ECLI:NL:HR:2026:966

Datum uitspraak
19-06-2026
Instantie
Hoge Raad
Rechtsgebied
Civiel recht
Zaaknummer
25/00929
Type
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Art. 81 lid 1 RO. Financieel recht. Effectenlease. Is consument bij aangaan effectenleaseovereenkomsten geadviseerd door tussenpersoon die niet vereiste vergunning had, terwijl Dexia dat wist of behoorde te weten? Te lichte eisen aan stelplicht van consument en te zware eisen aan betwisting door Dexia? Tegenbewijs, recht op eerlijk proces, motiveringsklachten.

Wetsartikelen die in deze uitspraak worden aangehaald

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

CIVIELE KAMER

Nummer 25/00929

Datum 19 juni 2026

ARREST

In de zaak van

DEXIA NEDERLAND B.V.,

gevestigd te Amsterdam,

EISERES tot cassatie,

hierna: Dexia,

advocaat: A.H.M. van den Steenhoven,

tegen

[verweerder],

wonende te [woonplaats],

VERWEERDER in cassatie,

hierna: [verweerder],

advocaat: A.C. van Schaick.

1 Procesverloop

Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar:

a. het vonnis in de zaak 9394152 EL 21-45 van de rechtbank Oost-Brabant van 16 maart 2023;

b. het arrest in de zaak 200.330.301/01 van het gerechtshof 's-Hertogenbosch van 17 december 2024.

Dexia heeft tegen het arrest van het hof beroep in cassatie ingesteld.

[verweerder] heeft een verweerschrift tot verwerping ingediend.

De zaak is voor [verweerder] toegelicht door zijn advocaat.

De conclusie van de plaatsvervangend Procureur-Generaal M.H. Wissink strekt tot verwerping van het cassatieberoep. De advocaat van Dexia heeft schriftelijk op die conclusie gereageerd.

2 Beoordeling van het middel

De Hoge Raad heeft de klachten over het arrest van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van dat arrest. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).

3 Beslissing

De Hoge Raad:

- verwerpt het beroep;

- veroordeelt Dexia in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van [verweerder] begroot op € 375,-- aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris, vermeerderd met de wettelijke rente over deze kosten indien Dexia deze niet binnen veertien dagen na heden heeft voldaan.

Dit arrest is gewezen door de vicepresident M.V. Polak als voorzitter en de raadsheren F.J.P. Lock en F.R. Salomons, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer F.R. Salomons op 19 juni 2026.

Andere uitspraken die naar dezelfde wetsartikelen verwijzen

Tekst: Rechtspraak.nl (gepseudonimiseerd). Links naar wetsartikelen en uitspraken zijn toegevoegd door wetboek.org. Origineel op uitspraken.rechtspraak.nl »