ECLI:NL:RBAMS:2026:9353

Datum uitspraak
17-09-2026
Instantie
Rechtbank Amsterdam
Rechtsgebied
Civiel recht
Zaaknummer
12048320 \ CV EXPL 26-401
Type
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Belvilla moet een man die een vakantiewoning boekte 677 euro terugbetalen. Er was namelijk sprake van een oneerlijke handelspraktijk.

Wetsartikelen die in deze uitspraak worden aangehaald

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM

Civiel recht

Kantonrechter

Zaaknummer: 12048320 \ CV EXPL 26-401

Vonnis van 17 september 2026

in de zaak van

[eisende partij] ,

wonende te [woonplaats] ,

eisende partij,

hierna te noemen: [eisende partij] ,

procederend in persoon,

tegen

BELVILLA NEDERLAND B.V.,

gevestigd te Amsterdam-Duivendrecht,

gedaagde partij,

hierna te noemen: Belvilla,

zelfprocederend.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- de dagvaarding van 24 december 2025, met producties,

- het tussenvonnis van 12 maart 2026, waarbij [eisende partij] in de gelegenheid is gesteld om een gebrek aan de dagvaarding bij exploot te herstellen,

- de betekende dagvaarding van 18 maart 2026, met producties,- de conclusie van antwoord met producties,

- het tussenvonnis van 23 april 2026, waarbij is bepaald dat schriftelijk zal worden voort geprocedeerd,- de conclusie van repliek met producties.

1.2.

Hoewel daartoe in de gelegenheid gesteld, heeft Belvilla geen conclusie van dupliek ingediend. Vervolgens is een datum voor vonnis bepaald.

2 De feiten

2.1.

[eisende partij] heeft op 19 september 2025 een vakantiewoning geboekt bij Belvilla voor de periode van 23 november tot en met 27 november 2025. In de beschrijving van deze vakantiewoning op de website van Belvilla staat het volgende vermeld:

“(…)

Optioneel nuts- en servicepakket

Een optioneel nutsvoorzieningen- en servicepakket van EUR 225,00 kan voorafgaand aan uw aankomst worden geselecteerd. U ontvangt een aparte communicatie met de betaallink als u dit wilt toevoegen. Dit pakket zorgt voor een zorgeloos verblijf en dekt diensten zoals eindschoonmaak, nutsverbruik, serviceondersteuning en bescherming tegen kleine schade of incidentele kosten tijdens uw verblijf. Gasten die dit liever zelf regelen kunnen dat doen, mits de accommodatie bij uitchecken in goede staat wordt achtergelaten.

(…)”

2.2.

Uit de boekingsbevestiging van [eisende partij] blijkt dat het totaal te betalen bedrag € 452,00 bedraagt. Ook de daarbij meegezonden factuur ziet op een totaal te betalen bedrag van € 452,00 voor de huur van de vakantiewoning. [eisende partij] heeft tijdens het boeken geen nuts- en servicepakket toegevoegd. Op de overeenkomst zijn algemene voorwaarden van toepassing. In artikel 3.4 van de algemene voorwaarden staat het volgende:

“3.4 Deposit and additional costs . A deposit is applicable to some holiday homes. Furthermore, additional costs may be payable, such as for bed linen or (final) cleaning. The manner of payment of the deposit and/or additional costs is described in the travel agreement.”

2.3.

Diezelfde dag heeft Belvilla per e-mail aan [eisende partij] onder meer het volgende geschreven:

“(…) Een borg van EUR 225,00 is vereist dichter bij uw incheckdatum. U ontvangt een aparte communicatie met de betalingslink. De borg zorgt voor een zorgeloos verblijf en dekt extra diensten zoals schoonmaak, servicekosten, verbruik, schade of andere extra kosten die tijdens het verblijf worden gemaakt. Een eventueel restant van de borg wordt binnen 21 dagen na het uitchecken terugbetaald. (…)”

2.4.

Op enig moment daarna ontvangt [eisende partij] een tweede boekingsbevestiging met daarbij een factuur, waarin onder het kopje ‘Uiteenzetting factuur’ een aanvullende kostenpost is toegevoegd ten opzichte van de boekingsbevestiging van 19 september 2025, te weten:

“Extra kosten Borg (12-10-2025)

Schoonmaak € 150

Bedlinen € 75”

2.5.

