14 juli 2017
Eerste Kamer
16/05965
LZ/AS
Hoge Raad der Nederlanden
Beschikking
in de zaak van:
|
[verzoeker] ,wonende te [woonplaats] , VERZOEKER tot cassatie, advocaat: mr. J.H.M. van Swaaij, |
|
|
t e g e n |
|
|
STICHTING TANTELOUISE,gevestigd te [plaats A], VERWEERSTER in cassatie, niet verschenen. |
Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als [verzoeker] en tanteLouise.
1 Het geding in feitelijke instanties
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken:
a. de beschikking in de zaak 4700515/AZ VERZ 15-156 en 4700605/AZ VERZ 15-157 van de kantonrechter te Bergen op Zoom van 29 februari 2016;
b. de beschikking in de zaak 200.192.307/01 van het gerechtshof 's-Hertogenbosch van 8 september 2016.
De beschikking van het hof is aan deze beschikking gehecht.
2 Het geding in cassatie
Tegen de beschikking van het hof heeft [verzoeker] beroep in cassatie ingesteld. Het cassatierekest is aan deze beschikking gehecht en maakt daarvan deel uit.
TanteLouise heeft geen verweerschrift ingediend.
De conclusie van de Advocaat-Generaal L.A.D. Keus strekt tot verwerping van het cassatieberoep.
De advocaat van [verzoeker] heeft bij brief van 16 juni 2017 op die conclusie gereageerd.
3 Beoordeling van het middel
De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 lid 1 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4 Beslissing
De Hoge Raad:
verwerpt het beroep;
veroordeelt [verzoeker] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van tanteLouise begroot op nihil.
Deze beschikking is gegeven door de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, als voorzitter, T.H. Tanja-van den Broek en C.E. du Perron, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer G. de Groot op 14 juli 2017.