8 februari 2019
Eerste Kamer
18/01980
TT/AS
Hoge Raad der Nederlanden
Beschikking
in de zaak van:
1. [verzoekster 1],wonende te [woonplaats],
2. [verzoekster 2],wonende te [woonplaats],
VERZOEKSTERS tot cassatie,
advocaat: mr. P.S. Kamminga,
t e g e n
1. [verweerder 1], wonende te [woonplaats],
2. [verweerster 2],
gevestigd te [vestigingsplaats],
VERWEERDERS in cassatie,
advocaat: mr. M.J. van Basten Batenburg.
Verzoeksters zullen hierna ook worden aangeduid als de curatoren.
1 Het geding in feitelijke instanties
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar:
a. de beschikking in de zaak 5398384/16-85187 van de kantonrechter te Gouda van 29 november 2016;
b. de beschikking in de zaak 200.210.375/01 van het gerechtshof Den Haag van 14 februari 2018.
De beschikking van het hof is aan deze beschikking gehecht.
2 Het geding in cassatie
Tegen de beschikking van het hof hebben de curatoren beroep in cassatie ingesteld. Het cassatierekest is aan deze beschikking gehecht en maakt daarvan deel uit.
Verweerders hebben verzocht het beroep te verwerpen.
De conclusie van de Advocaat-Generaal E.M. Wesseling-van Gent strekt tot verwerping van het cassatieberoep. De advocaat van de curatoren heeft schriftelijk op die conclusie gereageerd.
3 Beoordeling van het middel
De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 lid 1 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4 Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Deze beschikking is gegeven door de vicepresident C.A. Streefkerk als voorzitter en de raadsheren G. Snijders, T.H. Tanja-van den Broek, M.J. Kroeze en C.H. Sieburgh, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer M.V. Polak op 8 februari 2019.