ECLI:NL:RBAMS:2024:3331
Inhoudsindicatie
KG 4 grote internetondernemingen wordt geboden het plaatsen en/of uitlezen van 'tracking cookies' zonder dat de gebruiker daarvoor toestemming heeft verleend te staken en gestaakt te houden. Strijd met AVG en 11.7a Telecommunicatiewet.
Bovenstaande samenvatting komt van Rechtspraak.nl. Voor de volledige tekst van de uitspraak: uitspraken.rechtspraak.nl »
Wetsartikelen die in deze uitspraak worden aangehaald
- Art. 10:159 BW Burgerlijk Wetboek Boek 10
- Art. 6 Rv Burgelijke Rechtsvordering
- Art. 7 Rv Burgelijke Rechtsvordering
- Art. 11.7a Telecommunicatiewet Telecommunicatiewet
Andere uitspraken die naar dezelfde wetsartikelen verwijzen
- ECLI:NL:RBAMS:2025:885 — 12-02-2025 Rb. Amsterdam Civiel recht
kort geding. 2 grote internetondernemingen wordt geboden het plaatsen en/of uitlezen van tracking cookies zonder dat eisers daarvoor toestemming hebben verleend te staken en gestaakt te houden. AVG. art 11.7a Telecommunicatiewet. - ECLI:NL:RBROT:2021:7869 — 31-05-2021 Rb. Rotterdam Civiel recht
Kort geding – Verzet. De kern van het geschil tussen partijen is gelegen in de vraag wie de rechthebbende is van de intellectuele eigendomsrechten op de door gedaagde in het verzet ontwikkelde software. Met betrekking tot de samenwerking tussen partijen en ter zake van de… - ECLI:NL:RBDHA:2026:9732 — 22-04-2026 Rb. Den Haag Civiel recht
Internationale koop van partijen FeCr door Tjechische onderneming van Indiase onderneming. Levering Ex Works in Rotterdam. Schadeclaim wegens gestelde non-conformiteit. Indiaas recht van toepassing. Tussenvonnis. - ECLI:NL:RBAMS:2025:7489 — 15-10-2025 Rb. Amsterdam Civiel recht
WAMCA-zaak. In dit vonnis oordeelt de rechtbank dat zij bevoegd is (rechtsmacht heeft). Aangezien de rechtbank zich bevoegd acht, zou de volgende stap in deze procedure de ontvankelijkheidsfase zijn waarin de ontvankelijkheid van SOMI en DPS wordt beoordeeld. De rechtbank ziet… - ECLI:NL:RBZWB:2025:3638 — 28-05-2025 Rb. Zeeland-West-Brabant Civiel recht
Incident bevoegdheid. Vonnis na mondelinge behandeling. De rechtbank is van oordeel bevoegd te zijn om kennis te nemen van de vorderingen tegen 2 van de gedaagden en onbevoegd ten aanzien van de in Japan gevestigde gedaagden. Tussentijds hoger beroep niet toegestaan.