22 maart 2019
Eerste Kamer
18/00499
TT/IF
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
in de zaak van:
STICHTING WSG,gevestigd te Geertruidenberg,
EISERES tot cassatie,
advocaat: mr. K. Teuben,
t e g e n
[verweerder] ,wonende te [woonplaats] ,
VERWEERDER in cassatie,
advocaat: mr. B.I. Kraaipoel.
Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als WSG en [verweerder] .
1 Het geding in feitelijke instanties
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar:
a. de vonnissen in de zaak 690927/CV EXPL 11-9898 van de kantonrechter te Tilburg van 14 maart 2012 en 19 december 2012 en het vonnis in de zaak 02/257827/HA ZA 13-5 van de rechtbank Zeeland-West-Brabant van 9 oktober 2013;
b. de arresten in de zaak 200.154.123/01 van het gerechtshof 's-Hertogenbosch van 21 april 2015, verbeterd bij arrest van 23 juni 2015, 21 juni 2016 en 7 november 2017.
Het arrest van het hof van 7 november 2017 is aan dit arrest gehecht.
2 Het geding in cassatie
Tegen het arrest van het hof van 7 november 2017 heeft WSG beroep in cassatie ingesteld. De procesinleiding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
[verweerder] heeft een verweerschrift tot verwerping ingediend.
De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten en voor [verweerder] mede door mr. T.V.J. Bil.
De conclusie van de Advocaat-Generaal L. Timmerman strekt tot verwerping van het cassatieberoep.
De advocaat van WSG heeft schriftelijk op die conclusie gereageerd.
3 Beoordeling van het middel
De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 lid 1 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4 Beslissing
De Hoge Raad:
verwerpt het beroep;
veroordeelt WSG in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van [verweerder] begroot op € 400,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris.
Dit arrest is gewezen door de vicepresident C.A. Streefkerk als voorzitter en de raadsheren A.H.T. Heisterkamp, T.H. Tanja-van den Broek, C.E. du Perron en H.M. Wattendorff, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer M.V. Polak op 22 maart 2019.