RECHTBANK AMSTERDAM
Afdeling privaatrecht - team kanton
zaaknummer: 8843887 EA VERZ 20-806
beschikking van: 11 februari 2021
func.: 245
Beschikking van de kantonrechter
I n z a k e
[verzoekster]
wonende te [woonplaats 1]
verzoekster
nader te noemen: [verzoekster]
gemachtigde: mr. P. Bosma
t e g e n
de besloten vennootschap Saint Sabina B.V.
gevestigd te Amsterdam
verweerster
nader te noemen: Saint Sabina
gemachtigde: mr. W.J. de Boer
VERLOOP VAN DE PROCEDURE
[verzoekster] heeft op 28 oktober 2020 per fax (op 29 oktober 2020 per post ontvangen) een verzoekschrift met producties ingediend dat primair strekt tot vernietiging van de opzegging van 1 juli 2020 met nevenvorderingen, en subsidiair tot toekenning van een aantal vergoedingen. Saint Sabina heeft op 11 januari 2021 een verweerschrift met producties ingediend. Daarna heeft [verzoekster] op 15 januari 2021 nog ingediend ‘een reactie op het verweerschrift’ met producties en Saint Sabina nog 5 producties, waar de kantonrechter door het late tijdstip voor de zitting geen kennis meer van had kunnen nemen. De stukken zijn wel tijdens de zitting besproken en toegelicht.
Het verzoek is mondeling behandeld op maandag 18 januari 2021. [verzoekster] is verschenen, vergezeld door [naam 1] en haar gemachtigde. Voor Saint Sabina zijn verschenen [naam 2] en [naam 3] , eveneens vergezeld door de gemachtigde.
Partijen hebben hun standpunten nader toegelicht en vragen van de kantonrechter beant-woord. Ter zitting is nog één productie ingediend, die de kantonrechter gelet op de beperkte omvang en de kennis van het stuk bij beide partijen heeft geaccepteerd. De griffier heeft aantekeningen gemaakt van wat partijen ter toelichting van hun standpunten naar voren hebben gebracht.
Tijdens de zitting hebben partijen een overeenkomst gesloten, waarbij conform artikel 7:670b lid 2 BW [verzoekster] het recht had de overeenkomst zonder opgaaf van redenen, binnen 14 dagen middels een schriftelijk, aan de werkgever gerichte, verklaring te ontbinden. Bij brief van 27 januari 2021 heeft de gemachtigde van [verzoekster] de kantonrechter bericht dat [verzoekster] de ontbinding van de overeenkomst had ingeroepen.
Daarop is beschikking bepaald op heden.
GRONDEN VAN DE BESLISSING
Feiten
Saint Sabina drijft verschillende koffie- en broodjeswinkels in Amsterdam, onder de naam Dunkin’Donuts. [verzoekster] is op 17 maart 2017 bij Saint Sabina in dienst getreden en was laatstelijk werkzaam als coördinator tegen een salaris van € 2.034,89 bruto per maand bij een 38-urige werkweek. Binnen haar functie was [verzoekster] verantwoordelijk voor de inroostering van de medewerkers. Op de arbeidsovereenkomst zijn het verzuimprotocol en het bedrijfsreglement van Saint Sabina van toepassing.
[verzoekster] heeft zich op 27 april 2020 bij Saint Sabina ziek gemeld. Op 2 juni 2020 heeft de bedrijfsarts geoordeeld dat [verzoekster] kon reïntegreren voor maximaal 4 uur per dag, rekening houdend met beperkingen. Daarop heeft Saint Sabina [verzoekster] ingeroosterd voor werkzaamheden op 18 juni 2020. Op die dag is [verzoekster] zonder bericht niet verschenen.
