RECHTBANK AMSTERDAM
Civiel recht
Kantonrechter
Zaaknummer: 11511699 \ CV EXPL 25-2211
Vonnis van 15 september 2026
in de zaak van
[eiser] ,
te [woonplaats 1],
eisende partij in conventie,
verwerende partij in reconventie,
hierna te noemen: [eiser],
gemachtigde: mr. C. Ravesteijn,
tegen
[gedaagde] ,
te [woonplaats 2],
gedaagde partij in conventie,
eisende partij in reconventie,
hierna te noemen: [gedaagde],
gemachtigde: mr. A.S. Kik-Hartog (DAS Nederlandse Rechtsbijstand Verzekeringmaatschappij N.V.).
1 De procedure
Het verdere verloop van de procedure blijkt uit:
- het tussenvonnis van 11 november 2025;- de akte uitlaten bewijslevering van [eiser] met producties;- de akte uitlaten van [gedaagde];
- de rolmededeling van 3 februari 2026;
- de dagbepaling voor het houden van een getuigenverhoor;
- het proces-verbaal van het getuigenverhoor van 23 juni 2026;
- de conclusie na getuigenverhuur van [eiser];
- de conclusie na getuigenverhoor van [gedaagde].
Vervolgens is een datum voor vonnis bepaald.
2 De verdere beoordeling in conventie en (voorwaardelijke) reconventie
Partijen twisten over de vraag of de door [gedaagde] aan [eiser] geleverde tas van het merk Hermès is. [eiser] is toegelaten tot bewijs van haar stelling dat de tas waarover het gaat de tas is, die is geleverd door Fernanades en dat die tas van het merk Hermès is. Ter uitvoering van de bewijsopdracht heeft [eiser] haar partner, de heer [naam] (hierna: [naam]), als getuige laten horen. Verder heeft [eiser] schriftelijke stukken in het geding gebracht, waaronder een aantal foto’s. [gedaagde] heeft in de contra-enquête zichzelf als getuige laten horen.
[naam] heeft als getuige onder meer het volgende verklaard: “(…) Ik weet zeker dat de tas die u mij toont, de tas is die mevrouw [gedaagde] aan mijn vrouw heeft overhandigd, omdat de krassen op het slotje exact hetzelfde zijn als op de foto van het slotje dat mevrouw [gedaagde] destijds naar mijn vrouw heeft gestuurd. (…). U toont mij de foto’s van productie 9 bij de akte van [eiser]. Ja, dit zijn de foto’s en schermafbeeldingen van de video die [gedaagde] voorafgaand aan de koop aan mijn vrouw heeft gestuurd. Dit was 1 tot 2 dagen voordat wij [gedaagde] voor het eerst ontmoetten. (…). Er is een grote kras op het slotje aan de voorkant. (…). Het gaat om een kras op de rechterkant van het slotje tussen de schroefjes en aan de linkerkant rechts naast de schroefjes is ook een kras. (…). U vraagt mij of de kras die ik net heb aangewezen, de kras is die zichtbaar is op productie 9. Ja, dat is dezelfde kras. U vraagt mij van wie de hand op productie 9 is. Dat is de hand van [gedaagde]. Nadat mijn vrouw de tas van [gedaagde] had ontvangen, hebben wij deze een dag of twee thuis gehouden. De zus van mijn vrouw zou de tas kopen. Wij hadden met haar afgesproken dat wij de tas naar Indonesië zouden opsturen, de zus van mijn vrouw woont daar.
(…).
U toont mij de foto’s die als productie 13 zijn overgelegd. De familie van mijn vrouw kent mensen in Indonesië die dit soort tassen koopt en verkoopt. De zus van mijn vrouw heeft met hen over deze tas gesproken en is met de tas naar hun winkel gegaan. Dit is de reden waarom u op de foto’s van productie 13 twee tassen naast elkaar ziet, de door mijn vrouw gekochte tas en een authentiek exemplaar uit hun winkel. Deze mensen hebben de authenticatie gedaan van de tas. (…). Zij kunnen onder meer aan de hand van de metalen onderdelen van de tas en de stiksels controleren of de tas echt is. Hun conclusie was dat dat niet zo was. U ziet ook op de foto’s dat er op gedrukt staat: fake. Dat hebben zij erop gezet. Er is ook een Duits bedrijf, Bababebi. Dat bedrijf is een wereldwijd bedrijf, gespecialiseerd in Hermes. Tegen betaling van een paar honderd euro verrichten zij een authenticatie. De zus van mijn vrouw heeft foto’s van de tas naar dit bedrijf opgestuurd. Aan de hand daarvan is de echtheid van de tas gecontroleerd.
