ECLI:NL:HR:2024:1697

Datum uitspraak
19-11-2024
Instantie
Hoge Raad
Rechtsgebied
Strafrecht
Zaaknummer
23/02845
Type
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Poging tot doodslag (art. 287 Sr), poging tot afpersing (art. 317.1 Sr) in eendaadse samenloop gepleegd met bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht (art. 285.1 Sr) en bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht (art. 285.1 Sr). 1. Afwijzing van verzoek om tegenonderzoek te laten verrichten naar vraag of kans aanmerkelijk is dat slachtoffer dodelijk zou worden getroffen door afgeketste kogel. 2. Bewijsklachten poging tot doodslag. Uitdrukkelijk onderbouwde standpunten over opzet op dood van slachtoffer, art. 359.2 Sv. 3. Noodweer t.a.v. poging tot doodslag en bedreiging, art. 41.1 Sr. 4. Bewijsklacht poging tot afpersing. Heeft verdachte het oogmerk gehad zichzelf (en dus niet een ander) wederrechtelijk te bevoordelen? HR: art. 81.1 RO.

Wetsartikelen die in deze uitspraak worden aangehaald

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

STRAFKAMER

Nummer 23/02845

Datum 19 november 2024

ARREST

op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof 's-Hertogenbosch van 12 juli 2023, nummer 20-000236-22, in de strafzaak

tegen

[verdachte],

geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1980,

hierna: de verdachte.

1 Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft T. Straten, advocaat in Maastricht, bij schriftuur cassatiemiddelen voorgesteld.

De plaatsvervangend advocaat-generaal M.E. van Wees heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

2 Beoordeling van de cassatiemiddelen

De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).

3 Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.

Dit arrest is gewezen door de vice-president M.J. Borgers als voorzitter, en de raadsheren A.L.J. van Strien en F. Posthumus, in bijzijn van de waarnemend griffier J.D.M. Hart, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 19 november 2024.

Andere uitspraken die naar dezelfde wetsartikelen verwijzen

Tekst: Rechtspraak.nl (gepseudonimiseerd). Links naar wetsartikelen en uitspraken zijn toegevoegd door wetboek.org. Origineel op uitspraken.rechtspraak.nl »