GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN BONAIRE, SINT EUSTATIUS EN SABA
zittingsplaats Bonaire
registratienummer: BON202500625
datum beslissing: 18 december 2025
Vonnis in kort geding
op het verzoek van
[eiser in conventie, verweerder in reconventie],
wonende te Aruba,
eisende partij in conventie,
verwerende partij in reconventie,
hierna: [eiser],
gemachtigde: mr. E.J. Winkel,
tegen
[gedaagde in conventie, eiser in reconventie],
wonende te Bonaire,
gedaagde partij in conventie,
eisende partij in reconventie,
hierna: [gedaagde],
gemachtigde: mr. S.O.R.'G. Faarup,
betreffende het minderjarige kind:
- [de minderjarige], geboren op [geboortedatum] 2017 te [geboorteplaats] (hierna: [de minderjarige]).
In zijn hoedanigheid als omschreven in artikel 810 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering BES is gekend: de Voogdijraad Caribisch Nederland (hierna: de Voogdijraad).
1 De procedure
Het verzoekschrift met bijlagen is op 10 december 2025 op de griffie van het gerecht ingediend.
De mondelinge behandeling heeft plaatsgevonden op 12 december 2025. Via een digitale videoverbinding zijn [eiser] en mr. D.G. Kock (kantoorgenoot van mr. Winkel) verschenen. Namens de Voogdijraad was [medewerker Voogdijraad] aanwezig. [gedaagde] is niet verschenen.
Na sluiting van de mondelinge behandeling is [gedaagde] aan de balie van het gerecht verschenen. Zij deelde mee dat zij niet op de hoogte was van de mondelinge behandeling en dat zij daarover pas na afloop via de Voogdijraad is geïnformeerd. De rechter heeft in aanwezigheid van de griffier het standpunt van [gedaagde] over het verzoek van [eiser] gevraagd. Een korte weergave van het standpunt van [gedaagde] is per e-mailbericht aan de gemachtigde van [eiser] gestuurd.
Gelet op het verweer van [gedaagde] en het belang van [de minderjarige] heeft de rechter bepaald dat een nieuwe mondelinge behandeling zal plaatsvinden. Die mondelinge behandeling heeft op 16 december 2025 plaatsgevonden. [eiser] is via een digitale videoverbinding verschenen, bijgestaan door mr. Winkel. [gedaagde] is verschenen, via een digitale videoverbinding bijgestaan door mr. Faarup. Namens de Voogdijraad was [medewerker Voogdijraad] aanwezig.
Na afloop van de mondelinge behandeling heeft de rechter partijen opgedragen om per e-mailbericht aanvullende informatie in het geding te brengen. De e-mailberichten van mr. Winkel en mr. Faarup van 17 december 2025 maken onderdeel uit van het procesdossier.
Ten slotte is bepaald dat vandaag schriftelijk uitspraak zal worden gedaan.
2 De feiten
Partijen zijn gezamenlijk belast met het gezag over [de minderjarige].
3 De vordering en de tegenvordering
eiser] wil op 21 december 2025 tot en met 4 januari 2026 met [de minderjarige] voor vakantie naar Colombia reizen en daar verblijven. De moeder verleent daarvoor geen toestemming. [eiser] verzoekt het gerecht daarom om vervangende toestemming.
gedaagde] heeft op de mondelinge behandeling verklaard dat zij wil dat [de minderjarige] in ieder geval Oud en Nieuw bij haar op Bonaire viert. De vader verleent daarvoor geen toestemming. Het gerecht heeft begrepen dat de moeder daarom verzoekt om vervangende toestemming te verlenen om [de minderjarige] vanaf Aruba naar Bonaire te laten reizen en weer terug. Deze tegenvordering is op de mondelinge behandeling van 16 december 2025 met partijen besproken.
4 De beoordeling
in conventie en in reconventie
Het spoedeisend belang
In een kortgedingprocedure moet het gerecht ambtshalve (dus ook als daartegen geen verweer is gevoerd) beoordelen of sprake is van een spoedeisend belang.