Bij e-mail van 22 oktober 2025 heeft [eisende partij] Belvilla verzocht om binnen zeven dagen de volgens hem onterechte kosten van € 225,00 kwijt te schelden of terug te betalen en een passende compensatie toe te kennen voor de gemaakte inspanningen en tijd, bij voorkeur 75% van de huursom. Belvilla heeft daarop afwijzend gereageerd en laten weten dat betaling van € 225,00 voorwaarde is om toegang tot de accommodatie te verkrijgen en, desgevraagd, dat annuleren van de boeking niet mogelijk is. [eisende partij] heeft daarop het aanvullende bedrag van € 225,00 betaald.

2.6.

Naar aanleiding van de vragen van [eisende partij] over de aanvullende kosten heeft Belvilla op 25 oktober 2025 per e-mail het volgende aan [eisende partij] meegedeeld:

“(…) Na een grondige bevestiging van uw boeking (…) kunnen wij bevestigen dat het totale huurbedrag dat vooraf aan Belvilla moest worden betaald € 677,00 bedraagt. De eindschoonmaakkosten van € 225,00 zijn een verplichte vergoeding voor schoonmaakdiensten en niet restitueerbaar. Dit bedrag wordt vooraf aan Belvilla betaald om een soepel en comfortabel verblijf te garanderen. (…)”

3 Het geschil

3.1.

[eisende partij] vordert bij uitvoerbaar bij voorraad te verklaren vonnis veroordeling van Belvilla tot betaling aan hem van € 225,00 aan onterecht gefactureerde kosten, € 452,00 aan de gehele huursom en de proceskosten, te vermeerderen met de wettelijke rente daarover.

3.2.

[eisende partij] stelt hiertoe dat Belvilla pas na het boeken van de vakantiewoning extra kosten van € 225,00 in rekening heeft gebracht, die vooraf als optioneel zijn gepresenteerd en niet zijn opgenomen in het prijsaanbod. Daarnaast heeft Belvilla de extra kosten aanvankelijk aangeduid als borg, welke later zijn omgezet in niet-restitueerbare kosten voor schoonmaak en bedlinnen. Volgens [eisende partij] is er daarom sprake van een oneerlijke handelspraktijk dan wel een tekortkoming in de nakoming. Ook is er sprake van een ongeldige wijziging van de overeenkomst, omdat daarvoor zijn instemming vereist was en hij nooit met de wijziging heeft ingestemd.

3.3.

Belvilla voert aan dat [eisende partij] ten tijde van de reservering is geïnformeerd dat een borgsom van € 225,00 verschuldigd zou zijn kort voor aankomst. De boekingsbevestiging heeft verduidelijkt dat de borg betrekking had op diensten, schoonmaak, nutsvoorzieningen en andere op verbruik gebaseerde kosten. De borgvoorwaarden maken volgens Belvilla deel uit van het aanbod dat aan [eisende partij] is meegedeeld en die zijn aanvaard bij het maken van de reservering.

3.4.

Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan.

4 De beoordeling

4.1.

Vooropgesteld wordt dat de overeenkomst is gesloten tussen Belvilla als handelaar en [eisende partij] als consument. Op grond van artikel 6:193b lid 1 jo lid 2 BW handelt een handelaar onrechtmatig jegens een consument indien hij een handelspraktijk verricht die oneerlijk is. Daarvan is sprake indien een handelaar handelt in strijd met de vereisten van professionele toewijding en het vermogen van de gemiddelde consument om een geïnformeerd besluit te nemen merkbaar is beperkt of kan worden beperkt, waardoor de gemiddelde consument een besluit over een overeenkomst neemt of kan nemen, dat hij anders niet had genomen.

4.2.

In de beschrijving van de vakantiewoning die [eisende partij] heeft geboekt staat vetgedrukt vermeld dat een optioneel nutsvoorzieningen- en servicepakket van € 225,00 kan worden geselecteerd. Daaruit blijkt dat een dergelijk servicepakket voor € 225,00 niet standaard in de prijs is inbegrepen, tenzij een huurder dat pakket tegen additionele betaling ‘bijboekt’. Dat volgt ook uit het feit dat Belvilla in dat geval nog een aparte betaallink aan de huurder toestuurt voor het servicepakket, zoals vermeld in de beschrijving van de vakantiewoning. Daarnaast staat expliciet in de beschrijving van de vakantiewoning vermeld dat huurders ervoor kunnen kiezen om de diensten die door het servicepakket worden gedekt, zelf te regelen. De tekst van de beschrijving wijst er naar het oordeel van de kantonrechter dan ook nadrukkelijk op dat het aanvullende bedrag van € 225,00 uitsluitend verschuldigd is wanneer het optionele pakket wordt bijgeboekt.

4.3.