Per brief van 18 juni 2020, gericht aan een adres in [woonplaats 2] , heeft Saint Sabina [verzoekster] een officiële waarschuwing gegeven en opgeroepen voor een gesprek op 23 juni 2020. Daarbij is [verzoekster] medegedeeld dat als zij geen gehoor gaf aan het verzoek contact op te nemen, dit als werkweigering werd aangemerkt en dat daaraan arbeidsrechtelijke consequenties konden worden verboden (zoals ontslag op staande voet). Saint Sabina heeft tevens medegedeeld het salaris van [verzoekster] op te schorten. De brief is aange-tekend verzonden. Een afschrift van de brief is per e-mail aan [verzoekster] gezonden en in haar HR-omgeving bij Saint Sabina geplaatst.
Op 23 juni 2020 is [verzoekster] wederom zonder bericht niet verschenen. Saint Sabina heeft [verzoekster] daarvoor op 24 juni 2020 een tweede officiële waar-schuwing gegeven en haar opgeroepen voor een gesprek op 26 juni 2020. De brief is aangetekend verzonden aan hetzelfde adres in [woonplaats 2] . Hiervan is weer een afschrift per e-mail aan [verzoekster] gestuurd en in haar HR-omgeving bij Saint Sabina geplaatst. De brief noch de e-mail is bij Saint Sabina retour gekomen.
Op 26 juni 2020 is [verzoekster] weer zonder bericht niet verschenen. Saint Sabina heeft haar een laatste officiële waarschuwing gegeven en opgeroepen voor een gesprek op 30 juni 2020, waarbij expliciet ontslag op staande voet is aangezegd, indien zij weer niet zou verschijnen. Ook deze berichten zijn aangetekend en per e-mail gestuurd en in haar HR-omgeving bij Saint Sabina geplaatst. De aangetekende brief noch de e-mail is retour gekomen.
[verzoekster] is ook op 30 juni 2020 niet verschenen. Daarop heeft Saint Sabina [verzoekster] op staande voet ontslagen. Het ontslag op staande voet is per aangetekende brief en per e-mail van 1 juli 2020 bevestigd. Ook dit bericht is in de HR-omgeving van [verzoekster] bij Saint Sabina geplaatst.
Bij brief van 18 augustus 2020 heeft het UWV [verzoekster] , gericht aan een adres in [woonplaats 1] , bericht dat het UWV niet kon beoordelen of [verzoekster] in aanmerking kwam voor ziekengeld, nu zij mogelijk recht had op salaris van haar werkgever.
Bij brief van 2 september 2020 heeft [naam 1] (verder [naam 1] ) Saint Sabina bericht dat blijkens informatie van het UWV [verzoekster] op 1 juli 2020 was ontslagen en dat zij daar niet mee akkoord ging. [naam 1] heeft Saint Sabina daarbij om een afschrift van de ontslagbrief gevraagd en eventuele overige correspondentie.
Bij e-mail van 7 september 2020 heeft Saint Sabina [naam 1] bericht dat zij [verzoekster] drie keer een brief had geschreven en meerdere keren had getracht telefonisch te bereiken en berichten had gestuurd, maar niets van haar had gehoord. Het bericht van [naam 1] verbaasde Saint Sabina daarom.
Daarna heeft er nog correspondentie plaatsgevonden tussen de gemachtigde van [verzoekster] en de gemachtigde van Saint Sabina.
Op 28 oktober 2020 heeft [verzoekster] per fax het verzoekschrift ingediend.
Verzoek en verweer
2. [verzoekster] verzoekt - samengevat - primair de opzegging van 1 juli 2020 te vernietigen en Saint Sabina te veroordelen haar, nadat ze weer beter is geworden, toe te laten tot haar werkzaamheden. Daarnaast vordert [verzoekster] doorbetaling van haar salaris, vermeerderd met de wettelijke verhogingen en de wettelijke rente. Subsidiair verzoekt [verzoekster] toekenning van een gefixeerde schadevergoeding van € 2.197,68, een transitievergoeding van € 2.716,16 en een billijke vergoeding van € 3.000,00, alles met veroordeling van Saint Sabina in de kosten van de procedure.
