ECLI:NL:HR:2013:CA3735

Datum uitspraak
12-07-2013
Instantie
Hoge Raad
Rechtsgebied
Civiel recht; Personen- en familierecht
Zaaknummer
13/01197
Type
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Art. 80a lid 1 RO. Familierecht. Gezag. Verzoek tot ontheffing van het ouderlijk gezag; art. 266, 268 BW.

Wetsartikelen die in deze uitspraak worden aangehaald

Uitspraak

12 juli 2013

Eerste Kamer

nr. 13/01197

EE/LZ

Hoge Raad der Nederlanden

Beschikking

in de zaak van

[de moeder],wonende te [woonplaats],

VERZOEKSTER tot cassatie,

advocaat: mr. E. El-Sharkawi,

t e g e n

DE RAAD VOOR DE KINDERBESCHERMING, regio Haaglanden en Zuid-Holland Noord, locatie Den Haag,zetelende te ’s-Gravenhage,

VERWEERSTER in cassatie,

niet verschenen.

Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als de moeder en de Raad.

1 Het geding in feitelijke instanties

Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken:

  1. de beschikking in de zaak FA RK 12-654 van de rechtbank ’s-Gravenhage van 11 mei 2012;

  2. de beschikking in de zaak 200.111.386/01 van het gerechtshof te ’s-Gravenhage van 12 december 2012.

De beschikking van het hof is aan deze beschikking gehecht.

2 Het geding in cassatie

Tegen de beschikking van het hof heeft de moeder beroep in cassatie ingesteld. Het cassatierekest is aan deze beschikking gehecht en maakt daarvan deel uit.

De Raad heeft geen verweerschrift ingediend.

Het standpunt van de Procureur-Generaal strekt tot het niet-ontvankelijk verklaren van het cassatieberoep op de voet van art. 80a RO

3 Beoordeling van de ontvankelijkheid

De Hoge Raad is van oordeel dat de aangevoerde klachten geen behandeling in cassatie rechtvaardigen omdat de partij die het cassatieberoep heeft ingesteld klaarblijkelijk onvoldoende belang heeft bij het cassatieberoep dan wel omdat de klachten klaarblijkelijk niet tot cassatie kunnen leiden (zie het standpunt van de Procureur-Generaal onder 2).

De Hoge Raad zal daarom – gezien art. 80a lid 1 RO en gehoord de Procureur-Generaal – het beroep niet-ontvankelijk verklaren.

4 Beslissing

De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie niet- ontvankelijk.

Deze beschikking is gegeven door de vice-president F.B. Bakels, als voorzitter, en de raadsheren A.H.T. Heisterkamp en C.E. Drion, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer M.A. Loth op 12 juli 2013.

Andere uitspraken die naar dezelfde wetsartikelen verwijzen

Tekst: Rechtspraak.nl (gepseudonimiseerd). Links naar wetsartikelen en uitspraken zijn toegevoegd door wetboek.org. Origineel op uitspraken.rechtspraak.nl »