ECLI:NL:HR:2006:AY9978

Datum uitspraak
03-11-2006
Instantie
Hoge Raad
Rechtsgebied
Civiel recht
Zaaknummer
R05/053HR
Type
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Antilliaanse zaak. Arbeidsgeschil tussen werkgever en werknemer over doorbetaling van loon - bij wege van voorschot – op de grond dat het aan de werknemer gegeven ontslag op staande voet wegens een dringende reden nietig is (81 RO).

Wetsartikelen die in deze uitspraak worden aangehaald

Uitspraak

3 november 2006

Eerste Kamer

Nr. R05/053HR

MK/AS

Hoge Raad der Nederlanden

Arrest

in de zaak van:

[Verzoekster],

wonende op Curaçao, Nederlandse Antillen,

VERZOEKSTER tot cassatie,

advocaat: mr. J.A. Meijer,

t e g e n

SG PRIVATE BANKING CURAÇAO N.V.,

gevestigd op Curaçao, Nederlandse Antillen,

VERWEERSTER in cassatie,

advocaat: mr. D. Rijpma.

1. Het geding in feitelijke instanties

Met een op 14 april 2004 ter griffie van het gerecht in eerste aanleg van de Nederlandse Antillen en Aruba, zittingsplaats Curaçao, ingekomen verzoekschrift heeft verzoekster tot cassatie - verder te noemen: [verzoekster] - zich gewend tot dat gerecht en, in kort geding, verzocht verweerster in cassatie - verder te noemen: de Bank - te veroordelen tot doorbetaling van loon - bij wege van voorschot - vanaf 1 maart 2004, althans vanaf een door het gerecht te bepalen datum, totdat de arbeidsovereenkomst van partijen op rechtsgeldige wijze zal zijn beeindigd, vermeerderd met rent en kosten.

De Bank heeft de vordering bestreden.

Het gerecht heeft bij vonnis van 18 mei 2004 de Bank veroordeeld tot betaling aan [verzoekster] van Naf 11.200,-- en het meer of anders gevorderde afgewezen.

Tegen dit vonnis heeft de Bank hoger beroep ingesteld bij het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van de Nederlandse Antillen en Aruba, hierna: het hof.

Bij vonnis van 1 maart 2005 heeft het hof het vonnis van het gerecht vernietigd en, opnieuw rechtdoende, de vordering van [verzoekster] alsnog afgewezen.

Het vonnis van het hof is aan dit arrest gehecht.

2. Het geding in cassatie

Tegen het vonnis van het hof heeft [verzoekster] beroep in cassatie ingesteld. Het cassatierekest is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

De Bank heeft verzocht het beroep te verwerpen.

De conclusie van de plaatsvervangend Procureur-Generaal strekt tot verwerping van het beroep.

3. Beoordeling van het middel

De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

4. Beslissing

De Hoge Raad:

verwerpt het beroep;

veroordeelt [verzoekster] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van de Bank begroot op € 148,38 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris.

Dit arrest is gewezen door de raadsheren H.A.M. Aaftink, als voorzitter, O. de Savornin Lohman en J.C. van Oven, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer W.D.H. Asser op 3 november 2006.

Andere uitspraken die naar dezelfde wetsartikelen verwijzen

Tekst: Rechtspraak.nl (gepseudonimiseerd). Links naar wetsartikelen en uitspraken zijn toegevoegd door wetboek.org. Origineel op uitspraken.rechtspraak.nl »