ECLI:NL:HR:2025:256

Datum uitspraak
18-02-2025
Instantie
Hoge Raad
Rechtsgebied
Strafrecht
Zaaknummer
23/04143
Type
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Medeplegen moord door in 2017 in Breda na feestje in café op openbare weg met vuurwapen 13 kogels op bovenlichaam van ander af te vuren, art. 289 Sr. Inzet Werken Onder Dekmantel-traject, art. 126j Sv. 1. Bewijsklachten m.b.t. verslaglegging WOD-traject. Kon hof oordelen dat verklaringen van verdachte niet zijn verkregen in strijd met zijn verklaringsvrijheid en dat p-v’s van politieel informatie-inwinners in beginsel bruikbaar zijn voor bewijs? 2. Schriftuur benadeelde partij, art. 361.3 Sv. Is oordeel hof dat behandeling van vordering b.p., v.zv. strekkende tot vergoeding van gederfd levensonderhoud en kosten voor opstellen van schadeberekening, onevenredige belasting van strafgeding met zich zou brengen, begrijpelijk? HR: art. 81.1 RO. Samenhang met 23/04172 en HR:2024:1841.

Wetsartikelen die in deze uitspraak worden aangehaald

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

STRAFKAMER

Nummer 23/04143

Datum 18 februari 2025

ARREST

op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof 's-Hertogenbosch van 24 oktober 2023, nummer 20-000646-20, in de strafzaak

tegen

[verdachte] ,

geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1982,

hierna: de verdachte.

1 Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft J. Kuijper, advocaat in Amsterdam, bij schriftuur een cassatiemiddel voorgesteld.

Namens de benadeelde partij [benadeelde] heeft F.J.M. Hamers, advocaat in Rotterdam, bij schriftuur een cassatiemiddel voorgesteld.

De raadsvrouw van de verdachte heeft een verweerschrift ingediend.

De advocaat-generaal A.E. Harteveld heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

2. Beoordeling van de cassatiemiddelen die namens de verdachte en de benadeelde partij [benadeelde] zijn voorgesteld

De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).

3 Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.

Dit arrest is gewezen door de vice-president M.J. Borgers als voorzitter, en de raadsheren A.L.J. van Strien en A.E.M. Röttgering, in bijzijn van de waarnemend griffier B.C. Broekhuizen-Meuter, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 18 februari 2025.

Andere uitspraken die naar dezelfde wetsartikelen verwijzen

Tekst: Rechtspraak.nl (gepseudonimiseerd). Links naar wetsartikelen en uitspraken zijn toegevoegd door wetboek.org. Origineel op uitspraken.rechtspraak.nl »