ECLI:NL:HR:2023:1691

Datum uitspraak
19-12-2023
Instantie
Hoge Raad
Rechtsgebied
Strafrecht
Zaaknummer
22/00268
Type
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Mishandeling (art. 300.1 Sr). Verzet tegen strafbeschikking. 1. Heeft hof verdachte terecht ontvankelijk verklaard in zijn verzet en hoger beroep, aangezien verzet tegen strafbeschikking buiten termijn zou zijn ingediend? Art. 257d, 257e en 257f Sv. 2. Heeft hof verdachte terecht ontvankelijk verklaard in zijn verzet, aangezien verdachte voorafgaand aan en tijdens behandeling van zijn zaak bij Pr kenbaar heeft gemaakt zijn verzet in te willen trekken? Art. 257e Sv. 3. Middel benadeelde partij. Vaststelling hof van omvang van immateriële schade van b.p. HR: art. 81.1 RO.

Wetsartikelen die in deze uitspraak worden aangehaald

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

STRAFKAMER

Nummer 22/00268

Datum 19 december 2023

ARREST

op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Den Haag van 12 januari 2022, nummer 23-001361-21, in de strafzaak

tegen

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1978,

hierna: de verdachte.

1 Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft G.L.D. Thomas, advocaat te Amsterdam, bij schriftuur cassatiemiddelen voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

Namens de benadeelde partij heeft M.P. de Klerk, advocaat te ’s-Gravenhage, bij schriftuur een cassatiemiddel voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

De plaatsvervangend advocaat-generaal M.E. van Wees heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

De raadsman van de benadeelde partij heeft daarop schriftelijk gereageerd.

2. Beoordeling van de cassatiemiddelen die namens de verdachte en de benadeelde partij zijn voorgesteld

De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).

3 Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.

Dit arrest is gewezen door de vice-president V. van den Brink als voorzitter, en de raadsheren A.E.M. Röttgering en T. Kooijmans, in bijzijn van de waarnemend griffier H.J.S. Kea, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 19 december 2023.

Andere uitspraken die naar dezelfde wetsartikelen verwijzen

Tekst: Rechtspraak.nl (gepseudonimiseerd). Links naar wetsartikelen en uitspraken zijn toegevoegd door wetboek.org. Origineel op uitspraken.rechtspraak.nl »