ECLI:NL:HR:2026:134

Datum uitspraak
24-03-2026
Instantie
Hoge Raad
Rechtsgebied
Strafrecht
Zaaknummer
24/01721
Type
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Poging tot doodslag door, na woordenwisseling met aangever die zijn hond ongelijnd uitlaat, hem 9 maal in borst en rug te steken, art. 287 Sr. Ontslag van alle rechtsvervolging in eerste aanleg i.v.m. noodweerexces. 1. Noodweer(exces), art. 41.1 en 41.2 Sr. Kon hof bij vaststelling van f&o uitgaan van verklaring van aangever dat verdachte eerst heeft gestoken en aangever daarna pepperspray heeft gespoten i.p.v. andersom? 2. Strafmotivering (gevangenisstraf van 4 jaren, waarvan 2 jaren voorwaardelijk). Redelijke termijn in eerste aanleg. Heeft hof in uitspraak vermeld welke straf zou zijn opgelegd indien redelijke termijn niet zou zijn overschreden en, zo ja, is hof daarbij uitgegaan van straf die onverenigbaar is met art. 14a.2 Sr zodat de facto geen sprake is van strafvermindering en/of deze niet op zijn begrijpelijkheid kan worden getoetst? HR: art. 81.1 RO.

Wetsartikelen die in deze uitspraak worden aangehaald

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

STRAFKAMER

Nummer 24/01721

Datum 24 maart 2026

ARREST

op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof 's-Hertogenbosch van 16 april 2024, nummer 20-000682-23, in de strafzaak

tegen

[verdachte],

geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1961,

hierna: de verdachte.

1 Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft de advocaat D.N. de Jonge bij schriftuur cassatiemiddelen voorgesteld.

De advocaat-generaal D.J.C. Aben heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

2 Beoordeling van de cassatiemiddelen

De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).

3 Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.

Dit arrest is gewezen door de vice-president M.J. Borgers als voorzitter, en de raadsheren F. Posthumus en R. Kuiper, in bijzijn van de waarnemend griffier H.J.S. Kea, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 24 maart 2026.

Andere uitspraken die naar dezelfde wetsartikelen verwijzen

Tekst: Rechtspraak.nl (gepseudonimiseerd). Links naar wetsartikelen en uitspraken zijn toegevoegd door wetboek.org. Origineel op uitspraken.rechtspraak.nl »