ECLI:NL:HR:2005:AS2047

Datum uitspraak
25-03-2005
Instantie
Hoge Raad
Rechtsgebied
Civiel recht
Zaaknummer
R04/044HR
Type
Uitspraak

Inhoudsindicatie

25 maart 2005 Eerste Kamer Rek.nr. R04/044HR RM/JMH Hoge Raad der Nederlanden Beschikking in de zaak van: 1. [Verzoeker 1], 2. [Verzoekster 2], beiden wonende te [woonplaats], VERZOEKERS tot cassatie, advocaat: mr. P.J.L.J. Duijsens. 1. Het geding in feitelijke instantie ...

Wetsartikelen die in deze uitspraak worden aangehaald

Uitspraak

25 maart 2005

Eerste Kamer

Rek.nr. R04/044HR

RM/JMH

Hoge Raad der Nederlanden

Beschikking

in de zaak van:

1. [Verzoeker 1],

2. [Verzoekster 2],

beiden wonende te [woonplaats],

VERZOEKERS tot cassatie,

advocaat: mr. P.J.L.J. Duijsens.

1. Het geding in feitelijke instanties

Bij vonnis van de rechtbank te Dordrecht van 29 november 2000 is ten aanzien van verzoekers tot cassatie - verder te noemen: de schuldenaren - de definitieve toepassing van de schuldsaneringsregeling uitgesproken, met benoeming van mr. L.M. Croes tot rechter-commissaris en C.J. van der Linden tot bewindvoerder. Bij vonnis van die rechtbank van 11 april 2001 is het saneringsplan vastgesteld, waarin de looptijd is bepaald op drie jaar, derhalve tot 30 november 2003.

Op 20 november 2003 heeft de bewindvoerder schriftelijk verslag uitgebracht ten aanzien van de beëindiging van de toepassing van de schuldsaneringsregeling. Uit dit verslag bleek dat hij nog niet alle inlichtingenformulieren van de schuldenaren had ontvangen.

Ter terechtzitting van 26 november 2003 heeft de rechtbank de schuldenaar en de bewindvoerder gehoord. De rechtbank heeft vervolgens de zaak aangehouden tot 4 februari 2004 teneinde de bewindvoerder in de gelegenheid te stellen alsnog de inmiddels aan hem afgegeven inlichtingenformulieren te bestuderen.

Bij fax van 3 februari 2004 heeft de bewindvoerder de rechtbank laten weten dat de schuldenaren een achterstand in de betalingen aan de boedel van € 877,26 hebben laten ontstaan.

De rechtbank heeft ter terechtzitting van 4 februari 2004 de bewindvoerder gehoord. De schuldenaren zijn niet verschenen.

Bij vonnis van 4 februari 2004 heeft de rechtbank vastgesteld dat de schuldenaren toerekenbaar zijn tekortgeschoten in de nakoming van een of meer uit de schuldsanering voortvloeiende verplichtingen en bepaald, voor zover in cassatie van belang, dat de toepassing van de schuldsaneringsregeling eindigt op het moment dat de slotuitdelingslijst verbindend is geworden, zonder dat hun de 'schone lei' is verleend.

Tegen laatstgenoemd vonnis hebben de schuldenaren hoger beroep ingesteld bij het gerechtshof te 's-Gravenhage.

Het hof heeft de zaak mondeling behandeld 16 maart 2004. De schuldenaren zijn niet ter terechtzitting verschenen.

Bij arrest van 23 maart 2004 heeft het hof het bestreden vonnis van de rechtbank bekrachtigd.

Het arrest van het hof is aan dit arrest gehecht.

2. Het geding in cassatie

Tegen het arrest van het hof hebben de schuldenaren beroep in cassatie ingesteld. Het cassatierekest is aan deze beschikking gehecht en maakt daarvan deel uit.

De conclusie van de Advocaat-Generaal L. Strikwerda strekt tot verwerping van het beroep.

3. Beoordeling van de middelen

De in de middelen aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien artikel 81 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

4. Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.

Deze beschikking is gegeven door de vice-president J.B. Fleers als voorzitter en de raadsheren P.C. Kop en E.J. Numann, en in het openbaar uitgesproken door de vice-president P. Neleman op 25 maart 2005.

Andere uitspraken die naar dezelfde wetsartikelen verwijzen

Tekst: Rechtspraak.nl (gepseudonimiseerd). Links naar wetsartikelen en uitspraken zijn toegevoegd door wetboek.org. Origineel op uitspraken.rechtspraak.nl »