17 februari 2006
Eerste Kamer
Rek.nr. R05/062HR
RM
Hoge Raad der Nederlanden
Beschikking
in de zaak van:
[De vader],
wonende te [woonplaats],
VERZOEKER tot cassatie,
advocaat: mr. R.T.R.F. Carli,
t e g e n
[De moeder],
wonende te [woonplaats],
VERWEERSTER in cassatie,
advocaat: mr. E. Grabandt.
1. Het geding in feitelijke instanties
Bij verzoekschrift gedateerd 18 december 2003 heeft verweerster in cassatie - verder te noemen: de moeder - zich gewend tot de rechtbank te Utrecht en verzocht de bij beschikking van de rechtbank te Utrecht van 13 februari 2000 vastgestelde omgangsregeling tussen verzoeker tot cassatie - verder te noemen: de vader - en het minderjarige kind van partijen, [de zoon], te wijzigen.
De vader heeft een verweerschrift ingediend.
Na behandeling van de zaak heeft de rechtbank bij beschikking van 9 juni 2004 het verzoek afgewezen.
Tegen deze beschikking heeft de moeder hoger beroep ingesteld bij het gerechtshof te Amsterdam.
Bij beschikking van 17 februari 2005 heeft het hof de beschikking waarvan beroep vernietigd en met wijziging van de beschikking van de rechtbank te Utrecht van 13 februari 2000, de omgangsregeling van de vader met [de zoon] beperkt, zoals door de moeder verzocht.
De beschikking van het hof is aan deze beschikking gehecht.
2. Het geding in cassatie
Tegen de beschikking van het hof heeft de vader beroep in cassatie ingesteld. Het cassatierekest is aan deze beschikking gehecht en maakt daarvan deel uit.
De moeder heeft verzocht het beroep te verwerpen.
De conclusie van de Advocaat-Generaal L. Strikwerda strekt tot verwerping van het beroep.
3. Beoordeling van het middel
De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4. Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Deze beschikking is gegeven door de raadsheren H.A.M. Aaftink, als voorzitter, P.C. Kop en W.A.M. van Schendel, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer E.J. Numann op 17 februari 2006.