beslissing
RECHTBANK AMSTERDAM
Afdeling Publiekrecht
Teams Strafrecht
Parketnummer: 13/242129-22 (vordering tenuitvoerlegging GVM)
Beslissing van de meervoudige strafkamer in de zaak op grond van artikelen 6:6:23a en 6:6:23b van het Wetboek van Strafvordering en artikelen 38w en 38z van het Wetboek van Strafrecht tegen:
[de veroordeelde] ,
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1997,
verblijvende op het adres [adres] .
Procesgang
De meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam heeft bij arrest van 21 juni 2024 de veroordeelde een gevangenisstraf van 42 maanden, met aftrek van voorarrest, en een maatregel strekkende tot gedragsbeïnvloeding of vrijheidsbeperking als bedoeld in artikel 38z van het Wetboek van Strafrecht (hierna: GVM) opgelegd. Het arrest is onherroepelijk.
De rechtbank heeft de vordering tot tenuitvoerlegging van bovengenoemde gedragsbeïnvloedende en vrijheidsbeperkende maatregel van 3 juli 2026 op 14 juli 2026 op de openbare terechtzitting behandeld. De vordering strekt ertoe dat de rechtbank de tenuitvoerlegging van de GVM gelast voor de periode van vijf jaren, dat daarbij de voorwaarden worden opgenomen die door de reclassering zijn geadviseerd en dat vervangende hechtenis zal worden tenuitvoergelegd, telkens voor de duur van ten hoogste zes maanden, voor elke keer dat niet aan de maatregel wordt voldaan.
De rechtbank heeft ter zitting de veroordeelde en de officier van justitie, mr. R. Willemsen, gehoord.
Stukken
De rechtbank kennisgenomen van de volgende stukken:
-
een advies van Reclassering Nederland van 30 juni 2026, opgemaakt door [reclasseringsmedewerker] (reclasseringswerker) en [unitmanager] (unitmanager);
-
een registratiekaart van 22 september 2025;
-
een beslissing voorwaardelijke invrijheidstelling (V.I.) – inhoudende het niet verlenen van V.I. – van 9 juni 2026, opgemaakt door M.C. Polfliet (advocaat-generaal).
Advies
Het advies van de reclassering luidt – zakelijk weergegeven – als volgt.
De reclassering adviseert om de GVM ten uitvoer te leggen. Veroordeelde bevindt zich in een kwetsbare maatschappelijke situatie, omdat hij geen dagbesteding heeft, er sprake is van een hoge schuldenlast en veroordeelde niet beschikt over een (positief) sociaal netwerk. Er is sprake van een hoog recidiverisico. Uit verdiepingsdiagnostiek is gebleken dat er bij veroordeelde sprake is van een aangeboren, blijvende beperking in sociale communicatie en sociaal inzicht in combinatie met een licht verstandelijke beperking. Daardoor is hij niet in staat om zijn sociaal-emotionele en praktische vaardigheden zelfstandig zodanig te ontwikkelen dat hij zonder intensieve en blijvende ondersteuning kan functioneren. Tijdens de detentie is gebleken dat veroordeelde continue en directe aansturing nodig heeft om adequaat te functioneren en de verwachting is dat dit ook buiten detentie het geval zal zijn. De reclassering acht het daarom noodzakelijk dat veroordeelde in een begeleide woonvoorziening zal worden geplaatst. Op grond daarvan is er een indicatie op grond van de Wet Langdurige Zorg aangevraagd en toegekend. Hiermee kon veroordeelde worden aangemeld voor beschermd wonen bij [organisatie] in Rotterdam, waar hij aansluitend aan de detentie terecht kan. Vanuit het Centrum Indicatiestelling Zorg is er cliëntondersteuning toegewezen aan veroordeelde. Als onderdeel van de voorwaarden voor de cliëntondersteuning, waarmee veroordeelde heeft ingestemd, is hij aangemeld bij [naam bedrijf] en loopt er een aanvraag voor mentorschap. De reclassering rapporteert dat een hulpverleningstraject binnen een forensisch kader in de rede ligt. Omdat het V.I.-traject van veroordeelde is afgesteld en hij in het verleden behandelafspraken en voorwaarden niet nakwam, acht de reclassering het wenselijk dat aan het forensisch hulpverlengingstraject invulling wordt gegeven door middel van de GVM. Het toezichtkader biedt daarnaast de mogelijkheid om het ambulante hulpverleningstraject vorm te geven. De reclassering adviseert om de GVM voor de duur van minimaal drie jaar ten uitvoer te leggen, met als voorwaarden een meldplicht bij de reclassering, een ambulante behandeling, verblijf in begeleid wonen of maatschappelijke opvang, een contactverbod met het slachtoffer, een dagbesteding, meewerken aan aflossing van schulden en meewerken aan beheersing van middelengebruik.
