ECLI:NL:HR:2006:AZ0618

Datum uitspraak
15-12-2006
Instantie
Hoge Raad
Rechtsgebied
Civiel recht; Personen- en familierecht
Zaaknummer
R06/073HR
Type
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Familierecht. Geschil tussen voormalige echtelieden over de wijziging van het ouderlijk gezag over hun minderjarig kind (81 RO).

Wetsartikelen die in deze uitspraak worden aangehaald

Uitspraak

15 december 2006

Eerste Kamer

Rek.nr. R06/073HR

RM/AT

Hoge Raad der Nederlanden

Beschikking

in de zaak van:

[De man],

wonende te [woonplaats],

VERZOEKER tot cassatie,

advocaat: mr. ir. P.J.A. Prinsen,

t e g e n

[De vrouw],

wonende te [woonplaats],

VERWEERSTER in cassatie,

niet verschenen.

1. Het geding in feitelijke instanties

Met een op 24 mei 2005 ter griffie van de rechtbank te Maastricht ingekomen verzoekschrift heeft verweerster in cassatie - verder te noemen: de vrouw - zich gewend tot die rechtbank en verzocht het gezamenlijk ouderlijk gezag over der partijen minderjarig kind [de zoon], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1997, te beëindigen en te bepalen dat zij voortaan alleen het ouderlijk gezag zal uitoefenen over [de zoon].

De man heeft het verzoek van de vrouw bestreden.

De rechtbank heeft bij beschikking van 1 september 2005 het verzoek van de vrouw toegewezen.

Tegen deze beschikking heeft de man hoger beroep ingesteld bij het gerechtshof te 's-Hertogenbosch. De man heeft in hoger beroep verzocht voormelde beschikking te vernietigen en, opnieuw rechtdoende, te bepalen dat het eenhoofdig gezag over [de zoon] wordt toegekend aan de man, met vaststelling van een omgangsregeling tussen [de zoon] en de moeder.

Bij beschikking van 8 maart 2006 heeft het hof de bestreden beschikking van de rechtbank bekrachtigd.

De beschikking van het hof is aan deze beschikking gehecht.

2. Het geding in cassatie

Tegen de beschikking van het hof heeft de man beroep in cassatie ingesteld. Het cassatierekest is aan deze beschikking gehecht en maakt daarvan deel uit.

De vrouw heeft geen verweerschrift ingediend.

De conclusie van de Advocaat-Generaal F.F. Langemeijer strekt tot verwerping van het beroep.

3. Beoordeling van het middel

De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

4. Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.

Deze beschikking is gegeven door de raadsheren H.A.M. Aaftink, als voorzitter, O. de Savornin Lohman en J.C. van Oven, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer E.J. Numann op 15 december 2006.

Andere uitspraken die naar dezelfde wetsartikelen verwijzen

Tekst: Rechtspraak.nl (gepseudonimiseerd). Links naar wetsartikelen en uitspraken zijn toegevoegd door wetboek.org. Origineel op uitspraken.rechtspraak.nl »