3. Volgens [verzoekster] is er geen sprake van een dringende reden, nu het ontslag niet onverwijld is gegeven en het ontslag niet onverwijld is medegedeeld. De oproepen zijn verzonden aan een verkeerd adres, zodat [verzoekster] er geen kennis van heeft genomen en overigens kon [verzoekster] destijds helemaal niet de aangeboden werkzaamheden verrichten. Destijds woonde [verzoekster] in [woonplaats 1] en de brieven zijn naar haar oude adres in [woonplaats 2] gezonden. Het nieuwe adres heeft [verzoekster] mondeling aan haar leidinggevende doorgegeven.
4. Over de termijnen van artikel 7:686a BW stelt [verzoekster] dat deze voor haar zijn aangevangen op 2 september 2020, toen werd pas duidelijk dat zij op staande voet was ontslagen. [naam 1] wist daarbij wel dat de arbeidsovereenkomst was opgezegd, maar niet dat het een ontslag op staande voet betrof.
5. Saint Sabina voert hiertegen aan dat [verzoekster] te laat is met haar verzoek en daarin niet meer kan worden ontvangen. Zij is op staande voet ontslagen op 1 juli 2020. Dat is haar op alle mogelijke manieren bericht. Dat [verzoekster] (eventueel) van die brieven geen kennis heeft genomen, komt voor haar rekening. De brieven zijn aangetekend naar het bij Saint Sabina bekende adres verzonden. Een ander adres was bij Saint Sabina niet bekend en desgevraagd stelt de leidinggevende van [verzoekster] dat een nieuw adres niet aan hem is meegedeeld.
6. Daarnaast zijn afschriften gestuurd aan het e-mailadres van [verzoekster] en zijn ook nog eens kopieën in haar HR-omgeving geplaatst. Bovendien, zo stelt Saint Sabina nog, heeft zij steeds getracht [verzoekster] ook per telefoon te bereiken en zij heeft op het nummer van [verzoekster] berichten achtergelaten, maar [verzoekster] heeft niets laten horen. Tot slot blijkt uit het systeem blijkt dat [verzoekster] haar inroostering op 18 juni 2020 heeft gezien. Ook daarop heeft zij niet gereageerd en op de loon-opschorting al evenmin.
7. Op 2 september 2020 stelt [naam 1] in zijn brief voorts al dat [verzoekster] op 1 juli 2020 is ontslagen. De brief van 18 augustus 2020 van het UWV vermeldt dat ook. Toch heeft het nog tot 28 oktober 2020 geduurd voordat het verzoekschrift is ingediend en dat is ruim buiten de termijn van artikel 7:686a BW.
Beoordeling
8. Vast staat dat Saint Sabina de arbeidsovereenkomst met [verzoekster] op 1 juli 2020 heeft opgezegd. Dat betekent dat de vervaltermijnen van artikel 7:686a lid 4 BW vanaf 2 juli 2020 zijn gaan lopen. De verzoeken strekkende tot vernietiging van het ontslag op staande voet en/of toewijzing van een billijke vergoeding en de gefixeerde schadever-goeding hadden dus uiterlijk op 1 september 2020 moeten zijn ingediend. Het verzoek met betrekking tot de transitievergoeding had binnen drie maanden, dus uiterlijk op 1 oktober 2020, moeten zijn ingediend.
9. Het verzoekschrift met de vernietiging van de opzegging, de loonvordering en subsidiair de bovengenoemde vergoedingen is echter pas ingediend op 28 oktober 2020. Saint Sabina heeft zich op de vervaltermijn beroepen. Daarmee is allereerst aan de orde of [verzoekster] nog in haar verzoek kan worden ontvangen. De kantonrechter acht dat niet het geval en licht dat als volgt toe.
10. Het ontslag van 1 juli 2020 is [verzoekster] op diverse manieren bevestigd. Dat geen van de door Saint Sabina verzonden berichten [verzoekster] heeft bereikt, is ongeloofwaardig. Saint Sabina heeft de opzegging schriftelijk, per aangetekende brief met afschrift per e-mail, aan [verzoekster] meegedeeld. De brief is niet retour gekomen en de e-mail is evenmin als onbestelbaar geretourneerd. Ook heeft Saint Sabina de brief in de HR-omgeving van [verzoekster] geplaatst. Niet is gesteld of gebleken dat [verzoekster] geen toegang had tot haar e-mails of haar HR-omgeving. Dat zij daar mogelijk niet heeft gekeken, komt voor haar rekening en risico. En daarna heeft Saint Sabina drie keer een brief en een e-mail gezonden, die steeds in haar HR-omgeving zijn geplaatst.