Ter terechtzitting is gebleken dat veroordeelde inmiddels verblijft bij [organisatie] in Rotterdam. Hij is samen met een begeleider ter zitting verschenen.
Standpunten
De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat de vordering dient te worden toegewezen.
Veroordeelde heeft aangegeven dat hij positief staat tegenover tenuitvoerlegging van de GVM en dat hij de voorwaarden die door de reclassering zijn geadviseerd wil accepteren.
Beoordeling
Ontvankelijkheid
De rechtbank ziet zich eerst voor de vraag gesteld of de vordering van de officier van justitie ontvankelijk is. In artikel 6:6:23a Wetboek van Strafvordering (Sv) is bepaald dat een vordering tot tenuitvoerlegging van de GVM dertig dagen vóór de beëindiging van de detentie moet worden ingediend. Uit de registratiekaart blijkt dat de detentie van veroordeelde afliep op 13 juli 2026. De vordering dateert van 3 juli 2026 en is dus in beginsel niet tijdig ingediend. Een niet-tijdig ingediende vordering kan echter nog steeds ontvankelijk zijn indien het Openbaar Ministerie aannemelijk maakt dat er zich eerst binnen dertig dagen voor afloop van de detentie een grond voor tenuitvoerlegging heeft voorgedaan (artikel 6:6:23a lid 2 jo 6:6:23b Sv). Het reclasseringsadvies waarin is uiteengezet dat het recidiverisico hoog is en dat er een noodzaak bestaat om de GVM ten uitvoer te leggen, dateert van 30 juni 2026. De officier van justitie heeft ter zitting aangegeven dat de vordering is ingediend zodra het reclasseringsadvies bekend was. Gelet op het voorgaande oordeelt de rechtbank dat de vordering tot tenuitvoerlegging van de GVM ontvankelijk is.
Toewijzing vordering tenuitvoerlegging GVM
De rechtbank is van oordeel dat de vordering tot tenuitvoerlegging van de GVM moet worden toegewezen en overweegt hiertoe als volgt.
De tenuitvoerlegging van de GVM kan worden gelast indien er ernstig rekening mee moet worden gehouden dat de veroordeelde wederom een misdrijf zal begaan waarvoor de rechter een maatregel strekkende tot gedragsbeïnvloeding of vrijheidsbeperking kan opleggen dan wel wanneer dit noodzakelijk is ter voorkoming van ernstig belastend gedrag jegens slachtoffers of getuigen. Uit het reclasseringsadvies en de beslissing tot het niet verlenen van V.I. blijkt onder meer dat er sprake is van psychosociale problematiek en dat er zorgen zijn op verschillende leefgebieden, waaronder dagbesteding en financiën. Daarnaast wordt het recidiverisico en het risico op letsel als hoog ingeschat. Veroordeelde heeft structureel intensieve hulp en begeleiding nodig.
In het hoge recidiverisico en het gegeven dat veroordeelde een geschiedenis heeft van het zich niet houden aan behandelafspraken en voorwaarden, ziet de rechtbank noodzaak om de voorwaarden en begeleiding vorm te geven binnen het forensische kader van de GVM. Positief is dat veroordeelde aansluitend aan zijn detentie is geplaatst bij [organisatie] in Rotterdam, waar hij begeleid kan wonen en de begeleiding ontvangt die hij nodig heeft. Voorts zijn ook het mentorschap en beschermingsbewind in gang gezet. De voorgaande en andere onderdelen van het hulpverleningstraject kunnen verder worden vormgegeven binnen de GVM.
De rechtbank ziet ook aanleiding om te bepalen dat veroordeelde ambulant behandeld wordt, ondanks het ontbreken van een medische verklaring waaruit de noodzaak tot behandeling blijkt. Uit de bij de vordering overlegde stukken blijkt dat veroordeelde gediagnosticeerd is met een aangeboren, blijvende beperking in de sociale communicatie en sociaal inzicht en dat er sprake is van een licht verstandelijke beperking. Binnen een ambulante behandeling kan gewerkt worden aan onder meer het verbeteren van de cognitieve-, sociale- en copingvaardigheden en het voorkomen van seksueel grensoverschrijdend gedrag. Veroordeelde heeft aangegeven mee te willen werken aan een behandeling.