Omdat partijen met [de minderjarige] in de periode tussen 20 december 2025 en 6 januari 2025 met [de minderjarige] willen reizen, kan de uitkomst van een bodemprocedure niet afgewacht worden. Daarom is het spoedeisend belang bij de vorderingen van partijen aanwezig.
Vervangende toestemming wordt gegeven voor bepaalde perioden
Tijdens de mondelinge behandeling van 16 december 2025 zijn de verzoeken van partijen besproken. [eiser] wil met zijn huidige echtgenote en [de minderjarige] tijdens de kerstperiode naar Colombia op vakantie. [gedaagde] wil graag dat [de minderjarige] op 1 januari 2026 bij haar op Bonaire is om samen met zijn twee zussen de verjaardag van zijn opa te vieren.
Op grond van artikel 1:253a lid 1 van het Burgerlijk Wetboek BES (hierna: BW BES) kunnen geschillen over de gezamenlijke uitoefening van het gezag op verzoek van de ouders of een van hen aan de rechter worden voorgelegd. De rechter neemt een beslissing als haar in het belang van het kind wenselijk voorkomt.
Op de mondelinge behandeling van 16 december 2025 heeft de Voogdijraad verklaard dat het volgens haar in het belang van [de minderjarige] is om zowel met zijn vader op vakantie te gaan naar Colombia als met zijn zussen de verjaardag te vieren van zijn opa op Bonaire. Het gerecht is het daarmee eens. Om recht te doen aan dat belang van [de minderjarige], heeft het gerecht partijen opgedragen om uit te zoeken of het mogelijk is dat [de minderjarige] eerder terugkeert uit Colombia, zodat hij op 1 januari 2026 op Bonaire kan zijn voor de verjaardag van zijn opa.
Op 17 december 2025 heeft de gemachtigde van [eiser] per e-mailbericht aan het gerecht laten weten dat de terugvlucht vanuit Colombia naar Aruba te wijzigen is naar 29 december 2025. De gemachtigde van [gedaagde] heeft per e-mailbericht aan het gerecht laten weten dat het haar gelukt is een ticket te boeken vanaf Aruba naar Bonaire op 30 december 2025 en een terugvlucht van Bonaire naar Aruba op 6 januari 2026.
Gelet op het voorgaande zal het gerecht, in het belang van [de minderjarige], vervangende toestemming verlenen aan [eiser] om met [de minderjarige] van 21 december 2025 tot en met 29 december 2025 van Aruba naar Colombia en weer terug te reizen. [eiser] heeft nog gesteld dat met de wijziging aanzienlijke kosten gepaard gaan, maar dat komt voor zijn risico. Hij heeft de reis naar Colombia namelijk geboekt voordat hij de daarvoor vereiste toestemming had gekregen. Het gerecht zal ook vervangende toestemming aan [gedaagde] verlenen om [de minderjarige] op 30 december 2025 vanaf Aruba naar Bonaire te laten reizen en op 6 januari 2026 weer terug naar Aruba.
De proceskosten zullen, vanwege het familierechtelijke karakter van de procedure, worden gecompenseerd zodat iedere partij de eigen kosten zal dragen.
5 De beslissing
Het gerecht:
in conventie
verleent aan [eiser], toestemming, die de toestemming van [gedaagde] vervangt, om van 21 december 2025 tot en met 29 december 2025 van Aruba naar Colombia (en vice versa) te reizen met:
- [de minderjarige], geboren op [geboortedatum] 2017 te [geboorteplaats];
wijst het meer of anders gevorderde af;
in reconventie
verleent aan [gedaagde], toestemming, die de toestemming van [eiser] vervangt, om [de minderjarige], geboren op [geboortedatum] 2017 te [geboorteplaats], van 30 december 2025 tot en met 6 januari 2026 van Aruba naar Bonaire (en vice versa) te laten reizen;
wijst het meer of anders gevorderde af;
in conventie en in reconventie
compenseert de proceskosten, in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt;
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.
Dit vonnis is gewezen door mr. R.P.P. Hoekstra, rechter, en in het openbaar uitgesproken op 18 december 2025 in tegenwoordigheid van de griffier.