11. Bovendien kon [verzoekster] berichten van Saint Sabina verwachten. Immers zij heeft erkend dat zij haar inroostering op 18 juni 2020 tijdig heeft gezien. Maar omdat zij van oordeel was dat zij nog niet kon werken, is zij niet gegaan, aldus [verzoekster] . Zonder bericht van verhindering.
12. Tot slot wordt overwogen dat kennelijk [verzoekster] bij het UWV ziekengeld heeft aangevraagd. Dat had zij niet gedaan, als zij meende nog een dienstverband met Saint Sabina te hebben. Bovendien had zij ook na ontvangst van de brief van het UWV van 18 augustus 2020 kunnen (en moeten) weten dat zij ontslagen was per 1 juli 2020. Op dat moment had zij nog (tijdig) een verzoekschrift kunnen indienen.
13. De conclusie is dat [verzoekster] wist of had kunnen weten op 1 juli 2020 te zijn ontslagen. Toen is de vervaltermijn van artikel 7:686a lid 4 sub a BW gaan lopen en na 1 september 2020 kan [verzoekster] dus niet meer in haar verzoek tot vernietiging van de opzegging worden ontvangen. De termijn voor vernietiging van de opzegging op grond van een dringende reden is overigens hetzelfde als bij een opzegging zonder instem-ming of zonder toestemming. [verzoekster] lijkt anders voor te staan. Van de door [verzoekster] ingediende verzoeken is alleen de termijn voor een vordering uit hoofde van artikel 7:673 BW (de transitievergoeding) blijkens artikel 7:686a lid 4 sub b BW drie maanden. Maar ook die termijn was op 28 oktober 2020 reeds verstreken.
14. Hoewel [verzoekster] daaromtrent niets heeft gesteld, wordt overwogen dat het voor Saint Sabina niet in strijd is met de redelijkheid en billijkheid om zich op de vervaltermijnen te beroepen.
15. Dit betekent dat [verzoekster] niet in haar verzoeken kan worden ontvangen. Dat geldt zowel voor het primaire als voor het subsidiaire verzoek van [verzoekster] . Nu het dienstverband is geëindigd met 1 juli 2020 geldt hetzelfde voor de met de vernietiging van de opzegging samenhangende nevenvorderingen. Dat [verzoekster] ondanks een rechtsgeldig ontslag op staande voet toch aanspraak zou kunnen maken op de transitievergoeding, is niet betoogd. Bovendien is ook dat verzoek te laat ingediend.
16. Bij deze uitkomst van de procedure dient [verzoekster] in de kosten te worden veroordeeld, zoals hieronder bepaald.
BESLISSING
De kantonrechter:
verklaart [verzoekster] niet-onontvankelijk in haar verzoek en wijst de (neven-) vorderingen af;
veroordeelt [verzoekster] in de kosten van de procedure, gevallen aan de zijde van Saint Sabina en tot heden bepaald op € 480,00 aan salaris gemachtigde;
veroordeelt [verzoekster] in de na deze beschikking ontstane kosten, begroot op € 60,00 aan salaris gemachtigde, te verhogen met een bedrag van € 68,00 en de explootkosten van betekening van de beschikking, een en ander voor zover van toepassing inclusief btw, onder de voorwaarde dat Saint Sabina niet binnen veertien dagen na aanschrijving volledig aan deze beschikking heeft voldaan en betekening van de beschikking pas na veertien dagen na aanschrijving heeft plaatsgevonden.
Deze beschikking is gegeven door mr. M.V. Ulrici, kantonrechter, op 11 februari 2021 in het openbaar uitgesproken, in bijzijn van de griffier.
De griffier De kantonrechter