspunt. CBOX heeft niet concreet betwist dat aan personeelskosten een bedrag van € 63.646,00 was ingecalculeerd, dus dat dat in ieder geval een kostenpost was voor DNZ. Die kosten worden in mindering gebracht op het geoffreerde bedrag. Volgens CBOX heeft DNZ de bespaarde kosten te laag ingeschat. Zo ontbreekt inzicht in (onder meer) bespaarde reiskosten en onkosten, niet ingeschakelde externe capaciteit, niet-gebruikte software-, tool- of licentiekosten en niet-gemaakte kosten voor voorbereiding, projectmanagement, implementatie en livegang en voordelen door inzet op andere projecten.
Ook andere (bedrijfs)kosten dan personeelskosten moeten in mindering worden gebracht op de omzet om te kunnen vaststellen welk bedrag DNZ aan winst is misgelopen. In dit geval ziet de rechtbank geen aanleiding om andere bespaarde kosten in aanmerking te nemen. Een deel van de door CBOX genoemde kosten moeten worden geschaard onder de personeelskosten, zoals voor voorbereiding, projectmanagement, implementatie en livegang. Verder heeft CBOX niet concreet toegelicht dat DNZ externe capaciteit zou hebben ingeschakeld of zou hebben bespaard op niet gebruikte software, tool- of licentiekosten. Dat blijkt ook niet uit de overeenkomst. Dat DNZ heeft kunnen besparen op reiskosten en onkosten of voordelen heeft gehad door inzet op andere projecten, is verder ook niet gebleken. Daarbij moet niet uit het oog worden verloren dat op CBOX als tekortschietende partij de stelplicht en bewijslast rust om hard te maken welke kosten DNZ heeft bespaard doordat CBOX is tekortgeschoten. Onder die omstandigheden kan van CBOX worden verwacht dat zij tenminste een opgave had gedaan van de besparingen op deze punten, wat zij niet heeft gedaan. Bij gebrek aan concrete houvast zal de rechtbank dan ook geen andere besparingen dan de personeelskosten in mindering brengen op de gederfde omzet.
CBOX heeft alles bij elkaar genomen onvoldoende de door DNZ gestelde winstmarge bestreden. Dat betekent dat de winstmarge wordt vastgesteld op een bedrag van € 80.854,00. Daarop komt in mindering de marge voor de Discovery fase van € 2.205,00, die CBOX al heeft betaald. CBOX moet dan ook nog een bedrag vergoeden van € 78.649,00.
Tot slot heeft CBOX verzocht de schadevergoeding te matigen. Daartoe bestaat alleen ruimte als toekenning van volledige schadevergoeding tot kennelijk onaanvaardbare gevolgen zou leiden (artikel 6:109 BW). Dat is dus een strenge toets. CBOX heeft wel aandacht gevraagd voor de (on)redelijkheid van de schadevergoeding, maar daarbij niet uitgelegd welke belangen en overige omstandigheden meebrengen dat de gevolgen voor haar onaanvaardbaar zijn. Zonder die uitleg neemt de rechtbank dat in deze zaak niet aan. Dat brengt mee dat de rechtbank geen ruimte ziet om de schadevergoeding te matigen.
DNZ vordert schadevergoeding en wettelijke handelsrente. Op schadevergoeding is niet artikel 6:119a BW van toepassing en daarom is niet de wettelijke handelsrente toewijsbaar. In plaats daarvan zal de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW worden toegewezen met ingang van 20 mei 2025, welke datum niet is betwist door CBOX.
buitengerechtelijke incassokosten
DNZ vordert vergoeding van buitengerechtelijke incassokosten. De vordering moet worden beoordeeld op grond van artikel 6:96 BW en het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten (hierna: het Besluit). DNZ heeft voldoende gesteld en onderbouwd dat buitengerechtelijke incassowerkzaamheden zijn verricht. DNZ heeft daarom recht op een vergoeding voor de kosten van die werkzaamheden. Daarom zal een bedrag van € 1.561,49 worden toegewezen. De gevorderde rente over de buitengerechtelijke incassokosten zal worden toegewezen.
slotsom
De gevorderde verklaring voor recht dat DNZ de overeenkomst buitengerechtelijk heeft ontbonden, wordt toegewezen (rechtsoverweging 4.12. van het tussenvonnis).
CBOX moet aan DNZ nog een bedrag van € 78.649,00, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 20 mei 2025, betalen.
de proceskosten in conventie en in reconventie
CBOX is in conventie grotendeels in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van DNZ worden begroot op:
|
- kosten van de dagvaarding |
€ |
119,40 |
|
|
- griffierecht |
€ |
6.861,00 |
|
|
- salaris advocaat |
€ |
3.225,00 |
(2,5 punten × € 1.290,00) |
|
- nakosten |
€ |
148,00 |
(plus de verhoging zoals vermeld in de beslissing) |
|
Totaal |
€ |
10.353,40 |
De gevorderde wettelijke rente over de proceskosten wordt toegewezen zoals vermeld in de beslissing. Over de proceskosten kan niet de wettelijke handelsrente worden toegewezen.
Zoals in rechtsoverweging 4.15. van het tussenvonnis is overwogen, worden de vorderingen van CBOX in reconventie afgewezen en wordt CBOX veroordeeld in de proceskosten (en rente) van DNZ in reconventie. De proceskosten van DNZ worden begroot op:
|
- salaris advocaat |
€ |
2.885,00 |
(2 punten × factor 0,5 × € 2.885,00) |
|
- nakosten |
€ |
148,00 |
|
|
Totaal |
€ |
3.033,00 |
De gevorderde wettelijke rente over de proceskosten wordt toegewezen zoals vermeld in de beslissing.
3 De beslissing
De rechtbank
in conventie
verklaart voor recht dat de overeenkomst tussen DNZ en CBOX wegens een toerekenbare tekortkoming in de nakoming van CBOX buitengerechtelijk is ontbonden,
veroordeelt CBOX om aan DNZ te betalen een bedrag van € 78.649,00, te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW over het toegewezen bedrag, met ingang van 20 mei 2025 tot de dag van volledige betaling,
veroordeelt CBOX om aan DNZ te betalen een bedrag van € 1.561,49 aan buitengerechtelijke kosten, te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW, vanaf de dag van dagvaarding tot de dag van volledige betaling,
veroordeelt CBOX in de proceskosten van € 10.353,40, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met € 98,00 plus de kosten van betekening als CBOX niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,
veroordeelt CBOX tot betaling van de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW over de proceskosten als deze niet binnen veertien dagen na aanschrijving zijn betaald,
verklaart dit vonnis wat betreft de onder 3.2. tot en met 3.5. genoemde beslissingen uitvoerbaar bij voorraad,
wijst het meer of anders gevorderde af,
in reconventie
wijst de vorderingen van CBOX af,
veroordeelt CBOX in de proceskosten van € 3.033,00, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe,
veroordeelt CBOX tot betaling van de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW over de proceskosten als deze niet binnen veertien dagen na aanschrijving zijn betaald en
verklaart de veroordelingen onder 3.9. en 3.10. uitvoerbaar bij voorraad.
|
Dit vonnis is gewezen door mr. M.R. Jöbsis, rechter, bijgestaan door mr. C.E.P. Honing, griffier, en in het openbaar uitgesproken op 30 september 2026. |
||