ECLI:NL:RBAMS:2025:8529

Datum uitspraak
28-08-2025
Instantie
Rechtbank Amsterdam
Rechtsgebied
Civiel recht; Personen- en familierecht
Zaaknummer
C/13/774471 / HA RK 25-284
Type
Uitspraak

Inhoudsindicatie

De procedure waarin het wrakingsverzoek is gedaan, is reeds afgesloten. De rechter heeft de zaak niet meer in behandeling. Verzoekster is niet-ontvankelijk verklaard in haar verzoek tot wraking.

Wetsartikelen die in deze uitspraak worden aangehaald

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM

Beslissing op het op 21 augustus 2025 ontvangen en onder zaaknummer

C/13/774471 HA/RK 25/284 ingeschreven verzoek van:

[verzoekster] ,wonende te [woonplaats] ,

verzoekster,

welk verzoek strekt tot wraking van mr. E.M. Devis, kinderrechter te Amsterdam, hierna: de rechter.1. De procedure

De Wrakingskamer heeft kennisgenomen van de navolgende processtukken:

  • het wrakingsverzoek van 21 augustus 2025;

  • de schriftelijke reactie van de rechter ingekomen op 25 augustus 2025.

2. De gronden van de beslissing

2.1.

Verzoekster heeft gesteld dat haar verzoek betrekking heeft op de procedure met het zaaknummer V13772184/SARK 25-5156 en het horen van haar dochters [dochter 1] en [dochter 2] door de rechter in de procedure met zaaknummer C13751153 / FA RK 24-3393.

2.2.

De rechter heeft aangevoerd dat de procedure uit november 2024 (V13772184/SARK 25-5156) reeds is afgesloten. In de procedure waarin verzoekster wenst te wraken (C13751153 / FA RK 24-3393) is zij geen partij en op dit moment ook geen belanghebbende. Dit betreft namelijk een informele rechtsingang, waarvoor de kinderen zijn uitgenodigd om hun mening te geven. In dit stadium is van een formele procedure nog geen sprake. Of het zal uitmonden in een procedure waarbij verzoekster als belanghebbende zal worden aangemerkt zal afhangen van wat de kinderen in het gesprek met de rechter naar voren brengen. Nu dit gesprek niet heeft plaatsgevonden, is daar op dit moment nog niks zinnigs over te zeggen en evenmin over de vraag of de rechter met deze eventuele procedure zal worden belast.

2.3.

Op grond van het bepaalde in artikel 36 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv) dient in een wrakingsprocedure te worden onderzocht of sprake is van feiten of omstandigheden waardoor de rechterlijke onpartijdigheid schade zou kunnen lijden.

2.4.

Uit artikel 36 Rv volgt dat een verzoek tot wraking erop gericht moet zijn een rechter te vervangen tijdens een lopende procedure. Nu niet gebleken is dat de rechter een procedure in behandeling heeft waarbij verzoekster belanghebbende of partij is, is wraking niet mogelijk.

2.5.

Het verzoek tot wraking is dus kennelijk niet-ontvankelijk. Een mondelinge behandeling van het verzoek kan achterwege blijven.

BESLISSING

De rechtbank:

- verklaart verzoekster niet-ontvankelijk in haar verzoek tot wraking.

Aldus gegeven door mr. P.B. Martens, voorzitter, en mr. N.C.H. Blankevoort en mr. I.M. Bilderbeek, leden en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 28 augustus 2025.

Tegen deze beslissing staat geen voorziening open.

Andere uitspraken die naar dezelfde wetsartikelen verwijzen

Tekst: Rechtspraak.nl (gepseudonimiseerd). Links naar wetsartikelen en uitspraken zijn toegevoegd door wetboek.org. Origineel op uitspraken.rechtspraak.nl »