Belvilla stelt echter dat zij [eisende partij] voorafgaand aan het maken van de reservering heeft geïnformeerd over de verplichting om een ‘borgsom’ van € 225,00 te betalen. Dat in afwijking van de tekst in de beschrijving een dergelijke mededeling vóór het sluiten van de overeenkomst aan [eisende partij] is gedaan blijkt nergens uit en is door [eisende partij] betwist. Belvilla verwijst in dit kader verder nog naar de boekingsbevestiging waaruit de aanvullende kosten zouden blijken, maar ook daarin wordt zij niet gevolgd. Nog los van het feit dat de aanvullende kosten uitsluitend zijn vermeld in de tweede boekingsbevestiging en niet in de eerste, geldt dat Belvilla de boekingsbevestigingen pas ná het boeken van de vakantiewoning heeft toegestuurd. De inhoud daarvan was voor [eisende partij] dus niet voorafgaand aan het maken van de boeking kenbaar.

4.4.

De kantonrechter concludeert dan ook dat [eisende partij] niet voorafgaand aan het sluiten van de overeenkomst door Belvilla op de aanvullende kosten is gewezen. Integendeel, Belvilla heeft aan [eisende partij] meegedeeld dat hij voor dit servicepakket niet hoeft te betalen wanneer hij dit pakket niet bijboekt. Met die mededeling heeft Belvilla [eisende partij] ten aanzien van de aanvullende kosten op het verkeerde been gezet. Verder heeft Belvilla, toen [eisende partij] eenmaal bekend werd met de aanvullende kosten en hij verzocht om de boeking te mogen annuleren, aan hem geen enkele mogelijkheid geboden om zijn boeking kosteloos te kunnen annuleren. Wanneer [eisende partij] zijn boeking had geannuleerd vanwege de aanvullende kosten, zou hij volgens Belvilla alsnog de huurprijs van € 452,00 verschuldigd zijn geweest. Zou hij het bedrag van € 225,00 niet hebben betaald, dan was hem geen toegang verschaft tot de vakantiewoning en was hij het betaalde bedrag van € 452,00 eveneens kwijt geweest.

4.5.

Met deze gang van zaken creëert Belvilla een situatie waarin zij, in afwijking van de – notabene vetgedrukte – tekst in de beschrijving, eerst na het sluiten van de overeenkomst aanvullende kosten aan een consument in rekening brengt, terwijl de consument op dat moment feitelijk niet meer anders kan dan instemmen met deze aanvullende kosten omdat hij anders de volledige huurprijs voor de vakantiewoning kwijt is. In de kern komt dat dus erop neer dat zij de consument met deze handelswijze dwingt om het optionele servicepakket alsnog af te nemen en de prijs van € 225,00 daarvoor te voldoen. Daarmee handelt zij in strijd met de vereisten van professionele toewijding en kan het vermogen van de gemiddelde consument om een geïnformeerd besluit te nemen merkbaar worden beperkt, waardoor de gemiddelde consument een besluit over een overeenkomst neemt of kan nemen dat hij anders niet had genomen. Het is immers goed voorstelbaar dat dergelijke aanvullende kosten van invloed kunnen zijn op de beslissing van een gemiddelde consument om wel of niet tot boeking van een vakantiewoning over te gaan (zoals ook in het geval van [eisende partij] , die van de overeenkomst af wilde toen hij hoorde van de aanvullende kosten). Belvilla maakt zich dus schuldig aan een oneerlijke handelspraktijk.

4.6.

Ten overvloede wordt nog opgemerkt dat Belvilla de aanvullende kosten kennelijk kwalificeert als een borgsom en dat zij deze kosten, na het boeken, ook als zodanig aan de consument presenteert. Van een borgsom is echter geen sprake, omdat het te betalen bedrag bestaat uit een niet-restitueerbare vergoeding voor schoonmaakkosten en bedlinnen. Desondanks heeft Belvilla daarover op 19 september 2025 aan [eisende partij] meegedeeld dat een eventueel restant van de borg na het uitchecken aan hem terug wordt betaald. Dat bericht is duidelijk in strijd met de latere e-mail van 25 oktober 2025 waarin staat dat de verplichte vergoeding van € 225,00 niet restitueerbaar is. Weliswaar zijn deze e-mails verstuurd na het aangaan van de overeenkomst, maar dat doet er niet aan af dat Belvilla ook nadat zij de aanvullende kosten in rekening heeft gebracht nogmaals een onjuiste voorstelling van zaken geeft aan [eisende partij] .

4.7.

