beschikking
RECHTBANK AMSTERDAM
Afdeling privaatrecht Team Familie & Jeugd
zaaknummer / rekestnummer: C/13/788891 / FA RK 26/4457
kenmerk: ZM/IND/204781
Machtiging wijziging verplichte zorg Wvggz
Beschikking van 8 juni 2026 van de rechtbank Amsterdam naar aanleiding van het door de officier van justitie ingediende verzoek tot het wijzigen van een zorgmachtiging als bedoeld in artikel 8:12 van de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz), ten aanzien van:
[betrokkene] ,
geboren op [geboortedag] 1987 te [geboorteplaats] ,
wonende en verblijvende te [woonplaats] , [adres] ,
hierna te noemen: betrokkene,
advocaat: mr. S.I. Fonds te Castricum,
zorgaanbieder: Arkin, locatie [locatie] .
1 Procesverloop
Het procesverloop blijkt uit het verzoekschrift met bijlagen, ingekomen ter griffie op 4 juni 2026.
De mondelinge behandeling van het verzoek heeft plaatsgevonden op 8 juni 2026 in het gebouw van de zorgaanbieder.
Ter zitting waren aanwezig en heeft de rechtbank de volgende personen gehoord:
- betrokkene (gehoord in de woonkamer);
- de raadsvrouw;
- dhr. [persoon 1] , arts.
Omdat de officier van justitie een nadere toelichting op of motivering van het verzoek niet nodig acht, is hij niet bij de mondelinge behandeling verschenen.
2 Beoordeling
Ten aanzien van betrokkene is op 22 oktober 2025 een zorgmachtiging afgegeven die geldt tot en met uiterlijk 22 oktober 2026. Daarbij is bepaald dat bij wijze van verplichte zorg de volgende maatregelen kunnen worden getroffen:
-
toedienen van medicatie;
-
het verrichten van medische controles;
-
het verrichten van andere medische handelingen en therapeutische maatregelen, ter behandeling van een psychische stoornis, dan wel vanwege die stoornis, ter behandeling van een somatische aandoening;
-
onderzoek aan kleding of lichaam;
-
onderzoek van de woon- of verblijfsruimte op gedrag-beïnvloedende middelen en gevaarlijke voorwerpen;
-
controleren op de aanwezigheid van gedrag-beïnvloedende middelen;
-
aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten, die tot gevolg hebben dat betrokkene iets moet doen of nalaten, waaronder het gebruik van communicatiemiddelen;
-
opnemen in een accommodatie.
Uit de door de zorgverantwoordelijke [persoon 2] ingediende aanvraag en het advies van de geneesheer-directeur, blijkt dat de bij beschikking van 22 oktober 2025 toegewezen vormen van verplichte zorg niet (langer) volstaan, waardoor er sprake is van een (dreigende) noodsituatie als bedoeld in artikel 8:11 Wvggz.
In het verzoekschrift heeft de officier van justitie verzocht om de zorgmachtiging op de volgende onderdelen te wijzigen door toe te voegen:
- beperken van de bewegingsvrijheid.
De raadsvrouw heeft zich gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank omdat betrokkene heeft aangegeven geen bezwaar te hebben tegen toewijzing omdat ze op korte termijn terug gaat naar haar eigen kamer op een andere afdeling.
De voorgestelde gewijzigde verplichte zorg is evenredig en naar verwachting effectief en
veilig. Uit de stukken en de mondelinge behandeling blijkt dat bij het bepalen van deze zorg rekening
is gehouden met de voorwaarden die noodzakelijk zijn om deelname van betrokkene aan het
maatschappelijk leven te bevorderen, alsmede met de veiligheid van betrokkene.
De voorgestelde wijziging voldoet aan de criteria voor en doelen van verplichte zorg als
bedoeld in de Wvggz. De rechtbank zal het verzoek toewijzen voor de resterende duur van de thans
geldende zorgmachtiging, te weten tot en met uiterlijk 22 oktober 2026.
3 Beslissing
De rechtbank:
wijzigt de zorgmachtiging die op 22 oktober 2026 is verleend ten aanzien van [betrokkene] , geboren op [geboortedag] 1987 te [woonplaats] , inhoudende dat de zorgmachtiging van 22 oktober 2025 wordt uitgebreid met de volgende vorm(en) van zorg:
- beperken van de bewegingsvrijheid.
bepaalt dat deze uitbreiding geldt voor de resterende duur van de machtiging, zijnde tot en met 22 oktober 2026.
Deze beschikking is op 8 juni 2026 mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken door
mr. F.P. Lauwaars, rechter, bijgestaan door D.L. Overduin als griffier en op 15 juni 2026 schriftelijk uitgewerkt en ondertekend.
Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.