RECHTBANK AMSTERDAM
Familie- en Jeugdrecht
Zaaknummer: C/13/788571 / JE RK 26-444
Datum mondelinge uitspraak: 5 juni 2026
Beschikking van de kinderrechter over een ondertoezichtstelling
in de zaak van
de Raad voor de Kinderbescherming,
regio Amsterdam,
hierna te noemen de Raad,
over
[minderjarige] , geboren op [geboortedag] 2024 in [geboorteplaats],
hierna te noemen [minderjarige].
De kinderrechter merkt als belanghebbende aan:
[de moeder] ,
hierna te noemen de moeder,
wonende in [woonplaats],
advocaat mr. T.H.L. Kneepkens uit Amsterdam.
De kinderrechter merkt als informant aan:
de gecertificeerde instelling William Schrikker Stichting Jeugdbescherming en Jeugdreclassering, hierna te noemen de GI.
1 Het verloop van de procedure
De kinderrechter neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:
-
het verzoekschrift met bijlagen van de Raad, ontvangen op 1 juni 2026;
-
de nagekomen reactie van de moeder, ontvangen op 4 juni 2026.
De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 5 juni 2026. Daarbij waren aanwezig:
- de moeder met haar advocaat;
- mevrouw [naam 1] namens de Raad;
-
de heer [naam 2] namens de GI;
-
mevrouw [naam 3], persoonlijk begeleider van de moeder vanuit Cordaan.
2 De feiten
De moeder is belast met het ouderlijk gezag over [minderjarige].
[minderjarige] woont met zijn moeder semi-begeleid bij Cordaan.
Er zijn geen gegevens bekend van de vader van [minderjarige].
[minderjarige] is bij beschikking van 23 maart 2026 van deze rechtbank voorlopig onder toezicht gesteld tot 10 juni 2026. Het verzoek tot een machtiging tot uithuisplaatsing is bij diezelfde beschikking afgewezen.
3 Het verzoek
De Raad verzoekt [minderjarige] onder toezicht te stellen van de GI voor de duur van een jaar en de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren.
4 De standpunten
De Raad
De Raad heeft gepersisteerd bij haar verzoek en daartoe het volgende aangevoerd.
De afgelopen periode is er veel ondersteuning betrokken geweest, waardoor er positieve stappen zijn gezet. Zo hebben de GI, Spoedhulp, de huisarts en de kinderopvang geen blauwe plekken of schrammen opgemerkt op het lichaam van [minderjarige]. Er zijn dan ook geen zorgen meer over zijn fysiek. Daarnaast is er samen met de moeder een voedingsschema opgesteld. [minderjarige] krijgt inmiddels voldoende en passende voeding. Ook lukt het de moeder om [minderjarige] op een passend tijdstip naar bed te brengen. De huisarts, het consultatiebureau en Spoedhulp achten het op dit moment voldoende veilig bij de moeder.
Toch acht de Raad een ondertoezichtstelling noodzakelijk. Gezien wordt namelijk dat de moeder adviezen aanneemt, maar dat dit enkel extern gedreven is. Er zijn veel twijfels over de leerbaarheid van de moeder. Cordaan acht de kans groot dat, op het moment dat de ondertoezichtstelling eraf gaat, de moeder weer eigen beslissingen gaat nemen en dingen zal terugdraaien, zoals bijvoorbeeld het annuleren van de kinderopvang. Er kan lange tijd nog opvoedondersteuning betrokken blijven, maar de moeder moet ook intrinsieke verandering tonen. Daarnaast is de Raad bezorgd dat, wanneer [minderjarige] ouder wordt, de moeder niet voldoende emotioneel beschikbaar voor hem kan zijn. Het lukt haar naar verwachting niet om bij [minderjarige] aan te sluiten wanneer er sprake gaat zijn van complexere sociale situaties.
De Raad begrijpt dat de moeder een kortere ondertoezichtstelling wil. Toch acht de Raad een termijn van een jaar passend, omdat er gezocht gaat worden naar een nieuwe woonplek voor [minderjarige] en de moeder. Op het moment dat zij een nieuwe woonplek hebben, zal er vanuit een andere organisatie hulpverlening moeten worden opgebouwd. Het is belangrijk dat dit onder regie van de GI kan plaatsvinden.