(…).
Op vragen van mr. Kik-Hartog (…):
(…). U vraagt mij hoe ik de kras op de tas destijds heb opgemerkt. Ik heb dit gezien toen mevrouw [gedaagde] met de tas naar ons huis kwam. Ik heb de kras ook gezien op de foto’s die mevrouw [gedaagde] daaraan voorafgaand aan mijn vrouw had gestuurd. Mijn vrouw attendeerde mij aan de hand van de foto’s op de kras en vroeg mij: ‘zou mijn zus de tas dan nog wel willen kopen?’ U vraagt mij of de kras dan geen reden was om van de koop af te zien. Nee, want de tas werd voor een goedkope prijs verkocht. (…). Mijn vrouw heeft dit met haar zus besproken en haar de foto’s van de kras laten zien. Zij wilde de tas toch kopen.
(…).
U vraagt mij of mijn vrouw of ik voor het sluiten van de koopovereenkomst naar het serienummer van de tas hebben gekeken. Ja, we hebben daar naar gekeken maar in de tas staat een serienummer die niet goed zichtbaar is. (…).”
[gedaagde] heeft als getuige onder meer het volgende verklaard: “(…) U vraagt mij of dit de tas is die ik aan [eiser] heb geleverd. Ik kan het niet bevestigen, maar ik vermoed van niet. Ik vermoed dit omdat het serienummer onleesbaar is. U vraagt mij of er in mijn tas wel een serienummer zat. Ja, in ieder geval een beter leesbaar serienummer. Ik denk dat ik destijds ook een foto van dat serienummer heb opgestuurd naar [eiser], maar dat weet ik niet meer zeker. Ik heb de foto’s en gespreksgegevens van toen niet meer en de telefoon ook niet trouwens. (…). Ik heb geen andere redenen dan het serienummer waarop ik mijn vermoeden baseer. U toont mij een tweetal filmpjes op de telefoon van mevrouw [eiser]. (…). Nu u mij de context van het eerste filmpje laat zien, namelijk in het WhatsAppgesprek met [eiser], herken ik het filmpje als door mij gemaakt en opgestuurd. U houdt mij voor dat ik een berichtje heb gestuurd: ‘de eerste is waar je de krasjes op ziet, beetje lastig filmen maar het valt echt mee’. U vraagt mij wat ik met die krasjes bedoel. Ik bedoel eigenlijk de lichte krasjes die je op beide sluitingen ziet, eigenlijk op al het hardware, dat zijn lichte gebruikerssporen. (…). Het tweede filmpje is inderdaad ook door mij gemaakt en opgestuurd. De hand die u op het filmpje en op de foto ziet, de hand met de witte nagels, is mijn hand. (…). U toont mij nogmaals productie 9 bij de akte van [eiser] en u houdt mij voor dat u op de bovenste foto een kras waarneemt en dat u die kras ook op de gesp van de tas waarneemt. Ik vind de kras niet zo kenmerkend dat je op basis daarvan kan zeggen dat de tas dezelfde is als de tas hier. Ik vind de kras niet voldoende overeenkomen en die kan net zo goed met iets scherps achteraf zijn nagemaakt. (…). Ik weet niet of het van waarde is, maar nog voor mevrouw [eiser] kocht, noemde zij al het bedrijf Bababebi. Omdat zij direct veel en gedetailleerde foto’s van de tas opvroeg, verkeerde ik in de veronderstelling dat zij voorafgaand aan de koop de tas al op echtheid had laten controleren.
(…).
Op vragen van mr. Ravensteijn (…):
U vraagt mij of ik een verklaring heb waarom in productie 1 bij de dagvaarding (ontbindende voorwaarden) het serienummer van de tas niet staat vermeld. (…). Deze ontbindende voorwaarden hebben zij geïnitieerd en opgesteld. Ik heb gewoon mijn krabbel gezet, mijn ID getoond en toen ben ik gegaan. U vraagt mij of ik niet heb waargenomen dat er in de ontbindende voorwaarden geen serienummer vermeld stond terwijl er volgens mij in de tas wel een duidelijk serienummer vermeld stond. Dat weet ik niet meer. (…).”
Na lezing en waardering van deze verklaringen en de andere bewijsmiddelen, is de kantonrechter van oordeel dat [eiser] in haar bewijsopdracht is geslaagd.
