ECLI:NL:HR:2007:AZ5831

Datum uitspraak
26-01-2007
Instantie
Hoge Raad
Rechtsgebied
Civiel recht
Zaaknummer
C05/316HR
Type
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Beslag- en executierecht. Door een moeder in kort geding gevorderde opheffing van executoriaal derdenbeslag dat de vader heeft gelegd voor de door haar verbeurde dwangsommen wegens niet-nakoming van een vastgestelde omgangsregeling met zijn kinderen (81 RO).

Wetsartikelen die in deze uitspraak worden aangehaald

Uitspraak

26 januari 2007

Eerste Kamer

Nr. C05/316HR

RM/GL

Hoge Raad der Nederlanden

Arrest

in de zaak van:

[Eiseres],

wonende te [woonplaats],

EISERES tot cassatie,

advocaat: mr. P. Garretsen,

t e g e n

[Verweerder],

wonende te [woonplaats],

VERWEERDER in cassatie,

niet verschenen.

1. Het geding in feitelijke instanties

Bij kort gedingvonnis van 14 juli 2004 heeft de voorzieningenrechter in de rechtbank Haarlem eiseres tot cassatie - verder te noemen: [eiseres] - veroordeeld tot nakoming van de bij beschikking van 26 maart 2004 van de rechtbank Haarlem (voorlopig) vastgestelde omgangsregeling tussen verweerder in cassatie - verder te noemen: [verweerder] - en de drie minderjarige kinderen van partijen, zulks op straffe van een dwangsom van € 500,-- voor elke dag dat [eiseres] daaraan niet voldoet, met een maximum van € 10.000,--.

[Eiseres] heeft geen gevolg gegeven aan de omgangsregeling en heeft derhalve dwangsommen verbeurd. Op 17 november 2004 heeft [verweerder] executoriaal derdenbeslag op het loon van [eiseres] doen leggen.

Bij exploot van 8 december 2004 heeft [eiseres] [verweerder] in kort geding gedagvaard voor de voorzieningenrechter in de rechtbank Haarlem en gevorderd het derdenbeslag op te heffen en de dwangsom op nihil te stellen.

[Verweerder] heeft de vordering bestreden.

De voorzieningenrechter heeft de zaak behandeld op 13 december 2004 en bij vonnis van die datum de gevraagde voorzieningen geweigerd.

Tegen het vonnis van de voorzieningenrechter heeft [eiseres] hoger beroep ingesteld bij het gerechtshof te Amsterdam.

Bij arrest van 4 augustus 2005 heeft het hof het vonnis van de voorzieningenrechter bekrachtigd en het in hoger beroep meer of anders gevorderde afgewezen.

Het arrest van het hof is aan dit arrest gehecht.

2. Het geding in cassatie

Tegen het arrest van het hof heeft [eiseres] beroep in cassatie ingesteld. De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

Tegen [verweerder] is verstek verleend.

De zaak is voor [eiseres] toegelicht door haar advocaat.

De conclusie van de Advocaat-Generaal E.M. Wesseling-van Gent strekt tot verwerping van het beroep.

3. Beoordeling van de middelen

De in de middelen aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

4. Beslissing

De Hoge Raad:

verwerpt het beroep;

veroordeelt [eiseres] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van [verweerder]

begroot op nihil.

Dit arrest is gewezen door de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, als voorzitter, A. Hammerstein en J.C. van Oven, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer E.J. Numann op 26 januari 2007.

Andere uitspraken die naar dezelfde wetsartikelen verwijzen

Tekst: Rechtspraak.nl (gepseudonimiseerd). Links naar wetsartikelen en uitspraken zijn toegevoegd door wetboek.org. Origineel op uitspraken.rechtspraak.nl »