Beslissing
De rechtbank wijst de vordering tot tenuitvoerlegging van de maatregel strekkende tot gedragsbeïnvloeding en vrijheidsbeperking toe.
De rechtbank gelast de tenuitvoerlegging van de maatregel strekkende tot gedragsbeïnvloeding en vrijheidsbeperking voor de duur van 3 (drie) jaren.
De rechtbank gelast daarbij de algemene voorwaarden dat veroordeelde:
- ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit medewerking verleent aan het nemen van een of meer vingerafdrukken of een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht ter inzage aanbiedt; en
- medewerking verleent aan het reclasseringstoezicht, bedoeld in artikel 6:3:14 van het Wetboek van Strafrecht, de medewerking aan huisbezoeken daaronder begrepen.
De rechtbank gelast daarbij de volgende bijzondere voorwaarden:
- Meldplicht bij reclassering
Veroordeelde meldt zich op afspraken met de reclassering, zo vaak en zolang de reclassering dat nodig vindt. De reclassering bepaalt op welke dagen en tijdstippen deze afspraken zijn. Voor de eerste afspraak meldt veroordeelde zich binnen twee werkdagen nadat het justitieel kader met toezicht is gestart bij Reclassering Nederland op het adres [adres Reclassering] .
- Ambulante behandeling
Veroordeelde laat zich behandelen door [naam zorgverlener] of een soortgelijke zorgverlener. De zorgverlener bepaalt de wijze van behandeling. De behandeling is gericht op cognitieve vaardigheden, sociale vaardigheden, seksueel grensoverschrijdend gedrag, en copingvaardigheden.
- Verblijf in begeleid wonen of maatschappelijke opvang
Veroordeelde verblijft bij [organisatie] te Rotterdam of een soortgelijke instelling voor begeleid wonen of maatschappelijke opvang. Het verblijf start aansluitend op het einde van zijn detentie. Veroordeelde houdt zich aan de huisregels en het dagprogramma dat de instelling in overleg met de reclassering opstelt.
- Contactverbod
Veroordeelde zoekt of heeft op geen enkele wijze - direct of indirect – contact met het slachtoffer in onderhavige strafzaak, [slachtoffer] , geboren op [geboortedatum] .
- Dagbesteding
Veroordeelde spant zich in voor het vinden en behouden van betaald werk, onbetaald werk en/of vrijetijdsbesteding, met een vaste structuur. De dagbesteding draagt bij aan het voorkomen van delictgedrag.
- Aflossing schulden
Veroordeelde werkt mee aan het aflossen van zijn schulden en het treffen van afbetalingsregelingen, ook als dit inhoudt meewerken aan schuldhulpverlening in het kader van de Wet Schuldsanering Natuurlijke Personen. Veroordeelde geeft de reclassering inzicht in zijn financiën en schulden.
- Beheersing middelengebruik
Veroordeelde werkt mee aan controles om zicht te krijgen op het gebruik en/of het gebruik te leren beheersen van alcohol en verdovende middelen, genoemd in lijst I (harddrugs), lijst II (softdrugs) en middelen die vallen onder een stofgroep genoemd in lijst IA in de Opiumwet. Deze controles kunnen bestaan uit urineonderzoek/ademonderzoek/speekseltest. De reclassering bepaalt hoe vaak en met welk controlemiddel wordt gecontroleerd.
De rechtbank beveelt dat ten hoogste 30 (dertig) dagen vervangende hechtenis zal worden toegepast voor iedere keer dat door veroordeelde niet aan de maatregel wordt voldaan, met een maximum van 6 (zes) maanden.
Toepassing van de vervangende hechtenis heft de verplichting ingevolge de opgelegde maatregel niet op.
Deze beslissing is ingevolge artikel 6:6:23f Wetboek van Strafvordering dadelijk uitvoerbaar.
Deze beslissing is gegeven door
mr. C.P.E. Meewisse, voorzitter,
mrs. J.O. Rutten en I. Timmermans, rechters,
in tegenwoordigheid van mr. E. Willeboer, griffier,
en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank van 14 juli 2026.