ECLI:NL:RBAMS:2025:8065

Datum uitspraak
28-10-2025
Instantie
Rechtbank Amsterdam
Rechtsgebied
Civiel recht; Verbintenissenrecht
Zaaknummer
10656867
Type
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Verstek. Ambtshalve toetsing consumentenrecht. Zorgverzekering is een financieel product. Eindvonnis na tussenvonnis. Niet voldaan aan artikel 6:230x BW. Gevraagde toelichting niet (volledig) gegeven. Vordering wordt afgewezen.

Wetsartikelen die in deze uitspraak worden aangehaald

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM

Civiel recht

Kantonrechter

Zaaknummer: 10656867 \ CV EXPL 23-11173

Vonnis van 30 oktober 2025

in de zaak van

de naamloze vennootschap

N.V. UNIVÉ ZORG,

gevestigd te Arnhem,

eisende partij,

gemachtigde: Inkassier Gerechtsdeurwaarders & Incasso,

tegen

[gedaagde] ,

wonende te [woonplaats] ,

gedaagde partij,

niet verschenen.

1 Het verdere verloop van de procedure

1.1.

Op 6 maart 2025 is een tussenvonnis gewezen. Eisende partij heeft op 1 mei 2025 een akte met producties ingediend.

1.2.

Vervolgens is een datum voor vonnis bepaald.

2 De verdere beoordeling

2.1.

Eisende partij vordert premie voor een aanvullende zorgverzekering in de periode september 2022 tot en met januari 2023 vermeerderd met buitengerechtelijke incassokosten en rente.

2.2.

Bij tussenvonnis is overwogen dat eisende partij had moeten toelichten wanneer en op welke wijze de verzekeringsovereenkomst en de verzekeringsvoorwaarden aan gedaagde partij zijn toegezonden, of dit is gebeurd op een duurzame drager en hoe de consument in de gelegenheid is gesteld de overeenkomst te ontbinden ex artikel 6:230x lid 1 van het Burgerlijk Wetboek (BW), zie ro. 5. In haar akte stelt eisende partij dat de overeenkomst op schrift is gesteld en dat gedaagde partij vanaf 1 januari 2020 een aanvullende zorgverzekering heeft bij eisende partij. Bij haar akte heeft eisende partij een polisblad 2022 overgelegd, waarop is vermeld dat de datum afgifte polis 12 november 2021 is en de premie € 49,95 per maand bedraagt en een polisblad 2023, waarop is vermeld dat de datum afgifte polis 12 november 2022 en de premie € 54,- per maand bedraagt. In de polisbladen wordt voor de voorwaarden verwezen naar de website van eisende partij.

2.3.

Eisende partij heeft verder aan de hand van haar bestelproces van 2025 toegelicht dat voldaan is aan de verplichtingen van artikel 6:230m en 6:230v BW. Dit bestelproces met daarin vermeld het jaar 2025 kan zonder nadere toelichting die ontbreekt niet als voorbeeld dienen voor het bestelproces dat gedaagde partij bij het sluiten van haar overeenkomst in 2022 heeft doorlopen. De gegeven toelichting is verder zinloos, nu de artikelen 6:230m en 6:230v BW op een overeenkomst op afstand betreffende financiële producten niet van toepassing zijn.

2.4.

Eisende partij heeft niet toegelicht dat en hoe is voldaan aan artikel 6:230x BW. Ook heeft eisende partij niet in de akte toegelicht hoe de polissen en voorwaarden aan gedaagde partij zijn verstrekt. Uit de overgelegde polissen lijken deze per post verstrekt te zijn en volgt dat voor de voorwaarden verwezen wordt naar de website van eisende partij. Daaruit kan echter niet worden geconcludeerd dat de voorwaarden met de polis aan eisende partij zijn verstrekt.

2.5.

Nu de gevraagde toelichting niet (volledig) is gegeven, komt de vordering ongegrond voor en wordt de vordering afgewezen.

2.6.

Eisende partij wordt als de in het ongelijk gestelde partij veroordeeld in de proceskosten.

3 De beslissing

De kantonrechter:

3.1.

wijst de vordering af;

3.2.

veroordeelt eisende partij in de kosten van gedaagde partij, begroot op nihil.

Dit vonnis is gewezen door mr. L. van Berkum, kantonrechter, en in het openbaar uitgesproken op 30 oktober 2025.

811

Andere uitspraken die naar dezelfde wetsartikelen verwijzen

Tekst: Rechtspraak.nl (gepseudonimiseerd). Links naar wetsartikelen en uitspraken zijn toegevoegd door wetboek.org. Origineel op uitspraken.rechtspraak.nl »