ECLI:NL:HR:2019:966

Datum uitspraak
18-06-2019
Instantie
Hoge Raad
Rechtsgebied
Strafrecht
Zaaknummer
18/03189
Type
Uitspraak

Inhoudsindicatie

OM cassatie. Beklag, beslag ex art. 94 Sv op twee personenauto’s. Klacht dat belanghebbenden i.s.m. art. 552a.5 Sv niet zijn opgeroepen voor raadkamerbehandeling, slaagt op gronden genoemd in de CAG. CAG: de rechter dient a.d.h.v. hem ter beschikking staande gegevens na te gaan of een ander dan klager als belanghebbende moet worden aangemerkt en zo dit het geval is, deze als zodanig op te roepen (ECLI:NL:HR:2017:1030, rov. 2.4). I.c. had de Rb uit de ingediende gedingstukken kunnen opmaken dat t.a.v. beide auto’s aangifte was gedaan wegens diefstal. T.a.v. één van de auto’s bevat het dossier meerdere stukken waaruit de (identiteit van de) beweerdelijke eigenaar kan worden opgemaakt; De Rb had deze persoon dan ook moeten oproepen als belanghebbende en hem in de gelegenheid moeten stellen desgewenst zelf een klaagschrift in te dienen. De gedingstukken verschaffen geen concrete informatie over eventuele rechthebbenden van de andere auto, maar m.n. de omstandigheid dat er kennelijk meerdere aangiftes gedaan zijn bij het OM geeft aanleiding te veronderstellen dat deze belanghebbenden bekend of gemakkelijk traceerbaar zijn. Volgt vernietiging en terugwijzing.

Wetsartikelen die in deze uitspraak worden aangehaald

Uitspraak

18 juni 2019

Strafkamer

nr. S 18/03189 B

Hoge Raad der Nederlanden

Beschikking

op het beroep in cassatie tegen een beschikking van de Rechtbank Den Haag van 3 januari 2018, nummer RK 17/3534, op een klaagschrift als bedoeld in art. 552a Sv, ingediend door:

[klager] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1964.

1 Geding in cassatie

Het beroep is ingesteld door het Openbaar Ministerie. Het heeft bij schriftuur middelen van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan deze beschikking gehecht en maakt daarvan deel uit.

De Advocaat-Generaal T.N.B.M. Spronken heeft geconcludeerd tot vernietiging van de bestreden beschikking en tot terugwijzing van de zaak naar de Rechtbank Den Haag, opdat de zaak op het bestaande klaagschrift opnieuw wordt behandeld en afgedaan.

De raadsvrouwe van de klager, I.A. Groenendijk, advocaat te 's-Gravenhage, heeft daarop schriftelijk gereageerd.

2 Beoordeling van het eerste middel

2.1.

Het middel klaagt dat de Rechtbank in strijd met art. 552a, vijfde lid, Sv heeft verzuimd belanghebbenden op te roepen voor de raadkamerbehandeling van het klaagschrift.

2.2.

Op de gronden die zijn vermeld in de conclusie van de Advocaat-Generaal onder 2.3 tot en met 2.10 is het middel terecht voorgesteld.

3 Beoordeling van het tweede middel

Gelet op de hierna volgende beslissing behoeft het middel geen bespreking.

4 Beslissing

De Hoge Raad:

vernietigt de bestreden beschikking;

wijst de zaak terug de Rechtbank Den Haag, opdat de zaak op het bestaande klaagschrift opnieuw wordt behandeld en afgedaan.

Deze beschikking is gegeven door de vice-president W.A.M. van Schendel als voorzitter, en de raadsheren A.L.J. van Strien en M.T. Boerlage, in bijzijn van de waarnemend griffier H.J.S. Kea, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 18 juni 2019.

Andere uitspraken die naar dezelfde wetsartikelen verwijzen

Tekst: Rechtspraak.nl (gepseudonimiseerd). Links naar wetsartikelen en uitspraken zijn toegevoegd door wetboek.org. Origineel op uitspraken.rechtspraak.nl »