ECLI:NL:HR:2023:654

Datum uitspraak
21-04-2023
Instantie
Hoge Raad
Rechtsgebied
Civiel recht; Verbintenissenrecht
Zaaknummer
22/01997
Type
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Art. 81 lid 1 RO. Verbintenissenrecht. Verschuldigdheid contractuele boete.

Wetsartikelen die in deze uitspraak worden aangehaald

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

CIVIELE KAMER

Nummer 22/01997

Datum 21 april 2023

ARREST

In de zaak van

1. [eiser 1],

wonende te [woonplaats],

2. [eiseres 2],

wonende te [woonplaats],

EISERS tot cassatie,

hierna gezamenlijk: [eisers],

advocaat: J.P. van den Berg,

tegen

1. [verweerder 1],

wonende te [woonplaats],

2. [verweerster 2],

wonende te [woonplaats],

VERWEERDERS in cassatie,

hierna gezamenlijk: Opheikens c.s.,

advocaten: R.P.J.L. Tjittes en H. Boom.

1 Procesverloop

Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar:

a. de vonnissen in de zaken C/13/638343 / HA ZA 17-1156 en C/13/645146 / HA ZA 18-280 van de rechtbank Amsterdam van 7 februari 2018, 18 juli 2018 en 20 februari 2019;

b. het arrest in de gevoegde zaken 200.265.678/01 en 200.266.252/01 van het gerechtshof Amsterdam van 1 maart 2022.

[eisers] hebben tegen het arrest van het hof beroep in cassatie ingesteld.

Opheikens c.s. hebben een verweerschrift tot verwerping ingediend.

De zaak is voor Opheikens c.s. toegelicht door hun advocaten.

De conclusie van de Advocaat-Generaal B.F. Assink strekt tot verwerping van het cassatieberoep.

De advocaat van [eisers] heeft schriftelijk op die conclusie gereageerd.

2 Beoordeling van het middel

De Hoge Raad heeft de klachten over het arrest van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van dat arrest. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).

3 Beslissing

De Hoge Raad:

- verwerpt het beroep;

- veroordeelt [eisers] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van Opheikens c.s. begroot op € 2.135,-- aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris.

Dit arrest is gewezen door de raadsheren C.E. du Perron, als voorzitter, S.J. Schaafsma en K. Teuben, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer F.J.P. Lock op 21 april 2023.

Andere uitspraken die naar dezelfde wetsartikelen verwijzen

Tekst: Rechtspraak.nl (gepseudonimiseerd). Links naar wetsartikelen en uitspraken zijn toegevoegd door wetboek.org. Origineel op uitspraken.rechtspraak.nl »