HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
CIVIELE KAMER
Nummer 19/01436
Datum 4 oktober 2019
BESCHIKKING
In de zaak van
[de moeder],wonende te [woonplaats],
VERZOEKSTER tot cassatie,
hierna: de moeder,
advocaat: mr. G.E.M. Later,
tegen
1. DE WILLIAM SCHRIKKER STICHTING JEUGDBESCHERMING EN JEUGDRECLASSERING,gevestigd te Amsterdam,
hierna: de GI,
2. [de vader],wonende te [woonplaats],
hierna: de vader,
3. RAAD VOOR DE KINDERBESCHERMING,gevestigd te Haarlem,
hierna: de Raad,
VERWEERDERS in cassatie,
niet verschenen.
1. Procesverloop
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar:
a. de beschikking in de zaak C/15/279306/JU RK 18-1723 van de rechtbank Haarlem van 10 oktober 2018;
b. de beschikking in de zaak 200.247.771/01 van Gerechtshof Amsterdam van 18 december 2018.
De moeder heeft tegen de beschikking van het hof beroep in cassatie ingesteld. Het cassatierekest is aan deze beschikking gehecht en maakt daarvan deel uit. De verweerders hebben geen verweerschrift ingediend.
De conclusie van de Advocaat-Generaal M.L.C.C. Lückers strekt tot verwerping van het cassatieberoep met toepassing van art. 81 RO.
De advocaat van de moeder heeft schriftelijk op die conclusie gereageerd.
2 Beoordeling van het middel
De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 lid 1 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
3 Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Deze beschikking is gegeven door de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, als voorzitter, M.V. Polak en F.J.P Lock, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer C.E. du Perron op 4 oktober 2019.