HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer 24/04008 B
Datum 23 juni 2026
BESCHIKKING
op het beroep in cassatie tegen een beschikking van de rechtbank Midden-Nederland van 9 september 2024, nummer RK 24/014769, op een klaagschrift als bedoeld in artikel 552a van het Wetboek van Strafvordering, ingediend
door
[klager],
geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 2001,
hierna: de klager.
1 Procesverloop in cassatie
Het beroep is ingesteld door de klager. Namens deze heeft de advocaat L.C. de Lange bij schriftuur cassatiemiddelen voorgesteld.
De advocaat-generaal M.E. van Wees heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
2 Beoordeling van de cassatiemiddelen
De cassatiemiddelen klagen dat de rechtbank de klager, voor zover het gaat om inbeslaggenomen kledingstukken en gereedschappen, ten onrechte niet als beslagene en dus als belanghebbende in de zin van artikel 552a van het Wetboek van Strafvordering heeft aangemerkt en dat de rechtbank bij haar beoordeling niet de juiste maatstaf heeft aangelegd.
De cassatiemiddelen kunnen niet tot cassatie leiden. De redenen daarvoor staan vermeld in de conclusie van de advocaat-generaal onder 2.5.
3 Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Deze beschikking is gegeven door de vice-president V. van den Brink als voorzitter, en de raadsheren C. Caminada en F. Damsteegt, in bijzijn van de waarnemend griffier H.J.S. Kea, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 23 juni 2026.