ECLI:NL:HR:2022:1453

Datum uitspraak
14-10-2022
Instantie
Hoge Raad
Rechtsgebied
Civiel recht
Zaaknummer
21/03364
Type
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Art. 81 lid 1 RO. Cassatieberoep in vrijwaringsprocedure voor het geval dat cassatieberoep in hoofdzaak slaagt.

Wetsartikelen die in deze uitspraak worden aangehaald

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

CIVIELE KAMER

Nummer 21/03364

Datum 14 oktober 2022

ARREST

In de zaak van

1. [eiser 1],wonende te [woonplaats],

2. ADAGIUM CORPORATE FINANCE B.V.,gevestigd te Veghel,

EISERS tot cassatie,

hierna: [eiser 1], Adagium en gezamenlijk [eisers],

advocaat: L.V. van Gardingen,

tegen

[verweerster], als executeur en afwikkelingsbewindvoerder van

[de man], wonende te [woonplaats],

VERWEERSTER in cassatie,

hierna: [verweerster],

niet verschenen.

1. Procesverloop

Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar:

  1. de vonnissen in de zaak C/01/296023 / HA ZA 15-494 van de rechtbank Oost-Brabant van 30 december 2015, 1 februari 2017, 29 maart 2017, 26 april 2017, 12 juli 2017, 22 november 2017, 2 mei 2018 en 19 juni 2019;

  2. het arrest in de zaak 200.263.730/01 van het gerechtshof 's-Hertogenbosch van 23 februari 2021.

[eisers] hebben tegen het arrest van het hof beroep in cassatie ingesteld.

Tegen [verweerster] is verstek verleend.

De conclusie van de Advocaat-Generaal T. Hartlief strekt tot niet-ontvankelijkverklaring van Adagium in haar cassatieberoep en, ten aanzien van het cassatieberoep dat is ingesteld door [eiser 1], tot vernietiging van het bestreden arrest en tot verwijzing.

2 Beoordeling van het middel

De Hoge Raad heeft de klachten over het arrest van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van dat arrest. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).

3 Beslissing

De Hoge Raad:

- verwerpt het beroep;

- veroordeelt [eisers] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak

aan de zijde van [verweerster] begroot op nihil.

Dit arrest is gewezen door de vicepresident M.J. Kroeze als voorzitter en de raadsheren A.E.B. ter Heide, F.R. Salomons, G.C. Makkink en K. Teuben, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer F.J.P. Lock op 14 oktober 2022.

Andere uitspraken die naar dezelfde wetsartikelen verwijzen

Tekst: Rechtspraak.nl (gepseudonimiseerd). Links naar wetsartikelen en uitspraken zijn toegevoegd door wetboek.org. Origineel op uitspraken.rechtspraak.nl »