15 april 2011
Eerste Kamer
10/02000
EV/TT
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
in de zaak van:
[Verzoekster],
wonende te Roosendaal,
VERZOEKSTER tot cassatie,
advocaat: mr. P. Garretsen.
Verzoekster tot cassatie zal hierna ook worden aangeduid als [verzoekster].
1. Het geding in feitelijke instanties
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken:
a. het vonnis in de zaak R 08/578 van de rechtbank Breda van 15 december 2009,
b. het arrest in de zaak HV 200.051.968/01 van het gerechtshof te 's-Hertogenbosch van 10 mei 2010.
Het arrest van het hof is aan dit arrest gehecht.
2. Het geding in cassatie
Tegen het arrest van het hof heeft [verzoekster] beroep in cassatie ingesteld. Het cassatierekest is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De conclusie van de Advocaat-Generaal J. Wuisman strekt tot het niet inhoudelijk behandelen van het cassatieberoep, nu de voorwaarde waaronder het cassatie-beroep is ingesteld niet in vervulling is gegaan.
3. Beoordeling van het cassatieberoep
3.1 Het cassatieberoep is volgens het verzoekschrift in cassatie (onder 2) voorwaardelijk ingesteld. Als toelichting wordt daarbij (onder 3) vermeld dat het proces-verbaal van de behandeling bij het hof niet beschikbaar is "zodat volstrekt onbekend is of na te melden middelonderdeel wel feitelijke grondslag heeft". Verzoekster heeft de mogelijkheid voorbehouden haar verzoekschrift na ontvangst van het proces-verbaal aan te vullen of te wijzigen. Van die mogelijkheid heeft zij, zonder verdere toelichting, geen gebruik gemaakt. De Hoge Raad beschouwt het aldus voorwaardelijk instellen van
het cassatieberoep onverenigbaar met een behoorlijke procesorde in cassatie. Aan de gestelde doch ontoelaatbare voorwaarde van het cassatieberoep wordt voorbijgegaan.
3.2 Het middel - voor zover dat al voldoet aan de daaraan in cassatie te stellen eisen - kan niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4. Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de raadsheren A. Hammerstein, als voorzitter, F.B. Bakels en C.E. Drion, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer E.J. Numann op 15 april 2011.