ECLI:NL:RBAMS:2026:10132

Datum uitspraak
31-07-2026
Instantie
Rechtbank Amsterdam
Rechtsgebied
Civiel recht; Personen- en familierecht
Zaaknummer
C/13/791757 / FA RK 26/5982
Type
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Wvggz. Wijziging zorgmachtiging.

Wetsartikelen die in deze uitspraak worden aangehaald

Uitspraak

beschikking

RECHTBANK AMSTERDAM

Afdeling privaatrecht Team Familie & Jeugd

zaaknummer / rekestnummer: C/13/791757 / FA RK 26/5982

kenmerk: ZM/IND/210245

Machtiging tot het verlenen van verplichte zorg

Beschikking van 31 juli 2026 van de rechtbank Amsterdam naar aanleiding van het door de officier van justitie ingediende verzoek tot het wijzigen van een zorgmachtiging als bedoeld in artikel 8:12 van de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz), ten aanzien van:

[betrokkene] ,

geboren op [geboortedag] 2005 te [geboorteplaats] ,

wonende te [adres 1] ,

verblijvende te [adres 2] ,

zorgaanbieder: GGZ inGeest,

hierna te noemen: betrokkene,

advocaat: mr. W.A.L. de Boer te Amsterdam.

1 Procesverloop

1.1.

Bij verzoekschrift met bijlagen, ingekomen ter griffier op 29 juli 2026, heeft de officier van justitie verzocht om wijziging van de zorgmachtiging die ten aanzien van betrokkene is afgegeven op 26 juni 2026.

De mondelinge behandeling van het verzoek heeft plaatsgevonden op 31 juli 2026 in het gebouw van de zorgaanbieder op de locatie [locatie] .

Tijdens de mondelinge behandeling waren aanwezig en heeft de rechtbank de volgende personen gehoord:

- betrokkene;

- bovengenoemde advocaat;

- mw. [naam 1] , psychiater;

- mw. [naam 2] , arts;

- de zussen van betrokkene.

Omdat de officier van justitie een nadere toelichting op of motivering van het verzoek niet nodig acht, is hij niet bij de mondelinge behandeling verschenen.

2 Beoordeling

2.1.

Ten aanzien van betrokkene is op 26 juni 2026 een zorgmachtiging afgegeven die geldt tot en met uiterlijk 26 december 2026. Daarbij is bepaald dat bij wijze van verplichte zorg de volgende maatregelen kunnen worden getroffen voor de duur van de machtiging:

- toedienen van vocht en voeding;

  • toedienen van medicatie;

  • verrichten van medische controles;

  • beperken van de bewegingsvrijheid, telkens voor de duur van maximaal drie maanden per keer;

  • aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten, die tot gevolg hebben dat betrokkene iets moet doen of nalaten, waaronder het gebruik van communicatiemiddelen en het nakomen van afspraken met het ambulant behandelteam;

  • opnemen in een accommodatie, telkens voor de duur van maximaal drie maanden per keer.

2.2.

Uit de aanvraag van de zorgverantwoordelijke, die door de geneesheer-directeur is ingediend vergezeld van zijn advies hierover, blijkt dat de in deze zorgmachtiging genoemde vormen van verplichte zorg niet (langer) volstaan waardoor er sprake is van (dreigende) ernstige nadelen voor betrokkene.

Om het ernstig nadeel af te wenden heeft de officier van justitie namens de zorgverantwoordelijke verzocht de zorgmachtiging te wijzigen en de volgende vormen van verplichte zorg toe te wijzen voor de resterende duur van de lopende zorgmachtiging, te weten tot 26 december 2026;

  • het verrichten van andere medische handelingen en therapeutische maatregelen, ter behandeling van een psychische stoornis, dan wel vanwege die stoornis, ter behandeling van een somatische aandoening;

  • insluiten;

  • uitoefenen van toezicht op betrokkene.

2.3.