[eiser] heeft tijdens het getuigenverhoor de door haar van [gedaagde] ontvangen filmpjes van de tas - waarvan screenshots als productie 9 door haar in het geding zijn gebracht - getoond. Op die filmpjes en screenshots is duidelijk een wat dikkere kras tussen de twee schroefjes op de rechtergesp voor op de tas waarneembaar. Diezelfde kras is eveneens zichtbaar op de gesp van de (tijdens het getuigenverhoor) door [eiser] meegebrachte tas. Daarnaast is van belang dat [eiser] tijdens een ontmoeting tussen partijen op 24 september 2024 een foto heeft gemaakt van het in de (door [gedaagde] geleverde) tas gedrukte serienummer (productie 11). Op die foto is het serienummer in de tas - anders dan [gedaagde] heeft verklaard - slecht zichtbaar. Dat is ook het geval met de tas die [eiser] tijdens de zittingen heeft getoond. Een en ander - in combinatie met het feit dat niet aannemelijk is dat [eiser] de tas heeft kunnen verwisselen voor een tas die dermate lijkt op de door [gedaagde] geleverde tas - maakt dat met voldoende mate van zekerheid is vast komen te staan dat de door [eiser] getoonde tas dezelfde is als de door [gedaagde] geleverde tas.
[eiser] heeft verder de echtheid van de tas laten onderzoeken door een tweetal bedrijven, genaamd SOI en Bababebi. Anders dan [gedaagde] heeft aangevoerd bestaan er onvoldoende aanknopingspunten om aan te nemen dat [eiser] foto’s van een andere (dan de door haar geleverde) tas aan Bababebi zou hebben voorgelegd. Bababebi en SOI hebben aan de hand van deze foto’s c.q. en een andere (authentieke) Hermès tas geconstateerd dat de door [gedaagde] geleverde tas namaak is. [eiser] heeft nader toegelicht dat SOI een winkel is in Indonesië die authentieke Hermès tassen verkoopt en dat Bababebi een wereldwijd bedrijf is dat is gespecialiseerd in Hermès tassen. [gedaagde] heeft onvoldoende weersproken dat beide bedrijven specialist zijn op het gebied van Hermes-tassen en de echtheid daarvan. Zij heeft dat slechts betwist zonder daarvan enige onderbouwing te geven en zonder daar - in de contra enquête dan wel de conclusie na enquête - iets tegenin te brengen. Nu zij in haar verhoor als getuige (onder meer op basis van het slecht leesbare serienummer) bovendien zelf ook van de onechtheid van de tas uitgaat, is met voldoende overtuiging vast komen te staan dat de door [gedaagde] aan [eiser] geleverde tas namaak is. [eiser] is dan ook geslaagd in haar bewijsopdracht.
Het gevolg van het voorgaande is dat het beroep van [eiser] op de ontbindende voorwaarde slaagt en haar vordering tot terugbetaling van de koopsom van € 12.500,00 wordt toegewezen. De daarover gevorderde wettelijke rente is toewijsbaar vanaf 22 november 2024, nu niet is betwist dat [gedaagde] per die datum in verzuim is komen te verkeren. De gevorderde dwangsom wordt afgewezen, aangezien die op grond van artikel 611a van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering niet kan worden opgelegd in geval van veroordeling tot betaling van een geldsom. Ook de vordering van [gedaagde] tot teruggave van de tas - nu aan de voorwaarde waaronder die is ingesteld, is voldaan - is toewijsbaar. De dwangsom zal worden toegewezen, zoals in het dictum vermeld. Daarmee bestaat geen belang meer bij de (onduidelijke) vorderingen met betrekking tot de teruggave van de tas van [eiser] in conventie, zodat deze worden afgewezen.
[gedaagde] wordt als de in het ongelijk gestelde partij is de proceskosten veroordeeld. Gelet op de samenhang met de zaak in conventie, worden deze in reconventie gesteld op nihil. De proceskosten van [eiser] worden in conventie begroot op:
|
- griffierecht |
€ |
90,00 |
|
|
- salaris gemachtigde |
€ |
1.296,00 |
(3 punten × € 432,00) |
|
- nakosten |
€ |
144,00 |
|
|
Totaal |
€ |
1.530,00 |
3 De beslissing
De kantonrechter
in conventie
veroordeelt [gedaagde] om aan [eiser] te betalen een bedrag van € 12.500,00, te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW met ingang van 22 november 2024 tot de dag van volledige betaling,
in reconventie
veroordeelt [eiser] tot teruggave van de tas aan [gedaagde] binnen zeven dagen na betekening van het vonnis, op straffe van een dwangsom van € 100,- per dag dat [eiser] hiermee in gebreke blijft, met een maximum van € 12.500,-,
in conventie en reconventie
veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten van € 1.452,00, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe,
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.
|
Dit vonnis is gewezen door mr. B. Brokkaar, kantonrechter, en in het openbaar uitgesproken op 15 september 2026. |
||
42147