RECHTBANK AMSTERDAM
Civiel recht
Kantonrechter
Zaaknummer / rekestnummer: 11934700 \ EA VERZ 25-1214
Beschikking van 3 februari 2026
in de zaak van
[verzoeker] ,
wonende te [woonplaats],
verzoekende partij,
hierna te noemen: [verzoeker],
gemachtigde: mr. L. Hellinga,
tegen
R3FUND ASSET MANAGEMENT B.V.,
gevestigd te Amsterdam,
verwerende partij,
hierna te noemen: R3fund
niet verschenen.
1 De procedure
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- het verzoekschrift met daarin een verzoek als bedoeld in artikel 7:243 van het Burgerlijk Wetboek (BW), met producties,
- de mondelinge behandeling van 6 januari 2026, waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt. Deze aantekeningen zijn aan het dossier gevoegd. Op de mondelinge behandeling is [verzoeker] verschenen, bijgestaan door zijn gemachtigde. R3fund is, hoewel daartoe behoorlijk opgeroepen, zonder bericht van verhindering niet verschenen.
De beschikking is bepaald op vandaag.
2 De feiten
[verzoeker] huurt van R3fund de woning gelegen aan de [adres] (hierna: de woning). De huidige huurprijs bedraagt € 537,59 per maand.
De ramen aan de achterzijde van de woning bestaan uit enkel glas. Bij brief van 4 juni 2025 heeft [verzoeker] aan R3fund het verzoek gedaan om aan de achterzijde van de woning isolatieglas te plaatsen tegen betaling van een redelijke huurverhoging.
R3fund heeft aan het verzoek van [verzoeker] niet voldaan.
3 Het verzoek
[verzoeker] verzoekt – samengevat – dat de kantonrechter, bij uitvoerbaar bij voorraad te verklaren beschikking:
I. bepaalt dat R3fund binnen drie maanden na heden, op eigen kosten, zal overgaan tot het vervangen van het enkele glas aan de achterzijde van de woning door isolerend glas (HR++), op straffe van een dwangsom, zulks tegen een huurverhoging van € 16,18 per maand,
II. R3fund veroordeelt in de proceskosten.
[verzoeker] stelt, kort weergegeven, dat het treffen van energiebesparende maatregelen redelijk is. Volgens [verzoeker] zorgt het enkele glas voor kou en condens en zal isolatieglas zorgen voor een besparing van de energie en voor verhoging van het comfort.
R3fund heeft geen verweer gevoerd.
Op de stellingen van [verzoeker] wordt, voor zover relevant, hierna ingegaan.
4 De beoordeling
Het verzoek van [verzoeker] is gebaseerd op artikel 7:243 lid 1 en lid 2 onder a BW. Uit deze leden volgt, kort samengevat, dat als een woning thermische isolatie van de uitwendige scheidingsconstructies behoeft, de rechter op verzoek van de huurder kan bepalen dat de verhuurder verplicht is deze verbetering op eigen kosten aan te brengen. De voorwaarde daarbij is dat de huurder zich bereid heeft verklaard tot het betalen van een huurverhoging die in redelijke verhouding staat tot de kosten.
In deze zaak staat vast dat de woning aan de achterzijde is voorzien van enkel glas. Aangenomen mag worden dat het plaatsen van isolatie (dubbel)glas (HR++) zal leiden tot een (toename van) thermische isolatie als bedoeld in artikel 7:243 lid 2 onder a BW. Ook kan worden aangenomen dat dit zal leiden tot een verbetering van het woongenot van [verzoeker] en tot een lagere energierekening.
Verder staat vast dat [verzoeker] zich bereid heeft verklaard voor het aanbrengen van de voorziening een huurverhoging te betalen die in een redelijke verhouding staat tot de kosten die zijn gemoeid met het aanbrengen van de voorziening.
Het voorgaande brengt met zich dat is voldaan aan de voorwaarden als bedoeld in artikel 7:243 leden 1 en 2 BW. Dit betekent dat R3fund zal worden verplicht om op haar kosten aan de achterzijde van de woning isolerend glas te plaatsen. [verzoeker] heeft een offerte van AA Glas van 16 oktober 2025 overgelegd waaruit de uit te voeren werkzaamheden en de kosten van het plaatsen van het isolerend glas volgen. De kantonrechter zal bepalen dat R3fund het enkele glas zal moeten vervangen conform deze offerte.
[verzoeker] heeft voor wat de huurverhoging betreft een berekening overgelegd waaruit volgt dat de huurprijs als gevolg van de verbetering met een bedrag van € 16,18 zou moeten worden verhoogd. Nu R3fund deze berekening niet heeft weersproken en deze berekening de kantonrechter evenmin onredelijk voorkomt, zal de kantonrechter vaststellen dat de maandelijkse huurprijs met dit bedrag zal worden verhoogd.
De dwangsom wordt toegewezen als hierna te melden. R3fund heeft immers onvoldoende blijk gegeven van een vrijwillige en voortvarende uitvoering van de werkzaamheden en [verzoeker] moet zekerheid hebben dat deze daadwerkelijk worden uitgevoerd. De kantonrechter ziet wel aanleiding om de gevorderde dwangsom te maximeren tot een bedrag van € 10.000,-.
R3fund wordt in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten van [verzoeker] betalen. Deze kosten worden begroot op:
|
- griffierecht |
€ |
90,- |
|
|
- salaris gemachtigde |
€ |
576,- |
(2 punten × € 288,00) |
|
- nakosten |
€ |
72,- |
(plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing) |
|
totaal |
€ |
738,- |
5 De beslissing
De kantonrechter
bepaalt dat R3fund uiterlijk drie maanden na heden op eigen kosten zal overgaan tot het in de huurwoning van [verzoeker] (adres [adres]) vervangen van het enkele glas aan de achterzijde van de woning door isolerend glas van het type HR ++ conform de offerte van AA Glas van 16 oktober 2025, tegen een huurverhoging van € 16,81 per maand, zulks op straffe van een dwangsom van € 150,- per dag of een gedeelte daarvan dat R3fund daarmee in gebreke blijft met een maximum van € 10.000,- aan te verbeuren dwangsommen;
bepaalt dat [verzoeker] de huurverhoging van € 16,81 per maand aan R3fund is verschuldigd met ingang van de maand volgend op die waarin het hiervoor onder 5.1. bedoelde isolerend glas in de woning is aangebracht;
veroordeelt R3fund in de proceskosten van € 738,-, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe en, indien niet binnen deze termijn aan de veroordeling is voldaan en de beschikking moet worden betekend, te vermeerderen met de wettelijke kosten van betekening;
verklaart de beschikking uitvoerbaar bij voorraad,
wijst het meer of anders verzochte af.
Deze beschikking is gegeven door mr. H.D. Coumou en in het openbaar uitgesproken op 3 februari 2026.