ECLI:NL:HR:2009:BG8813

Datum uitspraak
20-02-2009
Instantie
Hoge Raad
Rechtsgebied
Civiel recht; Personen- en familierecht
Zaaknummer
08/01601
Type
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Familierecht. Geschil tussen voormalige echtelieden over wijziging van gezamenlijk ouderlijk gezag in eenhoofdig gezag over minderjarige kinderen (81 RO).

Wetsartikelen die in deze uitspraak worden aangehaald

Uitspraak

20 februari 2009

Eerste Kamer

08/01601

RM/MD

Hoge Raad der Nederlanden

Beschikking

in de zaak van:

[De vader],

wonende te [woonplaats],

VERZOEKER tot cassatie,

advocaat: mr. P. Garretsen,

t e g e n

[De moeder],

wonende te [woonplaats],

VERWEERSTER in cassatie,

advocaat: mr. D. Stoutjesdijk.

Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als de vader en de moeder.

1. Het geding in feitelijke instanties

Met een op 30 september 2004 ter griffie van de rechtbank Alkmaar ingediend verzoekschrift heeft de moeder zich gewend tot die rechtbank en verzocht haar te belasten met het eenhoofdig gezag over de beide minderjarige kinderen van partijen.

De vader heeft het verzoek bestreden.

Na mondelinge behandelingen van het verzoek en een tussenbeschikking van 19 juli 2006, heeft de rechtbank bij eindbeschikking van 2 mei 2007 bepaald dat de moeder wordt belast met de uitoefening van het gezag over de beide kinderen. Tussen de vader en de kinderen heeft de rechtbank een nieuwe omgangsregeling vastgesteld.

Tegen de eindbeschikking van de rechtbank heeft de vader hoger beroep ingesteld bij het gerechtshof te Amsterdam.

Bij beschikking van 10 januari 2008 heeft het hof de beschikking waarvan beroep, voorzover aan zijn oordeel onderworpen, bekrachtigd.

De beschikking van het hof is aan deze beschikking gehecht.

2. Het geding in cassatie

Tegen de beschikking van het hof heeft de vader beroep in cassatie ingesteld. Het cassatierekest is aan deze beschikking gehecht en maakt daarvan deel uit.

De moeder heeft bij verweerschrift verzocht het beroep te verwerpen.

De conclusie van de Advocaat-Generaal F.F. Langemeijer strekt tot verwerping van het beroep.

3. Beoordeling van de middelen

De in de middelen aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

4. Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.

Deze beschikking is gegeven door de raadsheren A. Hammerstein, als voorzitter, F.B. Bakels en W.D.H. Asser, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer E.J. Numann op 20 februari 2009.

Andere uitspraken die naar dezelfde wetsartikelen verwijzen

Tekst: Rechtspraak.nl (gepseudonimiseerd). Links naar wetsartikelen en uitspraken zijn toegevoegd door wetboek.org. Origineel op uitspraken.rechtspraak.nl »