Op grond van artikel 6:193j lid 3 BW is een overeenkomst die als gevolg van een oneerlijke handelspraktijk tot stand is gekomen, vernietigbaar. [eisende partij] , die niet is bijgestaan door een juridisch gemachtigde, heeft in zijn dagvaarding niet het woord ‘vernietiging’ in de mond genomen, maar uit de gehele strekking van de dagvaarding volgt duidelijk dat dit wel is wat hij met deze procedure heeft beoogd. Immers vordert hij niet alleen terugbetaling van de aanvullende kosten, maar ook van de gehele huursom en daarbij beroept hij zich nadrukkelijk op de grondslag van een oneerlijke handelspraktijk. De kantonrechter begrijpt de vordering van [eisende partij] dan ook zo dat hij daarmee (ook) de vernietiging van de overeenkomst vordert. Belvilla wordt bij die uitleg van de vorderingen van [eisende partij] niet in haar belangen geschaad, omdat deze strekking voor Belvilla kenbaar kon en behoorde zijn en zij tweemaal in de gelegenheid is gesteld om op de vorderingen van [eisende partij] tot gehele terugbetaling op grond van artikel 6:193b e.v. BW te reageren. Voor een nadere schriftelijke ronde waarin Belvilla de gelegenheid krijgt om zich over die uitleg van de vordering uit te laten bestaat daarom geen aanleiding.

4.8.

Gelet op het voorgaande wordt de tussen partijen gesloten overeenkomst door de kantonrechter vernietigd. Vernietiging werkt terug en dat betekent dat alle verrichte prestaties ongedaan moeten worden gemaakt. Belvilla moet het volledige door [eisende partij] betaalde bedrag aan hem terugbetalen, omdat [eisende partij] dat bedrag onverschuldigd heeft betaald. Omgekeerd geldt dat de door Belvilla geleverde prestatie op zichzelf niet ongedaan kan worden gemaakt. Immers heeft [eisende partij] – naar tevredenheid, zoals Belvilla onweersproken heeft aangevoerd – het huurgenot van de vakantiewoning gehad. De kantonrechter ziet echter geen aanleiding om voor deze niet ongedaan te maken prestatie aan Belvilla een vergoeding toe te kennen ter waarde van die prestatie. Het gaat hier om een handelspraktijk die moet worden gestopt. In de Richtlijn (2005/29/EG) is daarom opgenomen dat tegen deze handelspraktijken sancties moeten worden opgelegd die doeltreffend, evenredig en afschrikwekkend zijn. Als Belvilla ondanks de vernietiging van de overeenkomst toch aanspraak kan maken op een vergoeding voor het verschafte huurgenot, dan heeft die vernietiging in dit geval onvoldoende afschrikwekkende werking. Daarom komt er geen ongedaanmakingsverplichting voor het verschafte huurgenot.

4.9.

Dit leidt ertoe dat Belvilla het gehele door [eisende partij] betaalde bedrag aan hem moet terugbetalen. De vordering tot betaling van (€ 225,00 plus € 452,00 is) € 677,00 wordt daarom toegewezen. De wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW daarover wordt ook toegewezen, op de wijze zoals hierna onder de beslissing is vermeld.

4.10.

Bij deze uitkomst van de procedure moet Belvilla de proceskosten (inclusief nakosten) van [eisende partij] betalen. Ten aanzien van het te vergoeden griffierecht zal worden aangesloten bij het tarief dat behoort bij het toegewezen bedrag, te weten € 93,00. De proceskosten van [eisende partij] worden daarom begroot op:

- kosten van de dagvaarding

€

144,47

- griffierecht

€

93,00

(plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing)

Totaal

€

237,47

4.11.

De gevorderde wettelijke rente over de proceskosten wordt toegewezen zoals vermeld in de beslissing.

5 De beslissing

De kantonrechter

5.1.

veroordeelt Belvilla om aan [eisende partij] te betalen een bedrag van € 677,00, te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW over het toegewezen bedrag, met ingang van 1 november 2025, tot de dag van volledige betaling,

5.2.

veroordeelt Belvilla in de proceskosten van € 237,47, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als Belvilla niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,

5.3.

veroordeelt Belvilla tot betaling van de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW over de proceskosten als deze niet binnen veertien dagen na aanschrijving zijn betaald,

5.4.

verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad,

5.5.

wijst het meer of anders gevorderde af.

Dit vonnis is gewezen door mr. M. Wiltjer en in het openbaar uitgesproken op 17 september 2026.

51447

Andere uitspraken die naar dezelfde wetsartikelen verwijzen

Tekst: Rechtspraak.nl (gepseudonimiseerd). Links naar wetsartikelen en uitspraken zijn toegevoegd door wetboek.org. Origineel op uitspraken.rechtspraak.nl »