De GI
De GI is het eens met het verzoek van de Raad. De moeder heeft goede betrokken mensen om zich heen verzameld. Dat is een talent van haar en dat is knap. De ondertoezichtstelling kan als stok achter de deur worden ingezet om de moeder intrinsiek te motiveren.
De moeder en haar advocaat
De moeder wil het beste voor [minderjarige]. Gelet op de initiële zorgen, begrijpt de moeder dat de ondertoezichtstelling noodzakelijk is. De moeder vindt het nog ingewikkeld om aan te geven dat zij hulp nodig heeft. Toch wenst de moeder dat [minderjarige] voor de duur van zes maanden onder toezicht wordt gesteld. Over zes maanden zal Cordaan Jeugd namelijk al enige tijd betrokken zijn en het perspectief is dat dat goed zal gaan verlopen. Feitelijk zal er niet veel veranderen, behalve dat de moeder naar een andere woonplek gaat. Zij voelt zich niet veilig in [woonplaats] en wil hier graag weg. Over zes maanden kan er dan een toetsmoment plaatsvinden.
Cordaan
De persoonlijk begeleider van de moeder heeft het volgende naar voren gebracht. Vanuit Cordaan wordt gezocht naar een nieuwe woonplek voor [minderjarige] en de moeder. Dit zal op een ouder-kindlocatie worden, waarbij er 16 tot 24 uur per dag begeleiding aanwezig zal zijn. Daarnaast zal Cordaan Jeugd ingezet worden. Dit staat los van de persoonlijke begeleiding van de moeder.
5 De beoordeling
De kinderrechter is van oordeel dat aan de voorwaarden voor een ondertoezichtstelling is voldaan (artikel 1:255 BW). De kinderrechter legt hieronder uit waarom.
Het is zeer positief dat de moeder de adviezen van Spoedhulp opvolgt en dat daarmee goede stappen zijn gezet. Dat is erg knap van de moeder.
Toch ziet de kinderrechter voor de langere termijn nog zorgen. Gezien wordt namelijk dat de moeder extern gedreven wordt en dat zij niet inzet dat zij hulp nodig heeft. Zo vindt de moeder het erg moeilijk dat [minderjarige] naar de kinderopvang gaat omdat hij haar beste vriend is en ze hem dan mist. Het is aannemelijk dat, wanneer de ondertoezichtstelling niet meer loopt, de moeder [minderjarige] zal thuishouden, terwijl de kinderopvang juist heel goed is voor zijn ontwikkeling. Daarnaast is het ook belangrijk dat Cordaan Jeugd betrokken blijft. Daar kan de moeder van profiteren. Bovendien moet onderzocht worden wat [minderjarige] nodig heeft om veilig op te groeien en wat de moeder nodig heeft om goed bij hem te kunnen blijven aansluiten.
De komende periode zal ook gezocht worden naar een nieuwe woonplek voor [minderjarige] en de moeder, buiten [woonplaats]. Dit zal verandering en mogelijk spanning met zich meebrengen. Het is ook daarom van belang dat de GI betrokken blijft om dit op een goede manier te kunnen begeleiden.
De komende periode dient aan de volgende doelen te worden gewerkt:
-
[minderjarige] groeit veilig op bij de moeder;
-
[minderjarige] heeft een opvoeder die kan aansluiten bij wat hij nodig heeft om zich zo goed mogelijk te ontwikkelen;
-
het netwerk van de moeder wordt in kaart gebracht.
Gelet op de wachtlijsten en de huidige woningproblematiek, is de kans klein dat [minderjarige] en de moeder binnen een half jaar een nieuwe woonplek hebben. Daarnaast verwacht de kinderrechter niet dat binnen een half jaar de zorgen met betrekking tot de intrinsieke motivatie van de moeder zullen zijn verdwenen. De moeder blijft immers volhouden geen hulp nodig te hebben. De kinderrechter stelt [minderjarige] daarom onder toezicht voor de duur van een jaar.
6 De beslissing
De kinderrechter:
stelt [minderjarige] onder toezicht van William Schrikker Stichting Jeugdbescherming en Jeugdreclassering voor de duur van een jaar, te weten tot 5 juni 2027;
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.
|
Deze beslissing is gegeven en in het openbaar uitgesproken op 5 juni 2026 door mr. E.M. Devis, kinderrechter, in aanwezigheid van mr. A.F. Hulskes als griffier, en op schrift gesteld op 17 juni 2026. |
||
Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof Amsterdam. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:
-
degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
-
andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.