ECLI:NL:HR:2023:77

Datum uitspraak
24-01-2023
Instantie
Hoge Raad
Rechtsgebied
Strafrecht
Zaaknummer
21/00420
Type
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Ontuchtige handelingen met 15-jarige aangeefster door 45-jarige verdachte na ontmoeting via online datingservice waarbij is nagelaten te vragen naar leeftijd aangeefster (art. 245 Sr). Strafmotivering (gevangenisstraf van 6 maanden en taakstraf van 180 uren, subsidiair 90 dagen hechtenis). 1. Kon hof onder verwijzing naar gelijke zaken (van medeverdachten) een verschillende (voor verdachte aanzienlijk zwaardere) straf opleggen? 2. Heeft hof nagelaten te responderen op ttz. ingenomen uitdrukkelijk onderbouwd standpunt over strafoplegging (verzoek tot oplegging taakstraf in combinatie met voorwaardelijke vrijheidsstraf), terwijl het daarvan is afgeweken? HR: art. 81.1 RO. Samenhang met 20/03110 (niet gepubliceerd; art. 80a RO) en 20/03122 (niet gepubliceerd; geen middelen ingediend, verdachte n-o).

Wetsartikelen die in deze uitspraak worden aangehaald

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

STRAFKAMER

Nummer 21/00420

Datum 24 januari 2023

ARREST

op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Den Haag van 28 januari 2021, nummer 22-000668-19, in de strafzaak

tegen

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1971,

hierna: de verdachte.

1 Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft M.W. Stoet, advocaat te 's‑Gravenhage, bij schriftuur cassatiemiddelen voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

De advocaat-generaal D.J.M.W. Paridaens heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

De raadsman van de verdachte heeft daarop schriftelijk gereageerd.

2 Beoordeling van de cassatiemiddelen

De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).

3 Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.

Dit arrest is gewezen door de vice-president J. de Hullu als voorzitter, en de raadsheren M.J. Borgers en T. Kooijmans, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 24 januari 2023.

Andere uitspraken die naar dezelfde wetsartikelen verwijzen

Tekst: Rechtspraak.nl (gepseudonimiseerd). Links naar wetsartikelen en uitspraken zijn toegevoegd door wetboek.org. Origineel op uitspraken.rechtspraak.nl »