24 juni 2011
Eerste Kamer
10/00423
DV/TT
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
in de zaak van:
1. AMLIN CORPORATE INSURANCE N.V., voorheen: Fortis Corporate Insurance N.V.,
gevestigd te Amstelveen,
2. DELTA LLOYD SCHADEVERZEKERING N.V.,
gevestigd te Amsterdam,
EISERESSEN tot cassatie,
advocaat: mr. E.M. Tjon-En-Fa,
t e g e n
OUTOKUMPU B.V., voorheen: Handelmij Roestvrij B.V.,
gevestigd te Helmond,
VERWEERSTER in cassatie,
advocaat: mr. R.A.A. Duk.
Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als Fortis c.s. en Roestvrij.
1. Het geding in feitelijke instanties
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken:
a. de vonnissen in de zaak 323896/HA ZA 05-2522 van de rechtbank Amsterdam van 14 december 2005 en 14 februari 2007;
b. het arrest in de zaak 106.007.392/02 van het gerechtshof te Amsterdam van 20 oktober 2009.
Het arrest van het hof is aan dit arrest gehecht.
2. Het geding in cassatie
Tegen het arrest van het hof hebben Fortis c.s. beroep in cassatie ingesteld. De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
Roestvrij heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
De zaak is voor Fortis c.s. toegelicht door haar advocaat en mr. P.A. Fruytier, advocaat bij de Hoge Raad. Namens Roestvrij is de zaak toegelicht door mr. M. Ynzonides, advocaat te Amsterdam.
De conclusie van de Advocaat-Generaal M.H. Wissink strekt tot verwerping van het cassatieberoep.
3. Beoordeling van het middel
De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4. Beslissing
De Hoge Raad:
verwerpt het beroep;
veroordeelt Fortis c.s. in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van Roestvrij begroot op € 6.261,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris.
Dit arrest is gewezen door de vice-president J.B. Fleers als voorzitter en de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, A. Hammerstein, W.D.H. Asser en C.E. Drion, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer E.J. Numann op 24 juni 2011.