De reden voor de wijziging is dat betrokkene de afgelopen dagen gevaarlijk gedrag heeft laten zien, door in verwarde toestand zeep te eten, een vork naar haar buik te brengen en gepoogd naakt over de afdeling te rennen. De psychiater heeft toegelicht dat dit gedrag voortkomt uit katatonie. De katatonie van betrokkene is nog onvoldoende behandeld. Betrokkene krijgt op dit moment een hoge dosering lorazepam. Er was sprake van een algehele verslechtering van het lichaam en derhalve was het plan om te starten met ECT-behandeling in [locatie] . De wens van de familie is echter om nu niet te starten met ECT-behandeling. De psychiater kan hierin meegaan, op de voorwaarde dat wanneer er opnieuw verslechtering optreedt, de behandelaars moeten kunnen ingrijpen met ECT-behandeling.

2.4.

Gebleken is dat er geen minder bezwarende alternatieven zijn die hetzelfde beoogde effect hebben. De voorgestelde gewijzigde verplichte zorg is evenredig en naar verwachting effectief en veilig. Uit de stukken en het gehouden verhoor blijkt dat bij het bepalen van deze zorg rekening is gehouden met de voorwaarden die noodzakelijk zijn om deelname van betrokkene aan het maatschappelijk leven te bevorderen, alsmede met de veiligheid van betrokkene.

2.5.

De advocaat heeft toegelicht dat de familie van betrokkene met de psychiater overeen is gekomen om voorlopig niet te starten met ECT-behandeling, maar dat de behandeling wel gestart kan worden in een acute situatie. Ten aanzien van insluiten verzoekt de advocaat om dit te wijzigen voor de duur van telkens maximaal zeven dagen per keer. De psychiater stemt hier eveneens mee in. De rechtbank ziet geen aanleiding om hetgeen ter zitting is besproken en overeengekomen niet te volgen en zal de verplichte zorg in de vorm van insluiten beperken tot de duur van maximaal zeven dagen per keer.

2.6.

Gelet op het voorgaande is de rechtbank van oordeel dat met de voorgestelde wijziging is voldaan aan de criteria voor en doelen van verplichte zorg als bedoeld in de Wvggz. De rechtbank zal het verzoek om die reden toewijzen.

3 Beslissing

De rechtbank:

3.1.

wijzigt de zorgmachtiging die op 26 juni 2026 is verleend ten aanzien van [betrokkene] ,

geboren op [geboortedag] 2005 te [geboorteplaats] ,

3.2.

inhoudende dat bij wijze van verplichte zorg de volgende maatregelen kunnen worden getroffen voor de resterende duur van de machtiging, te weten tot en met uiterlijk 26 december 2026:

- toedienen van vocht en voeding;

  • toedienen van medicatie;

  • verrichten van medische controles;

  • het verrichten andere medische handelingen en therapeutische maatregelen, ter behandeling van een psychische stoornis, dan wel vanwege die stoornis, ter behandeling van een somatische aandoening;

  • beperken van de bewegingsvrijheid, telkens voor de duur van maximaal drie maanden per keer;

  • insluiten, telkens voor de duur van maximaal zeven dagen per keer;

  • uitoefenen van toezicht op betrokkene;

  • aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten, die tot gevolg hebben dat betrokkene iets moet doen of nalaten, waaronder het gebruik van communicatiemiddelen en het nakomen van afspraken met het ambulant behandelteam;

  • opnemen in een accommodatie, telkens voor de duur van maximaal drie maanden per keer.

Deze beschikking is op 31 juli 2026 mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken door

mr. C.F. de Lemos Benvindo, rechter, bijgestaan door mr. K.W. de Haan als griffier en op 7 augustus 2026 schriftelijk uitgewerkt en ondertekend.

Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.

Andere uitspraken die naar dezelfde wetsartikelen verwijzen

Tekst: Rechtspraak.nl (gepseudonimiseerd). Links naar wetsartikelen en uitspraken zijn toegevoegd door wetboek.org. Origineel op uitspraken.rechtspraak.nl »