9 november 2007
Eerste Kamer
Rek.nr. R06/037HR
MK/AS
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
in de zaak van:
[Eiser],
wonende in Aruba,
EISER tot cassatie,
advocaat: mr. K.T.B. Salomons,
t e g e n
1. NETHERLANDS ANTILLES & ARUBA ASSURANCE COMPANY N.V., h.o.d.n. CITIZENS INSURANCE,
gevestigd in Aruba
2. [Verweerster 2],
wonende in Aruba,
VERWEERSTERS in cassatie,
niet verschenen.
Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als [eiser], CI en [verweerster 2], verweersters gezamenlijk ook als CI c.s.
1. Het geding in feitelijke instanties
Met een op 16 januari 2002 ter griffie van het gerecht in eerste aanleg van Aruba ingekomen verzoekschrift heeft [eiser] zich gewend tot dat gerecht en verzocht, kort gezegd, CI c.s. te veroordelen om aan [eiser] te betalen een bedrag van Afl. 37.484,60, met rente en kosten.
CI c.s. hebben het verzoek bestreden.
Het gerecht heeft, na een tussenvonnis van 20 augustus 2003, bij eindvonnis van 20 april 2005 CI c.s. veroordeeld om aan [eiser] te betalen een bedrag van Afl. 1.256,85.
Tegen dit eindvonnis heeft [eiser] hoger beroep ingesteld bij het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van de Nederlandse Antillen en Aruba.
Bij vonnis van 20 december 2005 heeft het hof, kort gezegd, het bestreden vonnis vernietigd voorzover gewezen tussen [eiser] en CI, en in zoverre opnieuw rechtdoende, CI veroordeeld om aan [eiser] te betalen een bedrag van Afl. 6.394,27 en het meer of anders gevorderde afgewezen.
Het vonnis van het hof is aan dit arrest gehecht.
2. Het geding in cassatie
Tegen het vonnis van het hof heeft [eiser] beroep in cassatie ingesteld. Het cassatierekest is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
CI c.s. zijn in cassatie niet verschenen.
De zaak is voor [eiser] toegelicht door zijn advocaat.
De conclusie van de Advocaat-Generaal J. Spier strekt tot verwerping van het beroep.
3. Beoordeling van het middel
De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4. Beslissing
De Hoge Raad:
verwerpt het beroep;
veroordeelt [eiser] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van C.I. c.s. begroot op nihil.
Dit arrest is gewezen door de vice-president J.B. Fleers als voorzitter en de raadsheren O. de Savornin Lohman, J.C. van Oven, F.B. Bakels en C.A. Streefkerk, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer E.J. Numann op 9 november 2007.